Voorzitter Geschillencommissie passend onderwijs Jacques Dijkgraaf: “Het belang van het kind bij passend onderwijs staat in al onze overwegingen centraal”

Vandaag is het jaarverslag van de Geschillencommissie passend onderwijs (GPO) over het jaar 2019 gepubliceerd. Uit het jaarverslag blijkt dat het aantal geschillen in 2019 opnieuw gestegen is. Inmiddels is dit het vijfde jaarverslag van de GPO. Wij vroegen voorzitter Jacques Dijkgraaf naar de belangrijkste ontwikkelingen in de behandeling van geschillen over passend onderwijs.
 

Jacques Dijkgraaf, voorzitter Geschillencommissie passend onderwijs 

Wat zijn opvallende ontwikkelingen in 2019 in de behandeling van geschillen door de Geschillencommissie passend onderwijs?

Jacques Dijkgraaf: "Voor het eerst sinds de instelling van de GPO in 2014 is het aantal verzoekschriften boven de 100 gestegen. In 2019 werden er 101 verzoeken ingediend en dat is 30 meer dan in 2018. Deze forse stijging van het aantal ingediende geschillen met meer dan 30% leidde ook tot substantieel meer schriftelijke adviezen. Werden er in 2018 nog 46 schriftelijke adviezen uitgebracht in 2019 waren dat er 60."

Wat kan de oorzaak zijn van deze stijging?

Jacques Dijkgraaf: "Alhoewel wij daar voor 2019 geen onderzoek naar hebben gedaan acht ik het aannemelijk dat de Commissie steeds bekender wordt. De Commissie wordt niet alleen beter gevonden door ouders, maar is ook bekender geworden bij de professionele juridische adviseurs en de onderwijsadvocaten. Zij heeft inmiddels een vaste plek verworven in het aanbod aan geschillenprocedures in het onderwijs."

Waar gaan de meeste geschillen over? Ziet u een trend in de onderwerpen van de geschillen? Is deze trend een voortzetting van trends in de afgelopen vijf jaar?

Jacques Dijkgraaf: "Bij de invoering van passend onderwijs werd er door de wetgever een geschillencommissie in het leven geroepen die in de wet de naam kreeg van de Tijdelijke geschillencommissie toelating en verwijdering. Aangezien de wet het mogelijk maakte ook geschillen over het opstellen en bijstellen van het ontwikkelingsperspectief (OPP) voor te leggen hebben we in 2014 bij het presenteren van de commissie gekozen voor de naam Geschillencommissie passend onderwijs. Een naam die dus afwijkt van de wettelijke benaming.

Toch laat de praktijk zien dat een ruime meerderheid van de geschillen inderdaad gaat over verwijdering (zo’n 70 %) en over toelating (20%). De resterende 10% gaat over het OPP.  Die verhouding is over alle jaren dat de GPO nu bestaat ongeveer gelijk gebleven, daarin verschilt 2019 niet van voorgaande jaren. Wat wel verschilt is de heftigheid van de incidenten die soms aan verwijdering ten grondslag liggen. Het is iedereen die de krant leest vast niet ontgaan dat scholen vaker te maken krijgen met heftige veiligheidsincidenten, zoals steekpartijen en zelfs het dreigen met vuurwapens. Ook het gebruik van en de handel in drugs op school is een ernstige aantasting van de veilige schoolomgeving die iedereen nastreeft.

Sommige verwijderingsbesluiten hebben dan ook minder te maken met de vraag of het aangeboden onderwijs passend is en meer met het waarborgen van de veiligheid van de schooldeelnemers. Het is ook niet voor niets dat de Kinderombudsman aandacht vraagt voor dit serieuze probleem. Toch plaatst de Commissie verwijderingsbeslissingen in kader van passend onderwijs, omdat ook voor (vermeende) daders geldt dat zij gebaat zijn bij het volgen van onderwijs dat past bij de eigen mogelijkheden en dat rekening houdt met de eigen beperkingen."

Het is immers het belang van het kind bij passend onderwijs dat in al onze overwegingen centraal staat. Zonder uit het oog te verliezen dat ook de medeleerlingen en de school belang hebben bij een schoolomgeving, waarin het mogelijk is passend onderwijs aan te bieden.

Hoe oordeelde de Commissie in 2019 in geschillen over verwijdering?

Jacques Dijkgraaf: "De toetsing van de commissie als het gaat om verwijderingsbeslissing is vrij streng. Wij willen namelijk niet vergeten dat voor de betrokken leerling verwijdering zeer ingrijpend is. Probeert u zich maar voor te stellen wat voor een gevoel van afwijzing dit teweeg kan brengen als een groepje volwassen tegen jou als scholier zegt: ”Jij mag niet meer in dit gebouw komen. Je moet ergens anders heen. Want dat is beter voor jou!” Soms is het ook echt beter voor die leerling (of voor zijn schoolomgeving) en dan moet verwijdering ook mogelijk zijn. Maar alleen na een zorgvuldige belangenafweging waarin door de school aandacht is besteed aan alle relevante feiten, aan de wettelijke verplichtingen en aan alle betrokken belangen."

Hoe lang duurt een procedure gemiddeld? Wat gebeurt er nadat de Commissie een advies heeft uitgebracht?

Jacques Dijkgraaf: "Net zoals wij streng voor de scholen zijn proberen we ook streng voor ons zelf te zijn en onze adviezen heel zorgvuldig te formuleren.

Uit het feit dat het merendeel van onze adviezen (bijna 90%) door de scholen worden opgevolgd leid ik af dat we hier meestal in slagen. Dat is geen reden voor zelfgenoegzaamheid, maar een aanmoediging om dit niveau van zorgvuldigheid en evenwichtigheid vast te houden.

Volgens mij is een belangrijke reden van de acceptatie van onze adviezen het laagdrempelige en toegankelijke karakter van onze procedure. Bovendien proberen we ook zo snel mogelijk na het indienen van het verzoek een zitting te plannen. Het probleem is meestal nog actueel tijdens de behandeling ter zitting, hetgeen de mogelijkheid biedt aan de commissie om niet alleen te adviseren, maar ook mee te denken. Dat is ook de reden waarom wij aan gemachtigden geen uitstel geven voor het indienen van stukken. De Commissie wil zoveel mogelijk in de actualiteit werken en als het even kan op een wijze waarbij we het geschil niet (onnodig) juridiseren. Uiteraard is het van belang te toetsen of alle wettelijke verplichtingen worden nagekomen.

Bij veel geschillen rondom passend onderwijs is er echter sprake van een niet zo’n eenvoudige leefomgeving/gezinssituatie voor de betreffende jongere. Het is dan zaak ook oog te hebben voor een oplossingsrichting die recht doet aan:

  • de vrijheid van ouders bij hun keuzes in de opvoeding
  • de niet onbegrensde mogelijkheden van scholen
  • de positie van leerkrachten
  • het belang van medeleerlingen."

Minister Slob wil onderzoeken of de Commissie structureel gemaakt moet worden. Ook wil hij de adviezen van de GPO bindend maken. Wat is het standpunt van de Commissie ten aanzien van dit voornemen?

Jacques Dijkgraaf: "De Commissie deelt de opvatting van de minister dat de laagdrempelige voorziening die de commissie is kan bijdragen aan het tegengaan van thuiszitters en het beter op elkaar afstemmen van het onderwijsaanbod van de school en de ondersteuningsbehoefte van een leerling. Wij zijn het ook eens met de minister dat de huidige ontwikkelingen in het onderwijs met zich meebrengen dat een dergelijke voorziening ook na afloop van de zittingstermijn in 2022 nog zijn nut kan bewijzen.

Ten behoeve van het tegengaan van de thuiszittersproblematiek denkt de minister nu na over het eventueel organiseren van doorzettingsmacht. De GPO zou bij geschillen over de inzet van die doorzettingsmacht een rol kunnen spelen als bindend adviseur. Daarover zijn wij met de minister in overleg."

Downloaden