Reglement Bezwarencommissie Schoolbestuursbeslissingen

Reglement als bedoeld in artikel 11 Instellingsbesluit Landelijke Bezwarencommissie Schoolbestuursbeslissingen

Artikel 1: Begripsbepalingen

Dit reglement verstaat onder:

Commissie de bezwarencommissie als bedoeld in artikel 1 van het Instellingsbesluit Landelijke Bezwarencommissie Schoolbestuursbeslissingen;
Verweerder het bevoegd gezag dat het bestreden besluit genomen heeft;
Bezwaarde degene (natuurlijk persoon, rechtspersoon, instantie of orgaan) die een bezwaarschrift heeft ingediend.

Bezwaarschrift doorgeleid door het bevoegd gezag

Artikel 2: Behandeling van het bezwaar door de Commissie

  1. Het bevoegd gezag verzoekt binnen twee weken na ontvangst van een bezwaarschrift aan de Commissie advies uit te brengen. Het vragen van advies aan de Commissie kan alleen achterwege blijven indien het bevoegd gezag geheel aan de bezwaren tegemoetkomt. 
  2. De, gedateerde en ondertekende, aanvraag gaat vergezeld van: 
    1. het besluit waartegen het bezwaar is gericht;
    2. het bezwaarschrift;
    3. alle overige op het besluit betrekking hebbende documenten;
    4. de gronden waarop het bevoegd gezag het bezwaar van betrokkene afwijst;
    5. naam en adres van bevoegd gezag en bezwaarde.
  3. Indien de adviesaanvraag niet voldoet aan het in het tweede lid bepaalde stelt de voorzitter het bevoegd gezag in de gelegenheid het verzuim binnen een door de voorzitter te bepalen termijn te herstellen. Tot de dag waarop het verzuim is hersteld of de daarvoor gestelde termijn ongebruikt is verstreken, wordt de termijn waarbinnen de Commissie het bevoegd gezag over het bezwaarschrift advies uitbrengt, opgeschort.

Bezwaarschrift ingediend door bezwaarde

Artikel 3: Behandeling van het bezwaar door de Commissie

  1. Bezwaarde, afkomstig uit een school voor openbaar onderwijs, dient binnen zes weken nadat hem het bestreden bestuursbesluit bekend is gemaakt, een bezwaarschrift bij het bevoegd gezag in.
  2. In plaats daarvan kan bezwaarde, afkomstig uit een school voor openbaar onderwijs, rechtstreeks de Commissie verzoeken advies over zijn bezwaar uit te brengen aan het bevoegd gezag. Hiervoor geldt eveneens de termijn van het eerste lid.
  3. Bezwaarde, afkomstig uit een school voor bijzonder onderwijs, dient binnen een door het bevoegd gezag gestelde termijn nadat hem het bestreden bestuursbesluit bekend is gemaakt, een bezwaarschrift bij het bevoegd gezag in.
  4. In plaats daarvan kan bezwaarde, afkomstig uit een school voor bijzonder onderwijs die bij de Commissie is aangesloten, rechtstreeks de Commissie verzoeken advies over zijn bezwaar uit te brengen aan het bevoegd gezag. Hiervoor geldt dezelfde termijn als bedoeld in het derde lid.
  5. Het, gedateerde en ondertekende, verzoek als bedoeld in het tweede en vierde lid gaat vergezeld van:
    1. het besluit waartegen het bezwaar is gericht;
    2. de gronden van het bezwaar;
    3. naam en adres van bevoegd gezag en bezwaarde.
  6. Indien de adviesaanvraag niet voldoet aan het in het vijfde lid bepaalde stelt de voorzitter de bezwaarde in de gelegenheid het verzuim binnen een door de voorzitter te bepalen termijn te herstellen. Tot de dag waarop het verzuim is hersteld of de daarvoor gestelde termijn ongebruikt is verstreken, wordt de termijn waarbinnen de Commissie het bevoegd gezag over het bezwaarschrift advies uitbrengt, opgeschort.
  7. Indien het verzuim niet binnen de gestelde termijn wordt hersteld, kan de Commissie besluiten het bevoegd gezag te adviseren het bezwaar niet-ontvankelijk te verklaren. Van dit besluit stelt de Commissie partijen onverwijld op de hoogte.
  8. Na ontvangst van een bezwaarschrift als bedoeld in het tweede of vierde lid, stelt de Commissie het bevoegd gezag onverwijld op de hoogte van de ontvangst van het bezwaarschrift onder het gelijktijdige verzoek haar binnen twee weken alle overige op het besluit betrekking hebbende documenten te doen toekomen. Tevens verzoekt zij het bevoegd gezag haar zo spoedig mogelijk de redenen te doen toekomen waarom aan het bezwaar niet volledig kon worden tegemoet gekomen.

Artikel 4: Toepasselijkheid van de wet

Voor zover in dit reglement of een regeling van het bevoegd gezag niet anders is bepaald, zijn op de behandeling van de bezwaarschriften de bepalingen van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing.

Artikel 5: Afzien van hoorplicht

Van het horen van de indiener van het bezwaarschrift, het bevoegd gezag en eventuele andere belanghebbenden kan worden afgezien indien:

  1. de Commissie niet bevoegd is om over het bezwaar te adviseren;
  2. het bezwaar niet ontvankelijk is;
  3. het bezwaar kennelijk ongegrond is;
  4. aan het bezwaar volledig tegemoet wordt gekomen en andere belanghebbenden daardoor niet in hun belangen kunnen worden geschaad.

Artikel 6 : Het inwinnen van inlichtingen

De Commissie is bevoegd deskundigen en informanten te raadplegen. Indien zij van deze bevoegdheid gebruik maakt, deelt zij dat mee aan partijen en brengt zij de verkregen informatie ter kennis van partijen.

Artikel 7: Openbaarheid van stukken

Tenzij de Commissie toepassing geeft aan artikel 8 stuurt zij partijen afschrift van alle op het bezwaar betrekking hebbende stukken toe.

Artikel 8: Geheimhouding van stukken

Op verzoek van een partij of ambtshalve kan de Commissie bepalen dat een ingediend stuk niet ter kennis van de andere partij zal worden gebracht. Aan deze bepaling wordt uitsluitend toepassing gegeven indien geheimhouding om gewichtige redenen is geboden. Van de toepassing van deze bepaling wordt aan partijen mededeling gedaan.

Artikel 9: Schriftelijke behandeling

  1. Met instemming van partijen kan de Commissie besluiten het bezwaar uitsluitend schriftelijk te behandelen.
  2. Indien de Commissie toepassing geeft aan het eerste lid kan de voorzitter mogelijkheid geven voor repliek en dupliek binnen een door hem te stellen termijn.

Artikel 10: Wraking en verschoning

  1. Een lid van de Commissie, waaronder ook wordt verstaan de voorzitter, kan door ieder der partijen worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de onpartijdigheid van het commissielid schade zou kunnen lijden. Ook kan op grond van zodanige feiten of omstandigheden een lid van de Commissie zich verschonen.
  2. Het wrakingsverzoek wordt schriftelijk ingediend zodra de feiten of omstandigheden aan de verzoekende partij bekend zijn geworden. Ter zitting kan het verzoek ook mondeling geschieden.
  3. Een lid, wiens wraking is verzocht, kan in de wraking berusten.
  4. Ingeval van een verzoek tot wraking wordt de behandeling van de zaak door de Commissie geschorst onder mededeling aan partijen dat het wrakingsverzoek zo spoedig mogelijk zal worden behandeld door de wrakingskamer van de Stichting Onderwijsgeschillen en dat het onderzoek van de Commissie in de hoofdzaak zal worden voortgezet na en met inachtneming van de beslissing van de wrakingskamer.
  5. De wrakingskamer beslist zo spoedig mogelijk of het verzoek tot wraking wordt toegestaan.
  6. Op de behandeling van het wrakingsverzoek is het reglement van de wrakingskamer van toepassing.

Artikel 11: Zitting

  1. De voorzitter bepaalt de dag, het tijdstip en de plaats van de hoorzitting.
  2. De Commissie nodigt partijen schriftelijk uit de zitting bij te wonen.
  3. Partijen kunnen getuigen en deskundigen meebrengen om te worden gehoord.
  4. De Commissie kan op verzoek van partijen of ambtshalve getuigen en deskundigen oproepen. Indien zij van deze bevoegdheid gebruik maakt, worden partijen daarvan voorafgaand aan de zitting op de hoogte gebracht.
  5. Partijen kunnen zich door een gemachtigde laten bijstaan of vertegenwoordigen. Indien een partij zich uitsluitend laat vertegenwoordigen dient de gemachtigde, tenzij deze advocaat is, op verzoek van de voorzitter een schriftelijke machtiging te overleggen.
  6. Tenzij de Commissie anders beslist zijn de zittingen van de Commissie niet openbaar.
  7. De voorzitter bepaalt de procedure ter zitting. Partijen worden in de gelegenheid gesteld hun standpunt nader toe te lichten.
  8. De Commissie kan in iedere stand van de procedure op basis van het tot dan toe verhandelde aan partijen een voorstel doen tot bemiddeling dan wel aan het bevoegd gezag een tussenadvies uitbrengen.
  9. Indien ter zitting blijkt dat het onderzoek van de Commissie niet volledig is geweest, kan de Commissie op een door haar te bepalen manier het onderzoek voortzetten.

Artikel 12: Beraadslaging en advies

  1. De Commissie beraadslaagt in besloten vergadering over het uit te brengen advies.
  2. Binnen vier weken na de zitting brengt de Commissie het advies uit.
  3. Het advies van de Commissie is gemotiveerd. Indien de Commissie van oordeel is dat het bestreden besluit behoort te worden herroepen, bevat het advies tevens een aanbeveling ten aanzien van hetgeen het bevoegd gezag zonodig voor het herroepen besluit in de plaats zal moeten besluiten.
  4. De Commissie adviseert niet over de proceskosten die een bezwaarde in het bijzonder onderwijs heeft gemaakt om in bezwaar te komen.
  5. De Commissie zendt het advies aan partijen.
  6. De Commissie is bevoegd over de uitgebrachte adviezen geanonimiseerd te publiceren.

Artikel 13: Niet opvolgen advies door schoolbestuur

Indien het bevoegd gezag afwijkt van het advies dat de Commissie heeft uitgebracht bericht het bevoegd gezag de Commissie daarover binnen een maand na zijn beslissing onder vermelding van de redenen.

Artikel 14: Onvoorziene situatie

In gevallen waarin dit reglement niet voorziet, beslist de voorzitter.

Artikel 15: Wijziging Reglement

De Commissie is bevoegd dit Reglement te wijzigen.

Artikel 16: Inwerkingtreding

Dit Reglement treedt in werking op 1 januari 2008.