Landelijke Klachtencommissie Onderwijs: klacht over schorsing is gegrond omdat er sprake was van een onzorgvuldige procedure

De Landelijke Klachtencommissie Onderwijs (LKC) bracht op 27 juli 2020 een advies uit over de schorsing van een leerling. De school heeft geen schorsingsbesluit genomen, maar weigerde de leerling wel de toegang tot de eigen klas. De Commissie oordeelde dat er in dat geval wel sprake was van een schorsing en dat de schorsingsprocedure onzorgvuldig was.

Wat was de situatie?

De ouders klagen over de onzorgvuldige wijze waarop de school hun zoon heeft geschorst. De ouders lazen op Social Schools dat hun zoon een week niet aanwezig zou zijn op school. Vervolgens mocht hun zoon na deze week niet terugkeren naar zijn eigen klas.
Volgens de school was er geen sprake van een schorsing. De leerling zorgde volgens de school voor onveiligheid op de school. Hij kon terugkeren op de school, maar voor terugkeer naar de eigen klas wilde de school eerst afspraken maken met de ouders van de leerling. De ouders dienden een klacht in bij de Commissie.

Beoordeling door de Commissie

De school heeft de leerling feitelijk de toegang tot de school, en daarna zijn klas, ontzegd. Dat komt neer op een schorsing. Voor het opleggen van een schorsing moet de school de wettelijke waarborgen in acht nemen. Dat is niet gebeurd. De schorsing had schriftelijk bekend gemaakt moeten worden aan de ouders en de schorsing had ten hoogste één week mogen duren. 
De Commissie is ook van oordeel dat de schorsing niet proportioneel is. De school heeft onvoldoende duidelijk gemaakt, dat de veiligheid op de school in het geding kwam door het gedrag van de leerling.
De voorzieningenrecht heeft twee keer uitgesproken dat de leerling teruggeplaatst moest worden in de eigen klas. De school liet terugplaatsing echter onterecht afhangen van een gespreksmogelijkheid met de ouders.

 

Downloaden

  • Advies Landelijke Klachtencommissie Onderwijs (LKC) van 27 juli 2020 (109073)