​Overgangsnormen van de school  

Elke school mag zelf overgangsnormen vaststellen. De overgangsnormen zijn onderdeel van het onderwijskundig beleid van de school. Scholen kunnen deze normen bekendmaken op de website of in de schoolgids. De normen staan ook in het schoolplan.

Ouders hebben via de medezeggenschapsraad inspraak bij wijzingen in het onderwijskundig beleid en het schoolplan. De medezeggenschapsraad moet namelijk instemmen met de vaststelling van het schoolplan, de schoolgids en wijzigingen van de onderwijskundige doelstellingen van de school.  

Overgangsvergadering

Aan het einde van het schooljaar bespreken de leerkrachten de bevordering van leerlingen. In deze vergadering neemt het schoolteam het besluit over bevordering of zitten blijven. Bij het besluit of een leerling overgaat, zijn de overgangsnormen leidend.

Voorwaardelijke overgang in het voortgezet onderwijs

Een school mag ervoor kiezen om een leerling voorwaardelijk over te laten gaan. Dit moet dan duidelijk in het eindrapport staan. De school moet dit ook schriftelijk melden bij de ouders, voogden of verzorgers. De school spreekt af onder welke voorwaarden en wanneer de leerling definitief kan overgaan. Bijvoorbeeld als de leerling een taak heeft gemaakt of proefwerken heeft overgedaan. Op 31 december moet duidelijk zijn of de leerling definitief over is of niet. De voorwaardelijke bevordering wordt geregeld in artikel 12 van het Inrichtingsbesluit WVO.

Doorstroom vmbo-havo en havo-vwo

Minister Slob van OCW gaat in de wet vastleggen dat vmbo-leerlingen het recht krijgen om door te stromen naar de havo als zij aan bepaalde landelijke voorwaarden voldoen. Hij diende hierover op 18 april 2019 een wetsvoorstel in bij de Tweede Kamer. Het streven is om de wetgeving per 1 januari 2020 in werking te laten treden. Tot die tijd kunnen havo-scholen een eigen toelatingsbeleid en/of doorstroombeleid voeren.
Daarnaast heeft minister Slob in een brief aangekondigd dat hij ook het doorstroomrecht van havo-leerlingen naar het vwo in de wet gaat regelen.

Klachten over bevordering, doubleren en doorstromen in het voortgezet onderwijs

Ouders die een klacht hebben over bevordering, doubleren of doorstromen in het voortgezet onderwijs kunnen dit melden bij de school. Als zij niet tevreden zijn over de aanpak van de school, dan kunnen zij een klacht indienen bij de klachtencommissie van de school. Welke commissie dat is, staat in de schoolgids of op de website van de school. Veel scholen zijn aangesloten bij de Landelijke Klachtencommissie Onderwijs (LKC) van Onderwijsgeschillen. De LKC behandelt regelmatig klachten over bevordering, doubleren of doorstromen in het voortgezet onderwijs. Bij deze klachten houdt de LKC onder andere rekening met de overgangsnormen van de school.
Hierna worden enkele belangrijke adviezen van de LKC uitgelicht.

Adviezen van de LKC over bevordering, doubleren en doorstromen

  • De Commissie toetst klachten over bevordering terughoudend en kijkt alleen of de school de juiste procedure heeft gevolgd en of zij in redelijkheid tot de beslissing heeft kunnen komen (108328). De Commissie oordeelt niet of een ander besluit beter zou zijn (zie bijv. 104735).
  • Bij de beoordeling van de vraag of een leerling bevorderd kan worden, moet de school de vastgestelde overgangsnormen hanteren. Deze normen moeten volgens de Commissie bekend worden gemaakt voorafgaand aan het schooljaar waarvoor de normen gelden (zie bijv. 104859).
  • Bij de beoordeling van een klacht wordt de professionele beoordeling van de docentenvergadering als uitgangspunt genomen. Beslissingen over bevordering behoren tot het domein van vakbekwame docenten (108328108417107423107370).
  • Als er in een ontwikkelingsperspectief criteria zijn vastgelegd waaraan de leerling moet voldoen om te worden bevorderd, moet de school haar bevorderingsbeslissing herleidbaar baseren op deze criteria (107377). 
  • Specifieke voorwaarden voor bevordering moeten scherp en eenduidig worden geformuleerd (107370)
  • Andere factoren dan cijfers, zoals langdurige ziekte in de familie of een scheiding, kunnen een rol spelen in de overgangsvergadering. De inbreng van docenten tijdens deze vergadering hoeft niet beperkt te blijven tot hun eigen vakgebied (105093, 106537).
  • In de overgangsvergadering kan worden beslist dat een leerling een taak of herkansing krijgt (105093).
  • Ouders kunnen verzoeken om een revisievergadering. Tijdens deze vergadering heroverwegen docenten het besluit om een leerling te laten doubleren. De schoolleiding hoeft hier geen gehoor aan te geven, zij kan in redelijkheid besluiten geen revisievergadering bijeen te roepen (105494).
  • Een school moet aan een leerling kunnen uitleggen waarom hij/zij niet mag doorstromen. De te verstrekken argumenten hoeven niet tot individuele docenten herleidbaar te zijn, maar wel moet duidelijk zijn welke overwegingen bij de vakdocenten hebben meegespeeld en de doorslag hebben gegeven (107820).
  • •Een school hoeft niet met terugwerkende kracht toetsen milder te beoordelen nu een matige vorm van dyslexie is vastgesteld (108415).