Uitspraken Commissie van Beroep VO over entreerecht

In een aantal uitspraken heeft de Commissie van Beroep VO zich uitgesproken over de toepassing van artikel 5.2 cao vo, het zogenaamde entreerecht. Kern van de uitspraken is dat als een eerstegraads docent gedurende een aantal opeenvolgende jaren overwegend, dat wil zeggen 50% of meer van de lessen, in de bovenbouw havo en vwo is ingeroosterd, de werkgever dat niet zomaar eenzijdig mag veranderen.

Entreerecht en het begrip ‘structureel’

De bepaling over het entreerecht is voor het eerst opgenomen in de cao vo 2008-2010. De bepaling houdt in dat als een docent eerstegraads bevoegd is en structureel overwegend lesgeeft in de bovenbouw havo en vwo, per 1 augustus 2014 moet worden ingedeeld in een LD-functie. De Commissie van Beroep VO heeft in 2013 in uitspraak 105932 uitleg gegeven van het begrip ‘structureel’. Onder ‘structureel’ moet volgens de Commissie worden verstaan, dat als de docent ten minste twee opeenvolgende schooljaren heeft lesgegeven in het eerstegraads gebied, daar ook na 1 augustus 2014 aanspraak op kan maken.

Entreerecht in de cao 2014-2015

De bepaling over het entreerecht heeft volgens cao-partijen, de werkgevers en werknemers, in de praktijk onevenwichtige en ongewenste effecten gehad en er zijn daarnaast ook verwachtingen bij docenten gewekt. Daarom hebben zij in de cao vo 2014-2015 artikel 5.2 aangepast en van een toelichting voorzien. Daarin staat dat ‘structureel’ betekent dat de docent deel moet uitmaken van de structurele formatie. Projectformatie en kortdurende vervanging minder dan een jaar horen niet tot de structurele formatie.
In de toelichting staat ook dat een docent, die benoemd is op basis van het entreerecht, uiterlijk op 1 augustus 2016 moet voldoen aan de functievereisten van de functiebeschrijving die de werkgever op grond van artikel 12.4 cao vo heeft vastgesteld.

Het beroep bij de Commissie van Beroep

Docenten van verschillende scholen door het hele land hebben zich tot de Commissie van Beroep gewend, nadat zij hun rooster voor het schooljaar 2014-2015 ontvingen. Daaruit bleek dat zij voor het betreffende schooljaar voor minder dan 50% van hun (les)uren in de bovenbouw havo en vwo waren ingedeeld. Daardoor konden zij geen aanspraak maken op het entreerecht. De docenten merkten dit aan als het onthouden van promotie, een van de beslissingen waartegen beroep kan worden ingesteld bij de Commissie van Beroep.

De beoordeling door de Commissie van Beroep

De toelichting op artikel 5.2 cao vo heeft niet geleid tot een andere beoordeling door de Commissie van Beroep. Welke betekenis ook aan het begrip ‘structureel’ moet worden gegeven, het gaat niet aan om een docent die al jaren overwegend in de bovenbouw lesgeeft, per 1 augustus 2014 overwegend in de onderbouw te plaatsen, om hem of haar het entreerecht te onthouden. Dat is in strijd met goed werkgeverschap, aldus de Commissie. De Commissie oordeelde dat de werkgever niet in redelijkheid tot de betreffende urentoedeling had kunnen komen en verklaarde de beroepen gegrond.
Voorwaarde is wel dat de docent een aantal jaren onafgebroken overwegend moet hebben lesgegeven in de bovenbouw havo en vwo. Als hij of zij het ene jaar overwegend in de bovenbouw was ingezet en het andere jaar in de onderbouw, was er geen sprake van een gerechtvaardigde verwachting dat de docent per 1 augustus 2014 overwegend in de bovenbouw zou worden ingezet en dus aanspraak kon maken op een LD-functie.
De Commissie overweegt ook dat de werkgever van de docenten die worden benoemd in een LD-functie, mag verlangen dat zij aan de daarbij behorende vereisten gaan voldoen.

Downloaden

 

Gegrond Ongegrond Niet-ontvankelijk
106359
106377
106381
106387
106389
106390
106406
106409
106441
106384/106490/106506
106484 
106495 
106358
106372
106388
106440
 
106368