Wet- en regelgeving

De Landelijke Arbitragecommissie Samenwerkingsverbanden passend onderwijs heeft geen wettelijke basis, maar vloeit voort uit de motie-Backer (D66) c.s., die tijdens de behandeling van de Wet passend onderwijs in de Eerste Kamer met algemene stemmen is aangenomen.

Aanleiding voor de instelling van de Arbitragecommissie 

Met de motie-Backer (D66) werd de regering gevraagd een permanente landelijke arbitragevoorziening in te stellen om geschillen binnen de samenwerkingsverbanden passend te beslechten. De aanleiding voor de motie was de bezorgdheid in de Eerste Kamer over de grote krachtsverschillen die binnen een samenwerkingsverband kunnen bestaan tussen de verschillende deelnemers, over de grote belangen die daarbij in het geding kunnen zijn en mogelijke geschillen daarbij. Problemen kunnen in het bijzonder ontstaan voor kleine scholen, so/vso-scholen en scholen die behoren tot meer dan één samenwerkingsverband.

Opname van de arbitrage in de statuten van de samenwerkingsverbanden

Conform de motie heeft de regering toegezegd een landelijke arbitragecommissie in te stellen. Deze voorziening wordt ingericht zonder wettelijke basis, omdat een wettelijk traject, zo geeft de staatssecretaris in zijn brief van 22 januari 2013 aan, veel tijd kost en niet noodzakelijk is. De regering heeft wel toegezegd te gaan stimuleren dat alle samenwerkingsverbanden in hun statuten vastleggen dat eventuele geschillen zullen worden voorgelegd aan de landelijke arbitragecommissie. De sectororganisaties hebben daartoe een modelpassage voor de statuten ontwikkeld. Als samenwerkingsverbanden deze modelpassage niet gebruiken, zal volgens de staatssecretaris,  alsnog een wettelijke regeling worden getroffen.

Downloaden

Motie-Backer (Kamerstukken I 2012/13, 33106, nr. L)
Modelpassage voor de statuten