Reglement Geschillencommissie oogo-ondersteuningsplan

Reglement van de Geschillencommissie oogo-ondersteuningsplan(*) zoals bedoeld in het Model Procedure oogo-ondersteuningsplan

Artikel 1      Begripsbepalingen

Dit reglement verstaat onder: 
Commissie: de Geschillencommissie oogo-ondersteuningsplan als bedoeld in het Model Procedure oogo-ondersteuningsplan; 
College: een of meerdere colleges van burgemeester en wethouders; 
Model Procedure oogo-ondersteuningsplan: het model van de Procedure op overeenstemming gericht overleg zoals bedoeld in artikel 18a lid 9 WPO en 17a lid 9 WVO;
Overlegcommissie: de overlegcommissie die ten behoeve van het voeren van op overeen­stemming gericht overleg is samengesteld uit een vertegenwoordiging van het college van burgemeester & wethouders en een vertegenwoordiging van het samenwerkingsverband; 
PO-Raad: de Vereniging voor schoolbesturen in het primair onderwijs te Utrecht;
Samenwerkingsverband: het samenwerkingsverband zoals bedoeld in artikel 18a tweede lid WPO of 17a tweede lid WVO, of een landelijk samenwerkingsverband, zoals bedoeld in artikel 18a vijftiende lid WPO of artikel 17a vijftiende lid WVO;
Stichting: Stichting Onderwijsgeschillen te Utrecht;
VO-raad: de Vereniging voor schoolbesturen in het voortgezet onderwijs te Utrecht;
VNG: Vereniging van Nederlandse Gemeenten te Den Haag; 
Werkdag: elke dag niet zijnde zaterdag, zondag of erkende feestdag.

Artikel 2      Geschillen

De Commissie neemt kennis van en doet uitspraak in geschillen die door een samenwerkings­verband of een college op grond van het bepaalde in het Model Procedure oogo-ondersteuningsplan en de daarbij behorende Overeenkomst oogo-ondersteuningsplan, aan haar worden voorgelegd. Op de behandeling van het geschil zijn de bepalingen van de Algemene wetbestuursrecht niet van toepassing.

Artikel 3      Verzoekschrift

  1. Binnen zes dagen na de bijzondere vergadering, bedoeld in artikel 5 van het Model Procedure oogo-ondersteuningsplan, wordt het geschil bij de Commissie aanhangig gemaakt door toezending van een gemotiveerd verzoekschrift aan het secretariaat.
  2. Bij het verzoekschrift worden alle op het geschil betrekking hebbende bescheiden gevoegd.
  3. Het verzoekschrift bevat:
    a. de naam en het adres van de verzoeker en zo nodig de gekozen woonplaats ten aanzien van de procedure;
    b. de naam en het adres van de verweerder;
    c. de naam en het adres van de voorzitter van de overlegcommissie;
    d. devermelding of het een verzoek betreft om advies of bindend advies of arbitrage; 
    e. een omschrijving van het verzoek en de gronden waarop dit berust;
  4. Indien het verzoekschrift na de in lid 1 gestelde termijn is ingediend, laat de Commissie niet-ontvankelijkverklaring achterwege, indien de verzoeker aantoont dat hij zo spoedig als redelijkerwijs verlangd kon worden, het geschil heeft voorgelegd.
  5. Indien het verzoekschrift niet voldoet aan de eisen gesteld in het tweede lid en derde lid van dit artikel, stel de voorzitter van de Geschillencommissie de verzoeker in kennis van het verzuim. Na ontvangst van deze kennisgeving dient verzoeker binnen vijf werkdagen dit verzuim te herstellen.
  6. Alle aan de Commissie over te leggen stukken worden in zesvoud ingediend.
  7. De secretaris tekent op de ingekomen stukken de datum van ontvangst aan en zendt bericht van ontvangst aan de afzender.
  8. Indien het verzoek kennelijk bij een andere Commissie moet worden ingediend, deelt de secretaris dit onverwijld aan de verzoeker mee.

Artikel 4      Vereenvoudigde behandeling

  1. Indien de Commissie kennelijk onbevoegd is deelt de voorzitter dit onverwijld gemotiveerd aan partijen mede. In andere gevallen oordeelt de Commissie of zij bevoegd is.
  2. In het geval van een mededeling van onbevoegdheid als bedoeld in de eerste volzin van het vorige lid is elke partij gerechtigd de Commissie binnen zes weken na de ontvangst daarvan te verzoeken het geschil alsnog in behandeling te nemen, bij welk verzoek de stelling dat de Commissie bevoegd is, dient gemotiveerd te zijn.

 Artikel 5      Verweerschrift

  1. In andere gevallen dan die als bedoeld in artikel 4 van dit reglement, zendt de secretaris onmiddellijk na ontvangst van het verzoekschrift of hersteld verzoekschrift een exemplaar daarvan met de daarbij behorende stukken, aan de verweerder en stelt hem in de gelegenheid binnen een termijn van twee weken een verweerschrift in te dienen. De voorzitter kan hiervoor een andere termijn bepalen. Bij elk exemplaar voegt de verweerder afschriften van de voornaamste op de zaak betrekking hebbende stukken. De voorzitter kan op basis van een tijdig en met redenen omkleed verzoek van de verweerder, de termijn voor verweer verlengen.
  2. Na ontvangst van het verweerschrift zendt de secretaris onverwijld een exemplaar daarvan, vergezeld van de daarbij behorende afschriften, aan de verzoeker.

Artikel 6      Repliek en Dupliek

De Commissie kan de verzoeker in de gelegenheid stellen schriftelijk te repliceren, in welk geval de wederpartij in de gelegenheid wordt gesteld te dupliceren. De voorzitter stelt de termijnen voor repliek en dupliek vast.

Artikel 7      Vaststelling plaats en tijdstip van de mondelinge behandeling

De voorzitter van de Commissie bepaalt op zo kort mogelijke termijn de plaats waar en het tijdstip waarop de behandeling van het geschil ter zitting zal plaatsvinden. Aan partijen wordt daarvan tijdig kennis gegeven door een schriftelijke uitnodiging. Bij de uitnodiging wordt medegedeeld uit welke personen de Commissie die het geschil ter zitting zal behandelen, zal zijn samengesteld.

Artikel 8      Schriftelijke behandeling

Met eenstemmig goedvinden van de Commissie en partijen kan de behandeling van het geschil schriftelijk geschieden. 
In dat geval wordt de verzoeker in de gelegenheid gesteld binnen een bepaalde termijn te repliceren waarna de verweerder in de gelegenheid wordt gesteld om binnen een bepaalde termijn te dupliceren.

Artikel 9      Wraking en verschoning

  1. Een lid van de Commissie, waaronder ook wordt verstaan de voorzitter, kan door ieder der partijen worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de onpartijdigheid van het commissielid schade zou kunnen lijden. Ook kan op grond van zodanige feiten of omstandigheden een lid van de Commissie zich verschonen.
  2. Het wrakingsverzoek wordt schriftelijk ingediend zodra de feiten of omstandigheden aan de verzoekende partij bekend zijn geworden. Ter zitting kan het verzoek ook mondeling geschieden.
  3. Een lid, wiens wraking is verzocht, kan in de wraking berusten.
  4. Ingeval van een verzoek tot wraking wordt de behandeling van de zaak door de Commissie geschorst onder mededeling aan partijen dat het wrakingsverzoek zo spoedig mogelijk zal worden behandeld door de wrakingskamer van de Stichting Onderwijsgeschillen en dat het onderzoek van de Commissie in de hoofdzaak zal worden voortgezet na en met inachtneming van de beslissing van de wrakingskamer.
  5. De wrakingskamer beslist zo spoedig mogelijk of het verzoek tot wraking wordt toegestaan.
  6. Op de behandeling van het wrakingsverzoek is het reglement van de wrakingskamer van toepassing.

Artikel 10     Vervanging ter zitting, getuigen, deskundigen

  1. Partijen kunnen zich ter zitting door een gemachtigde doen vervangen of zich door een gemachtigde doen bijstaan.
  2. De Commissie kan van een gemachtigde die geen advocaat is een schriftelijke machtiging verlangen.
  3. De Commissie kan ambtshalve of op verzoek van partijen getuigen en deskundigen oproepen met dien verstande dat zij de namen van de personen uiterlijk op de vierde dag voor de zitting schriftelijk opgeeft aan de secretaris en aan de wederpartij
  4. De Commissie is bevoegd om een van haar leden aan te wijzen om getuigen of deskundigen te horen. In dat geval bepaalt de Commissie het tijdstip van het verhoor en de wijze waarop het verhoor zal geschieden.

Artikel 11     Deskundigenonderzoek

  1. De Commissie kan bij tussenbeslissing een of meer deskundigen benoemen tot het uitbrengen van een advies.
  2. De Commissie zendt ten spoedigste afschrift van de benoeming en van de aan de deskundige(n) gegeven opdracht aan de partijen.
  3. De Commissie kan van een partij verlangen, de deskundige(n) de vereiste inlichtingen te verschaffen en de benodigde medewerking te verlenen.
  4. Na ontvangst van het deskundigenbericht wordt dit in afschrift door de Commissie ten spoedigste aan de partijen toegezonden.
  5. Op verzoek van een der partijen en indien de Commissie daar reden toe ziet, wordt/worden de deskundige(n) nadien op een zitting van de Commissie gehoord. Indien een partij zulk een verzoek wenst te doen, deelt zij dit ten spoedigste mede aan de Commissie en aan de wederpartij.
  6. De Commissie stelt de partijen in de gelegenheid, de deskundige(n) vragen te stellen

Artikel 12     De behandeling ter zitting

  1. Het geschil wordt behandeld in een besloten zitting van de Commissie. De voorzitter kan bepalen dat het geschil wordt behandeld in een open zitting.
  2. De voorzitter heeft de leiding van de zitting, hij/zij geeft elk van de partijen de gelegenheid haar standpunt toe te lichten.
  3. Indien voor de sluiting van de zitting blijkt, dat het onderzoek niet volledig is geweest, kan de Commissie bepalen dat de behandeling ter zitting op een door de Commissie te bepalen tijdstip zal worden voortgezet. Daarbij kunnen aan partijen aanwijzingen worden gegeven met betrekking tot het bewijs.
  4. Voordat de behandeling ter zitting is gesloten, deelt de voorzitter mede wanneer uitspraak zal worden gedaan

Artikel 13     Heropening onderzoek

Indien de Commissie van oordeel is dat het onderzoek niet volledig is geweest, kan zij het heropenen. De Commissie bepaalt daarbij op welke wijze het onderzoek wordt voortgezet. De secretaris doet zo spoedig mogelijk mededeling daarvan aan partijen.

Artikel 14     Beraadslaging

  1. De Commissie beraadslaagt en beslist in besloten vergadering. Zij beslist bij meerderheid van stemmen.
  2. De Commissie oordeelt naar redelijkheid en billijkheid en grondt haar uitspraak uitsluitend op de stukken die voor de zitting zijn overgelegd alsmede op hetgeen ter zitting naar voren is gebracht en, behoudens indien de wederpartij hierdoor wordt benadeeld, op de stukken die ter zitting zijn overgelegd

Artikel 15     Uitspraak

  1. Binnen vier weken na de laatste zitting dan wel de laatste uitwisseling van stukken doet de Commissie uitspraak.
  2. De uitspraken van de Commissie zijn gedagtekend en houden in:
    a. de namen en woonplaatsen van de partijen en de namen van de gemachtigden; 
    b. de gronden, waarop de uitspraak berust; 
    c. - het oordeel over de (niet-) ontvankelijkheid van het verzoek; 
    c. - het oordeel aangaande het verzoek om advies over de wijze waarop het op over­eenstemming gericht overleg kan worden voortgezet;
    c. - het oordeel aangaande het verzoek om een bindend advies;
    c. - het oordeel aangaande het verzoek om arbitrage.
    d. de eventuele aanbeveling; 
    e. de namen van de leden van de Commissie die de uitspraak hebben vastgesteld.
  3. De uitspraak, door de voorzitter en de secretaris ondertekend, wordt toegezonden aan partijen. 

Artikel 16     Intrekking

Verzoeker kan bij schriftelijke, gedagtekende en ondertekende kennisgeving of mondeling ter zitting aan de Commissie mededelen dat het verzoek wordt ingetrokken.

Artikel 17     Termijnen

Indien door dwingende omstandigheden de Commissie niet in staat is geweest binnen de daarvoor gestelde termijn een zitting te beleggen of uitspraak te doen, deelt de secretaris dit na overleg met de voorzitter aan partijen mede en wordt zo spoedig mogelijk een zitting gehouden ofwel uitspraak gedaan.

Artikel 18     Geheimhouding

  1. Alle op de zaak betrekking hebbende stukken dienen ter vertrouwelijke kennisneming van de Commissie. Anderen dan de partijen of de gemachtigden en adviseurs mogen vanwege de Commissie deze stukken niet inzien of hiervan afschriften of uittreksels maken.
  2. De leden van de Commissie en de secretaris zullen al hetgeen zij in verband met een geschil vernemen als vertrouwelijk beschouwen.
  3. Zodra de Commissie uitspraak heeft gedaan, zenden de leden de in hun bezit zijnde stukken die op het geschil betrekking hebben, aan het secretariaat, dat zorg draagt voor archivering van één volledig dossier en voor vernietiging van de overige stukken.

Artikel 19     Aansprakelijkheid

De Commissie, de leden van de Commissie en van het secretariaat, zijn niet aansprakelijk voor de gevolgen van de uitspraken en werkzaamheden.

Artikel 20     Bekendmaking van het reglement en de uitspraken

Het reglement en de uitspraken van de Commissie worden in geanonimiseerde vorm gepubliceerd op de website van de Stichting: www.onderwijsgeschillen.nl

Artikel 21     Onvoorziene situatie

In gevallen waarin dit reglement niet voorziet, beslist de voorzitter, de overige leden van de Commissie gehoord.

Artikel 22     Wijziging en inwerkingtreding van het reglement

  1. Een voorstel tot wijziging van dit reglement kan bij de secretaris worden ingediend door:
    a. een Commissielid;
    b. de VNG, de PO-Raad en de VO-raad, zowel gezamenlijk als elk van deze organisaties afzonderlijk.
  2. Wijziging van lid 1.b. van deze bepaling behoeft toestemming van de VNG, de PO-Raad en de VO-raad.
  3. De secretaris belegt acht weken na ontvangst van dit voorstel een vergadering, waarvoor de persoon of organisatie die het voorstel tot wijziging heeft gedaan, de leden en de plaatsver­vangende leden van de Commissie worden uitgenodigd. Tegelijk met de uitnodiging voor de vergadering wordt het wijzigingsvoorstel toegezonden.
  4. Over het wijzigingsvoorstel beslist de Commissie.
  5. De secretaris zendt tijdig voor de datum van ingang het gewijzigde reglement aan de bij de Commissie aangesloten instellingen.

(*) versie 2 naam van de Commissie is gewijzigd 

Dit reglement is door de Commissie vastgesteld en in werking getreden op 1 maart 2014 en aangepast op 30 oktober 2015