Reglement Geschillencommissie oogo-jeugdplan

Reglement van de Geschillencommissie oogo-jeugdplan zoals bedoeld in het Model Procedure oogo-jeugdplan. Het reglement kan worden vastgesteld nadat de Commissie is geïnstalleerd.

Artikel 1      Begripsbepalingen

Dit reglement verstaat onder:
Commissie: de Geschillencommissie oogo-jeugdplan als bedoeld in het Model Procedure oogo-jeugdplan;
college: een of meerdere colleges van burgemeester en wethouders;
Model Procedure oogo-jeugdplan: het model van de Procedure op overeenstemming gericht overleg zoals bedoeld in artikel 2.2, derde lid Jeugdwet;
overlegcommissie: de overlegcommissie die ten behoeve van het voeren van op overeenstemming gericht overleg is samengesteld uit een vertegenwoordiging van het college van burgemeester & wethouders en een vertegenwoordiging van het samenwerkingsverband;
PO-raad: de Vereniging voor schoolbesturen in het primair onderwijs te Utrecht;
samenwerkingsverband: het samenwerkingsverband zoals bedoeld in artikel 18a van de Wet op het primair onderwijs of artikel 17a van de Wet op het voortgezet onderwijs;
Stichting: Stichting Onderwijsgeschillen te Utrecht;
VO-raad: de Vereniging voor schoolbesturen in het voortgezet onderwijs te Utrecht;
VNG: Vereniging van Nederlandse Gemeenten te Den Haag;
Werkdag: elke dag niet zijnde zaterdag, zondag of erkende feestdag;

Artikel 2      Geschillen

  1. De Commissie neemt kennis van en brengt advies uit in geschillen die door een college of een samen­werkingsverband zelfstandig, of door partijen gezamenlijk op grond van het bepaalde in het Model Procedure oogo-jeugdplan en de daarbij behorende Overeenkomst oogo-jeugdplan, aan haar ter bemiddeling of ter advisering zijn voorgelegd.
  2. De Geschillencommissie behandelt een verzoek om bemiddeling, overeenkomstig dit reglement op een wijze die naar haar oordeel meest passend is.
  3. Op de behandeling van het geschil zijn de bepalingen van de Algemene wet bestuursrechtniet van toepassing.
  4. De Stichting voert het secretariaat van de Commissie.

Artikel 3      Verzoekschrift

  1. Binnen zes dagen na de bijzondere vergadering, bedoeld in artikel 5 van het Model Procedure oogo-jeugdplan, wordt het geschil bij de Commissie aanhangig gemaakt door toezending van een gemotiveerd verzoekschrift aan het secretariat.
  2. Bij het verzoekschrift worden alle op het geschil betrekking hebbende bescheiden gevoegd.
  3. Het verzoekschrift bevat:
    a. de naam en het adres van de verzoeker en zo nodig de gekozen woonplaats ten aanzien van de procedure;
    b. de naam en het adres van de verweerder;
    c. de naam en het adres van de voorzitter van de overlegcommissie;
    d. een omschrijving van het verzoek en de gronden waarop dit berust;
  4. Indien het verzoekschrift na de in het eerste lid van deze bepaling gestelde termijn is ingediend, laat de Commissie niet-ontvankelijkverklaring achterwege, indien de verzoeker aantoont dat hij zo spoedig als redelijkerwijs verlangd kon worden, het geschil heeft voorgelegd.
  5. Indien het verzoekschrift niet voldoet aan de eisen gesteld in het tweede lid en derde lid van dit artikel, stel de voorzitter van de Geschillencommissie de verzoeker in kennis van het verzuim. Na ontvangst van deze kennisgeving dient verzoeker binnen een door de voorzitter te bepalen termijn dit verzuim te herstellen.
  6. Alle aan de Commissie over te leggen stukken worden in zesvoud ingediend.
  7. De secretaris tekent op de ingekomen stukken de datum van ontvangst aan en zendt bericht van ontvangst aan de afzender.
  8. Indien het verzoek kennelijk bij een andere Commissie moet worden ingediend, deelt de secretaris dit onverwijld aan de verzoeker mee.

Artikel 4      Vereenvoudigde behandeling

Indien de Commissie kennelijk onbevoegd is deelt de voorzitter dit onverwijld en gemotiveerd aan partijen mede. In andere gevallen oordeelt de Commissie of zij bevoegd is.

Artikel 5      Verweerschrift

  1. In andere gevallen dan die als bedoeld in artikel 4 van dit reglement, zendt de secretaris onmiddellijk na ontvangst van het verzoekschrift of hersteld verzoekschrift een exemplaar daarvan met de daarbij behorende stukken, aan de verweerder en stelt hem in de gelegenheid binnen een termijn van twee weken een verweerschrift in te dienen. De voorzitter de termijn voor verweer verlengen.
  2. Na ontvangst van het verweerschrift zendt de secretaris onverwijld een exemplaar daarvan aan de verzoeker.

Artikel 6      Repliek en Dupliek

De Commissie kan de verzoeker in de gelegenheid stellen schriftelijk te repliceren, in welk geval de wederpartij in de gelegenheid wordt gesteld te dupliceren. De voorzitter stelt de termijnen voor repliek en dupliek vast.

Artikel 7      Plaats en tijdstip van de mondelinge behandeling, indienen van stukken

  1. De voorzitter van de Commissie bepaalt op zo kort mogelijke termijn de plaats waar en het tijdstip waarop de behandeling van het geschil ter zitting zal plaatsvinden. Aan partijen wordt daarvan tijdig kennis gegeven door een schriftelijke uitnodiging. Bij de uitnodiging wordt medegedeeld uit welke personen de Commissie die het geschil ter zitting zal behandelen, zal zijn samengesteld.
  2. Tot vijf werkdagen voor de zitting en wel tot 12.00 uur 's middags kunnen partijen stukken indienen.
  3. De voorzitter van de Commissie beslist op het verzoek tot toelating van te laat ingediende stukken.

Artikel 8      Schriftelijke behandeling

Met eenstemmig goedvinden van de Commissie en partijen kan de behandeling van het geschil schriftelijk geschieden. In dat geval geeft de Commissie toepassing aan artikel 6.

Artikel 9      Wraking en verschoning

  1. Een lid van de Commissie, waaronder ook wordt verstaan de voorzitter, kan door ieder der partijen worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de onpartijdigheid van het commissielid schade zou kunnen lijden. Ook kan op grond van zodanige feiten of omstandigheden een lid van de Commissie zich verschonen.
  2. Het wrakingsverzoek wordt schriftelijk ingediend zodra de feiten of omstandigheden aan de verzoekende partij bekend zijn geworden. Ter zitting kan het verzoek ook mondeling geschieden.
  3. Een lid, wiens wraking is verzocht, kan in de wraking berusten.
  4. Ingeval van een verzoek tot wraking wordt de behandeling van de zaak door de Commissie geschorst onder mededeling aan partijen dat het wrakingsverzoek zo spoedig mogelijk zal worden behandeld door de wrakingskamer van de Stichting Onderwijsgeschillen en dat het onderzoek van de Commissie in de hoofdzaak zal worden voortgezet na en met inachtneming van de beslissing van de wrakingskamer.
  5. De wrakingskamer beslist zo spoedig mogelijk of het verzoek tot wraking wordt toegestaan.
  6. Op de behandeling van het wrakingsverzoek is het reglement van de wrakingskamer van toepassing.

Artikel 10     Vervanging ter zitting, getuigen, deskundigen

  1. Partijen kunnen zich ter zitting door een gemachtigde laten vertegenwoordigen of  bijstaan.
  2. De Commissie kan van een gemachtigde die geen advocaat is een schriftelijke machtiging verlangen.
  3. De Commissie kan ambtshalve partijen getuigen en deskundigen oproepen met dien verstande dat zij de namen van de personen uiterlijk op de vierde dag voor de zitting schriftelijk opgeeft aan de secretaries.
  4. De Commissie kan een van haar leden aanwijzen om getuigen of deskundigen te horen. In dat geval bepaalt de Commissie het tijdstip van het verhoor en de wijze waarop het verhoor zal geschieden.

Artikel 11     Deskundigenonderzoek

  1. De Commissie kan bij tussenbeslissing een of meer deskundigen benoemen om een advies uit te brengen.
  2. De Commissie zendt ten spoedigste afschrift van de benoeming en van de aan de deskundige(n) gegeven opdracht aan de partijen.
  3. De Commissie kan van partijen verlangen de deskundige(n) de vereiste inlichtingen te verschaffen en de benodigde medewerking te verlenen.
  4. Na ontvangst van het deskundigenbericht wordt dit in afschrift door de Commissie ten spoedigste aan de partijen toegezonden.
  5. Op verzoek van een der partijen en indien de Commissie daar reden toe ziet, wordt/worden de deskundige(n) nadien op een zitting van de Commissie gehoord. Indien een partij zulk een verzoek wenst te doen, deelt zij dit ten spoedigste mede aan de Commissie en aan de wederpartij.
  6. De Commissie stelt de partijen in de gelegenheid, de deskundige(n) vragen te stellen

Artikel 12     De behandeling ter zitting

  1. Het geschil wordt behandeld in een besloten zitting van de Commissie. De voorzitter kan bepalen dat het geschil wordt behandeld in een openbare zitting.
  2. De voorzitter heeft de leiding van de zitting, hij/zij geeft elk van de partijen de gelegenheid haar standpunt toe te lichten.
  3. Voordat de behandeling ter zitting is gesloten, deelt de voorzitter mede wanneer het advies wordt uitgebracht.

Artikel 13     Heropening onderzoek

Indien de Commissie van oordeel is dat het onderzoek niet volledig is geweest, kan zij het heropenen. De Commissie bepaalt daarbij op welke wijze het onderzoek wordt voortgezet. De secretaris doet zo spoedig mogelijk mededeling daarvan aan partijen.

Artikel 14     Beraadslaging

  1. De Commissie beraadslaagt en beslist in besloten vergadering. Zij beslist bij meerderheid van stemmen.
  2. De Commissie oordeelt naar redelijkheid en billijkheid.

Artikel 15     Advies

  1. Binnen vier weken na de laatste zitting dan wel de laatste uitwisseling van stukken brengt de Commissie haar advies uit.
  2. Het advies van de Commissie is gedagtekend en houdt in:
    a. de namen en vestigingsplaatsen van de partijen en de namen van de gemachtigden;
    b. de gronden waarop het advies berust;
    c. het oordeel aangaande de (niet-) ontvankelijkheid van het verzoek;
    d. het inhoudelijk oordeel op het verzoek om bemiddeling of advies.
  3. Het advies van de Commissie kan zich voorts onder andere uitstrekken tot de beoordeling:
    a. of en hoe het op overeenstemming gericht overleg dient te worden voortgezet;
    b. of op het college een inspanningsverplichting rust om de visie van het samenwerkings­verband op het jeugdplan tijdens de behandeling van dat concept jeugdplan met de gemeenteraad te bespreken.
  4. Het advies van de Commissie bevat voorts:
    a. eventuele aanbevelingen;
    b. de namen van de leden van de Commissie die het advies hebben vastgesteld.
  5. Het advies wordt door de voorzitter en de secretaris ondertekend en toegezonden aan partijen en de voorzitter van de overlegcommissie.

Artikel 16     Intrekking

Verzoeker kan bij schriftelijke, gedagtekende en ondertekende kennisgeving of mondeling ter zitting het verzoek intrekken.

Artikel 17     Termijnen

Indien door dwingende omstandigheden de Commissie niet in staat is geweest binnen de daarvoor gestelde termijn een zitting te beleggen of advies uit te brengen, deelt de secretaris dit na overleg met de voorzitter aan partijen mede en wordt zo spoedig mogelijk een zitting gehouden ofwel het advies uitgebracht.

Artikel 18     Geheimhouding

  1. Alle op de zaak betrekking hebbende stukken dienen ter vertrouwelijke kennisneming van de Commissie. Anderen dan de partijen of de gemachtigden en adviseurs mogen vanwege de Commissie deze stukken niet inzien of hiervan afschriften of uittreksels maken.
  2. De leden van de Commissie en de secretaris zullen al hetgeen zij in verband met een geschil vernemen als vertrouwelijk beschouwen.
  3. Zodra de Commissie haar advies heeft uitgebracht, zenden de leden de in hun bezit zijnde stukken die op het geschil betrekking hebben, aan het secretariaat, dat zorg draagt voor archivering van één volledig dossier en voor vernietiging van de overige stukken.

Artikel 19     Aansprakelijkheid

De Commissie, de leden van de Commissie en van het secretariaat, zijn niet aansprakelijk voor de gevolgen van de uitspraken en werkzaamheden.

Artikel 20     Bekendmaking van het reglement en de uitspraken

Het reglement en de uitspraken van de Commissie worden in geanonimiseerde vorm gepubliceerd op de website van de Stichting: www.onderwijsgeschillen.nl.

Artikel 21     Onvoorziene situatie

In gevallen waarin dit reglement niet voorziet, beslist de voorzitter.

Artikel 22     Wijziging en inwerkingtreding van het reglement

  1. Een voorstel tot wijziging van dit reglement kan bij de secretaris worden ingediend door:
    a. een Commissielid;
    b. de VNG, de PO-raad en de VO-raad, zowel gezamenlijk als ieder afzonderlijk.
  2. Wijziging van lid 1.b. van deze bepaling behoeft toestemming van de VNG, de PO-raad en de VO-raad.
  3. De secretaris belegt acht weken na ontvangst van dit voorstel een vergadering, waarvoor de persoon of organisatie die het voorstel tot wijziging heeft gedaan, de leden en de plaatsver­vangende leden van de Commissie worden uitgenodigd. Tegelijk met de uitnodiging voor de vergadering wordt het wijzigingsvoorstel toegezonden.
  4. Over het wijzigingsvoorstel beslist de Commissie.
  5. De secretaris maakt voor de datum van ingang het gewijzigde reglement openbaar.

Dit reglement is door de Commissie vastgesteld en in werking getreden op 5 december 2014 en aangepast op 30 oktober 2015