Sectorale ontslagcommissie hbo: hogeschool krijgt geen toestemming om arbeidsovereenkomst met werknemer op te zeggen

Op 7 mei jl. deed de Sectorale ontslagcommissie hbo uitspraak in een verzoek van een hogeschool tot opzegging van de arbeidsovereenkomst met een werknemer.

Sectorale ontslagcommissie hbo

Partijen bij de cao hbo hebben in de cao van de mogelijkheid gebruik gemaakt om een sectorale ontslagcommissie in te stellen. Dat betekent dat een werkgever in het hbo, die de arbeidsovereenkomst met een werknemer wil opzeggen wegens bedrijfseconomische redenen, daarvoor toestemming vraagt aan de Sectorale ontslagcommissie hbo. Deze Commissie oordeelt in plaats van UWV over het verzoek. Pas als de Commissie toestemming verleent, kan de werkgever de arbeidsovereenkomst met de werknemer opzeggen.

Wat was de situatie?

De werknemer is in dienst van de hogeschool getreden als docent, maar was werkzaam als onderzoeker bij een lectoraat. Dat lectoraat had een looptijd van 1 mei 2016 – 30 april 2020. De hogeschool heeft op 30 september 2019 besloten het lectoraat niet te verlengen. Als gevolg daarvan is de functie van de werknemer per 1 mei 2020 komen te vervallen. De hogeschool heeft geprobeerd de werknemer te herplaatsen, maar dat was volgens de hogeschool niet mogelijk. De hogeschool heeft de Commissie vervolgens verzocht om toestemming te verlenen om de arbeidsovereenkomst met de werknemer wegens bedrijfseconomische redenen op te zeggen.

Toetsingskader Commissie

De hogeschool moet onderbouwen dat er een redelijke grond is voor de opzegging van de arbeidsovereenkomst. Verder mag geen sprake zijn van een opzegverbod. Ook moet de hogeschool beargumenteren dat herplaatsing van de werknemer binnen een redelijke termijn, al dan niet met behulp van scholing, in een andere passende functie niet mogelijk is of niet in de rede ligt. De hogeschool moet daarbij aangeven wat hij gedaan heeft om de werknemer te herplaatsen en wat hij tot het einde van de redelijke herplaatsingstermijn nog gaat doen om de werknemer te herplaatsen.

Beoordeling door de Commissie

Onder redelijke grond wordt verstaan het vervallen van arbeidsplaatsen als gevolg van de beëindiging van werkzaamheden. Vaststaat dat de functie van de werknemer, als gevolg van de beëindiging van het lectoraat, is vervallen. Vaststaat ook dat geen sprake is van een opzegverbod. Dat betekent dat de vraag resteert of de werknemer herplaatst kan worden binnen de hogeschool. Op de hogeschool rust daarbij geen resultaatsverplichting maar een inspanningsverplichting.

De Commissie is van oordeel dat de hogeschool onvoldoende herplaatsingsinspanningen heeft verricht. Zo heeft de hogeschool pas in juni 2020 een gesprek met de werknemer gevoerd om herplaatsingsmogelijkheden te bespreken, terwijl in oktober 2019 al bekend was dat het lectoraat zou eindigen. Bovendien is niet duidelijk welke herplaatsingsmogelijkheden de hogeschool op dat moment heeft onderzocht. In januari-februari 2021 heeft de hogeschool een vacatureoverzicht aan de werknemer toegestuurd. Maar daarbij waren geen functieomschrijvingen van de verschillende vacatures toegevoegd. Daardoor was het voor de werknemer, en ook voor de Commissie, lastig te beoordelen of sprake is van passende functies. Verder heeft de hogeschool niet aannemelijk gemaakt dat de werknemer niet ingezet zou kunnen worden op een lesgevende functie. De werknemer heeft ruimschoots ervaring in lesgeven. Tot slot heeft de hogeschool niet voldoende gemotiveerd waarom de werknemer niet is ingezet op een mede door hem ontwikkelde minor, waarin hij ook heeft lesgegeven.

Omdat de hogeschool onvoldoende herplaatsingsinspanningen heeft verricht, heeft de Commissie geen toestemming gegeven om de arbeidsovereenkomst met de werknemer op te zeggen. Dat betekent dat de hogeschool de arbeidsovereenkomst niet mag opzeggen.

Downloaden

Uitspraak Sectorale ontslagcommissie hbo d.d. 7 mei 2021 (2021001519)