Wet versterking bestuurskracht per 1 januari 2017 van kracht: overzicht van de wijzigingen

Op 1 januari 2017 treedt de Wet versterking bestuurskracht onderwijsinstellingen in werking*. Met deze wet wordt de medezeggenschap in alle onderwijssectoren versterkt.
De wet brengt tevens wijzigingen met zich mee in de bevoegdheden van:

Deze Commissies zijn ondergebracht bij Onderwijsgeschillen.

* Een gedeelte van de wetswijzigingen met betrekking tot de opleidingscommissies in het hoger onderwijs treedt per 1 september 2017 in werking.

Overzicht van de belangrijkste wijzigingen voor de medezeggenschap

Alle onderwijssectoren

  • benoemingen van bestuurders moeten plaatsvinden op basis van vooraf kenbare profielen. Het medezeggenschapsorgaan krijgt adviesrecht op de vaststelling van die profielen;
  • op voorgenomen besluiten tot benoeming of ontslag van een bestuurder, heeft het medezeggenschapsorgaan adviesrecht;
  • voor het benoemen van een bestuurder of een nieuw lid van het College van Bestuur wordt een sollicitatiecommissie ingesteld, waarin een vertegenwoordiging namens de personeelsgeleding en de ouder- respectievelijk leerling- of studentgeleding van de medezeggenschap zitting neemt;
  • ten minste  twee keer per jaar vindt overleg plaats tussen het medezeggenschapsorgaan en de interne toezichthouder.

Primair en voortgezet onderwijs

In de Wet medezeggenschap op scholen (Wms) wordt de positie van de MR versterkt:

  • de MR krijgt rechtstreeks de noodzakelijke kosten vergoed van het bevoegd gezag, zonder dat daarvoor nog een faciliteitenregeling vereist is. De MR moet het bevoegd gezag wel vooraf in kennis stellen van de te maken kosten voor het raadplegen van deskundigen en het voeren van rechtsgedingen; doet de MR dat niet, dan komen die kosten niet ten laste van het bevoegd gezag;
  • In het voortgezet onderwijs krijgt de leerlingengeleding van de medezeggenschapsraad (MR) instemmingsrecht op de vaststelling en wijziging van het leerlingenparticipatiebeleid. In het leerlingenparticipatiebeleid legt elke school voor voortgezet vast hoe de inspraak en betrokkenheid van leerlingen wordt geregeld.

De geschillenregeling wordt aangepast:

  • als het bevoegd gezag een besluit neemt waarmee de MR niet heeft ingestemd of waarvoor niet de vereiste instemming van de MR gevraagd is, kan de MR tegenover het bevoegd gezag binnen 6 weken de nietigheid van het besluit inroepen;
  • de MR kan de geschillencommissie vragen om het bevoegd gezag te verplichten zich te onthouden van uitvoering of toepassing van een nietig besluit;
  • de MR kan ook een adviesgeschil aan de geschillencommissie voorleggen als het bevoegd gezag ten onrechte geen advies aan de MR heeft gevraagd;
  • De uitspraak van de LCG WMS kan ten uitvoer worden gelegd nadat de voorzieningenrechter van de rechtbank daartoe op verzoek van de MR verlof heeft verleend.

De bevoegdheid van de LCG WMS wordt uitgebreid:

  • nalevingsgeschillen zullen niet langer tot de bevoegdheid van de Ondernemingskamer behoren maar bij de LCG WMS thuishoren. Dit betekent een meer laagdrempelige voorziening waar niet de bijstand van een advocaat vereist is;
  • nalevingsgeschillen zullen zowel door de MR als door het bevoegd gezag kunnen worden ingediend bij de LCG WMS;
  • de LCG WMS kan het bevoegd gezag de verplichting opleggen om de gevolgen van een besluit ongedaan te maken of om na te laten om het besluit uit te voeren;
  • de LCG WMS kan een dwangsom opleggen aan het bevoegd gezag;
  • de LCG WMS kan de MR ontbinden als deze zijn verplichtingen niet nakomt.

De rol van de Ondernemingskamer verandert:

  • de Ondernemingskamer is in het primair en voortgezet onderwijs alleen nog bevoegd om kennis te nemen van een beroep tegen een uitspraak van de LCG WMS;
  • de Ondernemingskamer krijgt een ruimere beoordelingsbevoegdheid: het voorschrift in de Wms dat de Ondernemingskamer alleen toetst of de LCG WMS de Wms juist heeft toegepast, wordt geschrapt.

Geschillen over de Wms kunnen worden voorgelegd aan de Landelijke Commissie voor Geschillen WMS (LCG WMS).

Middelbaar beroepsonderwijs (mbo)

De Wet educatie en beroepsonderwijs (WEB) wordt gewijzigd:

de gezamenlijke vergadering van de deelnemersraad, de ondernemingsraad en de ouderraad (als die er is) krijgt instemmingsrecht op de hoofdlijnen van de begroting.

Instemmingsgeschillen over de hoofdlijnen van de begroting kunnen worden voorgelegd aan de Landelijke Commissie voor Geschillen deelnemers en ouders MBO.

Hoger onderwijs

De Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek (WHW) wordt gewijzigd:

  • de opleidingscommissie in het hoger onderwijs wordt een formeel medezeggenschapsorgaan, en krijgt meer instemmingsrechten betreffende de onderwijsinhoudelijke delen van de Onderwijs- en Examenregeling (OER), alsmede een wettelijk informatie- en initiatiefrecht;
  • de faciliteitenregeling wordt versterkt. Er wordt wettelijk omschreven op welke gebieden de medezeggenschap ondersteuning behoeft: ambtelijke, financiële en juridische ondersteuning en scholing.
  • De opleidingscommissie wordt toegevoegd als orgaan dat partij kan zijn in een medezeggenschapsgeschil bij de Landelijke Commissie voor Geschillen medezeggenschap Hoger Onderwijs

Downloaden

Wet versterking bestuurskracht onderwijsinstellingen