Reglement​​ Governancecommissie VO

Taak: Toetsen naleven lidmaatschapseisen na melding
(Code Goed Onderwijsbestuur VO)
Naar voorbeeld van het reglement Klachtencommissie Goed Bestuur MBO

 

1. Begripsbepalingen

In dit reglement wordt verstaan onder

  • Bevoegd gezag: Het bestuur van de rechtspersoon dat het bevoegd gezag vormt van een school als bedoeld in de Wet op het voortgezet onderwijs en de Wet op de Expertisecentra, en dat lid is van de VO-raad;
  • Code: De Governancecode VO, vastgesteld door de VO-raad op 4 juni 2015;
  • Commissie: De Governancecommissie VO;
  • Lid: Het bevoegd gezag dat een of meer scholen voor voortgezet onderwijs in stand houdt en lid is van de vereniging (artikel 6, statuten VO-raad);
  • Lidmaatschapseisen:  De vereisten uit de Code die statutaire lidmaatschaps- verplichtingen van de vereniging zijn;
  • Melder: Het bevoegd gezag dat bij de Commissie een melding indient over het niet naleven door een ander bevoegd gezag van één of meerdere lidmaatschapseisen;
  • Toetsingskader: Het door de VO-raad opgestelde kader aan de hand waarvan de Commissie de naleving van de lidmaatschapseisen toetst; 
  • Vereniging: De vereniging met volledige rechtsbevoegdheid te weten de VO-raad;
  • Verweerder: Het bevoegd gezag over wie een melding is ingediend.
     

2. Meldingen

  1. Leden kunnen een melding maken, indien zij van mening zijn dat de lidmaatschapseisen uit de Code niet worden nageleefd. 

  2. De Commissie stelt vast of een melder lid is alsmede over wie en/of welke bevoegd gezag de melding(en) gaat/gaan. 

  3. Meldingen kunnen worden ingediend tot 1 jaar nadat het feit waartegen de melding is gericht, zich heeft voorgedaan.
     

3. Bevoegdheden

De Commissie werkt volgens een interventieladder. Hieronder is de interventieladder verder uitgewerkt. De opeenvolgende stappen van de interventieladder zijn: onderzoek, waarschuwing, schorsing, verlengde schorsing en opzegging van het lidmaatschap. 

  1. De Commissie heeft de bevoegdheid om een onderzoek uit te voeren gericht op het objectief vaststellen of het lid zich houdt aan de lidmaatschapseisen. De Commissie hanteert hiertoe het Toetsingskader. Na hoor en wederhoor komt de Commissie met een onafhankelijk oordeel. De Commissie informeert het College van Bestuur en de Raad van Toezicht van het betrokken lid over het houden van het onderzoek en over de resultaten van het onderzoek. 

  2. De Commissie gaat met het lid in gesprek als uit onderzoek blijkt dat het lid zich niet houdt aan de lidmaatschapseisen en heeft daarbij de bevoegdheid om een waarschuwing te geven indien de Commissie dit noodzakelijk acht. Met een waarschuwing wordt het lid in de gelegenheid gesteld om binnen een redelijke termijn alsnog te voldoen aan de lidmaatschapseisen. 

  3. Na afloop van de termijn, zoals genoemd in artikel 3 lid 2, gaat de Commissie opnieuw in gesprek met het lid om na te gaan of en in hoeverre het lid zich houdt aan de lidmaatschapseisen. Indien het lid nog steeds niet voldoet aan de lidmaatschapseisen, adviseert de Commissie binnen twee weken het bestuur van de VO-raad het lid te schorsen voor een periode van maximaal zes werkweken waartoe het bestuur van de VO-raad kan besluiten. Tijdens de schorsing wordt het lid behandeld als niet lid, hetgeen betekent dat aan het lid gedurende de schorsingsperiode geen lidmaatschapsrechten toekomen.  Het bestuur van de VO-raad neemt binnen twee weken hiertoe een besluit, hetgeen met redenen omkleed aan het lid kenbaar wordt gemaakt.  Het bestuur van de VO-raad informeert tegelijkertijd de Raad van Toezicht van het lid en de algemene ledenvergadering van de Vereniging over de schorsing. 

  4. Na afloop van de schorsingstermijn, onderzoekt de Commissie binnen twee weken of het lid inmiddels voldoet aan de lidmaatschapseisen. Als dat niet het geval is, adviseert de Commissie binnen die twee weken het bestuur van de VO-raad de schorsing nog eenmaal te verlengen met een periode van maximaal zes werkweken waartoe het bestuur van de VO-raad kan besluiten.  Het bestuur van de VO-raad neemt binnen twee weken hiertoe een besluit, hetgeen met redenen omkleed aan het lid kenbaar wordt gemaakt.  Het bestuur van de VO-raad informeert de Raad van Toezicht van het lid en de algemene ledenvergadering van de Vereniging over de verlengde schorsing. 

  5. Na deze periode van verlengde schorsing doet de Commissie binnen twee weken een finaal onderzoek en informeert de Commissie het bestuur van de VO-raad over de resultaten daarvan. Het bestuur van de VO-raad heeft namens de Vereniging de bevoegdheid om het lidmaatschap van het lid op te zeggen wanneer uit dit onderzoek blijkt dat het lid niet aan de lidmaatschapseisen voldoet. Het bestuur van de VO-raad kan pas overgaan tot opzegging van het lidmaatschap nadat zij het lid de mogelijkheid heeft gegeven om binnen twee weken haar zienswijze kenbaar te maken. Het bestuur informeert vervolgens binnen twee weken de Raad van Toezicht van het lid en de algemene ledenvergadering van de Vereniging en maakt de opzegging van het lidmaatschap via de kanalen van de VO-raad met redenen omkleed actief publiek openbaar. 

  6. Gedurende de onderzoeks- en besluitvormingsprocedure, zoals bedoeld in de leden 3, 4 en 5 van dit artikel, wordt ook in die periode het lid gezien als niet-lid. 

  7. Voor het opgezegde lid bestaat op grond van artikel 8 statuten VO-raad d.d. 23 december 2015 de mogelijkheid om in statutair beroep te gaan bij de algemene ledenvergadering van de Vereniging.
     

4. Algemeen

  1. Melder en verweerder zijn verplicht de Commissie alle beschikbare informatie te leveren waar de Commissie om vraagt.

  2. Nadat de melder hier aan heeft voldaan, is de melder ontheven van de plicht om verder betrokken te zijn bij de procedure. Indien noodzakelijk, kan door de Commissie hiervan worden afgeweken. 

  3. De Commissie is verplicht tot het horen van de verweerder.

  4. De Commissie is gerechtigd om bij andere partijen dan melder of verweerder informatie in te winnen. Het bevoegd gezag is verplicht deze informatie te leveren.

  5. De Commissie streeft ernaar om de behandeling van een melding binnen een redelijke termijn af te wikkelen waarbij de Commissie zich richt op termijnen zoals opgenomen in dit reglement.

  6. Van elke zaak wordt een schriftelijk dossier opgemaakt, hetgeen 1 jaar wordt bewaard, met daarin alle onderliggende stukken, het verslag van het horen van de verweerder en eventueel de melder en getuigen, de overwegingen, de motiveringen en de uitspraak. 

  7. De Commissie verricht haar werkzaamheden conform hetgeen in dit reglement, de instellingsregeling en het Toetsingskader is opgenomen. 
     

5. Procedure

  1. Een melding dient schriftelijk dan wel per e-mail te worden ingediend bij het secretariaat van de Commissie onder vermelding van naam en adres van de melder alsmede dagtekening. De melding bevat: 
    - tegen welke personen en/of welke bevoegd gezag(en) de melding zich richt;
    - een aanduiding van de aangelegenheid;​
    - welke lidmaatschapseis in het geding is.
    Het secretariaat stuurt de melder(s) per omgaande een ontvangstbevestiging.

  2. Mondelinge, telefonische alsmede anonieme meldingen worden niet in behandeling genomen.

  3. Indien melder, verweerder, een getuige of een deskundige, de Nederlandse taal onvoldoende beheerst, kan deze zich op eigen kosten doen bijstaan door een beëdigd tolk. In voorkomende gevallen kan de Commissie bepalen dat deze kosten voor haar rekening komen.

  4. De Commissie vormt zich een oordeel over de ontvankelijkheid en gegrondheid van een bij haar ingediende melding en brengt daarover een niet-bindend advies uit aan het bestuur van de VO-raad en de verweerder.

  5. De Commissie kan aan de melder verzoeken de melding nader te onderbouwen/motiveren hetgeen binnen vier weken na ontvangst van de melding(en) moet zijn afgerond. In bijzondere omstandigheden kan de Commissie deze termijn verlengen.

  6. De Commissie stelt de verweerder(n) zo spoedig schriftelijk in kennis van de ingediende melding(en). Tegelijkertijd stelt de Commissie de VO-raad op de hoogte van de melding en tegen wie en/of welke bevoegd gezag(en) de melding is ingediend.

  7. De verweerder kan zich in alle gevallen laten bijstaan.

  8. De termijn waarbinnen de Commissie haar advies aan de verweerder en de VO-raad dient te geven is opgenomen in artikel 3. 

  9. De termijn waarbinnen het bestuur van de VO-raad een besluit dient te nemen is opgenomen in artikel 3.

  10. In bijzondere omstandigheden kan de Commissie of het bestuur van de VO-raad besluiten de termijn te verlengen met maximaal twee weken. Van deze verlenging wordt aan partijen schriftelijk mededeling gedaan. 

  11. Het advies wordt geanonimiseerd openbaar gemaakt via de website van de VO-raad.

  12. Specifieke vragen over de adviezen van de Commissie worden uitsluitend door de Commissie zelf beantwoord.
     

6. Onvoorziene gevallen

In gevallen waarin dit reglement niet voorziet, beslist de Commissie.
 

7. Meldingsplicht

Indien de Commissie in de procedure aanleiding ziet te veronderstellen dat er in strijd met geldende wetgeving is gehandeld, meldt de Commissie dit aan de voorzitter van het bestuur van de VO-raad. ​
 

8. Inwerkingtreding, citeertitel en wijziging

  1. Dit reglement heeft de goedkeuring van het bestuur van de VO-raad.

  2. Dit reglement treedt in werking op 11 april 2018.

  3. Dit reglement kan worden gewijzigd door de Commissie met goedkeuring van het bestuur van de VO-raad.

  4. Een wijziging van dit reglement wordt onverwijld bekend gemaakt.

  5. Dit reglement kan worden aangehaald als: Reglement Governancecommissie Goed Onderwijsbestuur VO, Taak: Toetsen naleving lidmaatschapseisen.

 

Contactgegevens van het secretariaat van de Governancecommissie Goed Onderwijsbestuur VO:

Stichting Onderwijsgeschillen
Governancecommissie Goed Onderwijsbestuur VO
Postbus 85191
3508 AD  UTRECHT
telefoon: 030 - 280 8590

 

Vastgesteld door de VO-raad op 11 april 2018