Rapport over juridische handhaving van zorgplicht passend onderwijs: maak van Geschillencommissie passend onderwijs exclusieve beroepsinstantie

De jurisprudentie over de zorgplicht, onder andere door de Geschillencommissie passend onderwijs (GPO), biedt in veel gevallen concrete handvatten voor een zo goed mogelijke plaatsing van leerlingen met een extra ondersteuningsbehoefte. De GPO dient gehandhaafd te worden als enige beroepsinstantie. Dit zijn enkele van de conclusies in het onderzoeksrapport ‘De zorgplicht in passend onderwijs en de juridische handhaving daarvan’. Het onderzoek maakt deel uit van de landelijke evaluatie passend onderwijs. Minister Slob stuurde het rapport als bijlage bij de Twaalfde voortgangsrapportage passend onderwijs op 25 juni 2018 naar de Tweede Kamer.

Inhoud van het onderzoek

Het onderzoek richt zich op de twee volgende vragen:

  • wat is de juridische betekenis van de wettelijke zorgplicht?
  • welke juridische knelpunten zijn er rond de rechtsbescherming in het kader van passend onderwijs?

Het rapport bevat een analyse van hoe de zorgplicht door geschilbeslechtende instanties is ingevuld. Met name de procedures bij de Geschillencommissie passend onderwijs (GPO) en het College voor de Rechten van de Mens (CRM) zijn onderzocht. Ook klachtprocedures zoals bij de Landelijke Klachtencommissie Onderwijs (LKC) kunnen een rol spelen in de rechtsbescherming bij passend onderwijs, maar volgens de onderzoekers vraagt passend onderwijs om een specifieke, op toelating, verwijdering en de vast- of bijstelling van het ontwikkelingsperspectief toegesneden rechtsbeschermingsprocedure.

Voor het onderzoek zijn Jacques Dijkgraaf, voorzitter van de GPO en Sandra Schreuder, voorzitter van de LKC geïnterviewd. Beide Commissies zijn ondergebracht bij Onderwijsgeschillen. De interviews zijn als bijlage opgenomen in het onderzoeksrapport.  

Conclusies en aanbevelingen

Enkele van de conclusies in het rapport zijn:

  • Handhaaf de GPO. De jurisprudentie van deze Commissie heeft belangrijke leereffecten voor de scholen, de ouders en de inspectie. Ook staat de GPO borg voor een adequate bediening van de doelgroep van passend onderwijs: leerlingen die extra ondersteuning behoeven. Tenslotte gaat het over een laagdrempelige procedure, op een centraal in het land gelegen locatie, waarbij geen bijzondere eisen worden gesteld aan verzoekschrift en procesvertegenwoordiging, en waarbij eigen bijdragen of proceskosten uitgesloten zijn.
  • Streef exclusiviteit van de GPO na, door de weg naar het CRM en de klachtencommissies af te snijden. Daarmee wordt een maximaal rendement bereikt van de oordelen van de GPO en zal op termijn ook duidelijk worden waar de ouders terecht kunnen als zij problemen hebben met het bevoegd gezag op een van de drie domeinen toelating, verwijdering en de vast- of bijstelling van het ontwikkelingsperspectief.
  • Regel het procesrecht in een algemeen verbindend voorschrift.
  • Het verdient overweging een fase van bemiddeling in te voeren, voorafgaande aan beroep.
  • De GPO dient zich niet te beperken tot terughoudende toetsing in haar oordelen. De situatie zoals die nu is, moet worden gecontinueerd.
  • Het verdient vooralsnog geen aanbeveling om de GPO uit te rusten met een bevoegdheid om bindende uitspraken te doen. De toetsing en het daaruit volgende oordeel moet ook in de toekomst zijn toegesneden op bestuurlijke heroverweging.
  • Regel een expliciete afstemming tussen de procedure bij de GPO en het indienen van bezwaar bij het bevoegd gezag.
  • Ook aan het bevoegd gezag zou een recht op beroep op de GPO moeten worden toegekend.
  • Het samenwerkingsverband zou in beroep moeten kunnen worden ontvangen als het optreedt als vertegenwoordiger van de gebundelde belangen van bevoegde gezagen die in hem vertegenwoordigd zijn.

Meer informatie en downloaden