Rapport ‘Enerzijds, anderzijds. Scenario’s voor de regulering van medezeggenschap vmbo-mbo’ gepubliceerd

Het rapport ‘Enerzijds, anderzijds. Scenario’s voor de regulering van medezeggenschap vmbo-mbo’ is digitaal gepubliceerd in de reeks van het Expertisecentrum van Onderwijsgeschillen. Het rapport is in opdracht van het Expertisecentrum van Onderwijsgeschillen geschreven door prof. dr. R. van Schoonhoven (Vrije Universiteit Amsterdam) met medewerking van mr. dr. F.H.J.G. Brekelmans.
Het concept-rapport werd gepresenteerd tijdens een symposium, dat het Expertisecentrum van Onderwijsgeschillen organiseerde op 4 oktober 2019. De diverse onderwijsorganisaties en experts uit het onderwijsveld waren aanwezig op het symposium. De uitkomst van de discussie leidde tot aanscherping van het concept-rapport. In het definitieve digitale rapport is het verslag van het symposium opgenomen.

Aanleiding voor het onderzoek

Vmbo en mbo-instellingen werken al tientallen jaren op verschillende manieren samen. Met het wetsvoorstel Sterk beroepsonderwijs, dat momenteel in behandeling is in de Tweede Kamer, wil het kabinet deze samenwerking formaliseren. Dit wetsvoorstel maakt doorlopende leerroutes vmbo-mbo wettelijk mogelijk. De vraag daarbij is hoe de medezeggenschap te regelen als de samenwerking tussen vmbo-mbo structureel wordt. Dit is de centrale vraag van het onderzoek.

Verschillende medezeggenschapsregimes in het vmbo en mbo

Het wetvoorstel zegt niets over hoe de medezeggenschap bij doorlopende leerroutes vmbo-mbo geregeld wordt. Dat roept vragen op, omdat het vmbo en het mbo verschillende wettelijke regelingen van de medezeggenschap kennen. In het vmbo geldt de Wet medezeggenschap op scholen (Wms) die de medezeggenschap van personeel, ouders en leerlingen regelt. In het mbo is de medezeggenschap voor het personeel geregeld in de WOR (Wet op de Ondernemingsraden) en die van ouders en studenten in de WEB (Wet Educatie en Beroepsonderwijs). De medezeggenschapsbevoegdheden op grond van deze drie wetten (Wms,  WOR en WEB) zijn verschillend. Ook de daarin opgenomen regelingen ingeval van medezeggenschapsgeschillen zijn verschillend.

Conclusie en aanbevelingen

Het rapport schetst verschillende scenario’s voor de regulering van de medezeggenschap bij de samenwerking tussen vmbo en mbo en beschrijft de mogelijke criteria waaraan die regulering zou moeten voldoen. Op dit moment volgt de wetgever de lijn van non-regulering. Daarmee vult de wetgever de verantwoordelijkheid voor een adequate regeling van medezeggenschap in samenwerkingssituaties vmbo–mbo niet optimaal in.

De aanbeveling in het rapport is dat de wetgever met een minimale regeling van de medezeggenschap bij doorlopende leerroutes vmbo-mbo komt om de medezeggenschapsrechten van leerlingen, studenten, ouders en personeel te borgen. De regeling moet een passende, efficiënte en doeltreffende medezeggenschapsstructuur mogelijk maken en voorzien in een eenduidige geschillenregeling. Het wetsvoorstel ‘Sterk beroepsonderwijs’ zou op dit punt moeten worden aangepast.

Het digitale rapport is aangeboden aan minister Van Engelshoven en de leden van de Vaste Commissie voor OCW. Onderwijsgeschillen verwacht met dit rapport een bruikbare bijdrage te leveren aan de maatschappelijke en parlementaire discussie over de vormgeving van medezeggenschap bij de samenwerking vmbo-mbo.

Meer informatie​

Rapport downloaden