​Overgangsnormen van de school  

Elke school mag zelf overgangsnormen vaststellen. De overgangsnormen zijn onderdeel van het onderwijskundig beleid van de school. De normen staan in het schoolplan. Scholen kunnen deze normen ook bekendmaken op de website of in de schoolgids.

Ouders hebben via de medezeggenschapsraad inspraak bij wijzigingen in het onderwijskundig beleid en het schoolplan. De medezeggenschapsraad moet namelijk instemmen met de vaststelling van het schoolplan, de schoolgids en wijzigingen van de onderwijskundige doelstellingen van de school.  
De beslissing over bevorderen of doubleren van een leerling behoort tot de pedagogische autonomie van de docent en de school. Zij gaan over de beoordeling van het kennen en kunnen van de leerling. De school moet de overgangsbeslissing wel zorgvuldig nemen. De regels hiervoor staan meestal in het schoolplan, de schoolgids, het PTA of het leerlingenstatuut.

Welke wettelijke bepalingen zijn van toepassing?

De belangrijkste wettelijke bepalingen over bevorderen, doubleren en doorstromen staan in de Wet op het voortgezet onderwijs (WVO) en het Inrichtingsbesluit WVO:

Overgangsvergadering

Aan het einde van het schooljaar bespreken de docenten de bevordering van leerlingen. In deze vergadering neemt het docententeam het besluit over bevordering of zittenblijven. Bij het besluit of een leerling overgaat zijn de overgangsnormen leidend. De overgangsvergadering wordt ook wel leraren-, rapport- of docentenvergadering genoemd.

Revisievergadering

De beslissing van de overgangsvergadering kan soms worden heroverwogen. Als de school heroverweging toestaat, dan gebeurt dit meestal in een revisievergadering, maar de precieze regeling verschilt per school. De school kan voorwaarden stellen om voor een dergelijke tweede bespreking in aanmerking te komen. Een school verlangt bijvoorbeeld dat de ouders met nieuwe informatie komen of aangeven wat er in de overgangsvergadering kennelijk niet goed is gegaan.

Voorwaardelijke overgang in het voortgezet onderwijs

Een school mag ervoor kiezen om een leerling voorwaardelijk over te laten gaan. Dit moet duidelijk staan op het eindrapport van dd leerling. De school moet dit ook schriftelijk melden bij de ouders, voogden of verzorgers. De school spreekt af onder welke voorwaarden en wanneer de leerling definitief kan overgaan. Bijvoorbeeld als de leerling een taak heeft gemaakt of proefwerken heeft overgedaan. Op 31 december moet duidelijk zijn of de leerling definitief over is of niet. De school mag een leerling niet voorwaardelijk bevorderen naar het laatste leerjaar. De voorwaardelijke bevordering wordt geregeld in artikel 12 van het Inrichtingsbesluit WVO.

Doorstroom vmbo-havo en havo-vwo

Sinds 1 augustus 2020 zijn er landelijke regels voor leerlingen die willen doorstromen van vmbo naar havo of van havo naar vwo. Leerlingen die vmbo-tl of -gl met succes hebben afgerond, hebben het recht om door te stromen naar 4 havo. Leerlingen met een havo-diploma hebben een doorstroomrecht naar 5 vwo.
De leerlingen moeten wel aan voorwaarden voldoen met betrekking tot hun kennis, vaardigheden of leerhouding. Deze voorwaarden staan in een bij de wet behorend besluit. Verder moet de vmbo-gl/tl-leerling in een extra vak eindexamen hebben gedaan. Die eis van een extra examenvak geldt niet voor de overgang van havo naar vwo.
Daarnaast geldt als landelijke regel het doubleerverbod. Dit betekent dat de school alleen een doubleerverbod mag opleggen aan een doorgestroomde leerling als dat verbod voor de overige leerlingen ook geldt.

Klachten over bevordering, doubleren en doorstromen in het voortgezet onderwijs

Ouders die een klacht hebben over bevordering, doubleren of doorstromen in het voortgezet onderwijs kunnen dit melden bij de school. Als zij niet tevreden zijn over de aanpak van de school, dan kunnen zij een klacht indienen bij de klachtencommissie van de school. Welke commissie dat is, staat in de schoolgids of op de website van de school. Veel scholen zijn aangesloten bij de Landelijke Klachtencommissie Onderwijs (LKC) van Onderwijsgeschillen.

Adviezen van de LKC over bevordering, doubleren en doorstromen

Hoe beoordeelt de LKC klachten over bevordering, doubleren of doorstromen in het voortgezet onderwijs?  De wetgever legt de beoordeling van 'kennen en kunnen' uitdrukkelijk neer bij de docent en de school. Daarom toetst de LKC een klacht over bevordering of doorstromen terughoudend. Alleen in een overduidelijke onjuiste situatie zal zij een advies geven dat afwijkt van de beslissing van de school. De Commissie maakt in elke klacht een eigen afweging, waarin zij ook de omstandigheden van het individuele geval betrekt.
Hierna worden enkele belangrijke adviezen van de LKC uitgelicht. U kunt daarbij doorklikken naar relevante adviezen.

  • De Commissie toetst klachten over bevordering terughoudend en kijkt alleen of de school de juiste procedure heeft gevolgd en of zij in redelijkheid tot de beslissing heeft kunnen komen (109421109360109400109132108927). De Commissie oordeelt niet of een ander besluit beter zou zijn (108460, 108869, 108328).
  • De professionele beoordeling van de docentenvergadering geldt als uitgangspunt. Beslissingen over bevordering behoren tot het domein van vakbekwame docenten (109421108891, 108869).
  • Een school dient de vastgestelde overgangsnormen bekend te maken en toe te passen (109387108869108853). De Commissie gaat bij de beoordeling van de klacht uit van het vastgestelde beleid over bevordering (108910, 108411).
  • Ook tijdens de coronacrisis heeft de school de vrijheid om het eigen bevorderingsbeleid vast te stellen (109387) en uit te voeren (109421).
  • De overgangsvergadering kan behalve met gehaalde cijfers ook rekening houden met studievaardigheden, werkhouding of inzicht van de leerling, de gezondheid van de leerling of met privéomstandigheden. Maar de school kan geen rekening houden met omstandigheden die pas na de bevorderingsbeslissing gedeeld worden (108869, 108910).
  • Ouders kunnen verzoeken om een revisievergadering. Tijdens deze vergadering heroverwegen docenten het besluit om een leerling te laten doubleren. De schoolleiding hoeft niet altijd gehoor te geven aan een verzoek voor een revisievergadering (108910).
  • Als er in een ontwikkelingsperspectief criteria over bevordering zijn vastgelegd, dan moet de school de bevorderingsbeslissing daarop herleidbaar baseren (107377).
  • Bij een voorwaardelijke bevordering naar een volgend leerjaar, blijft de leerling feitelijk geplaatst in het vorige leerjaar, tot aan de voorwaarde is voldaan. Als een leerling niet aan de voorwaarde voldoet, gaat de leerling automatisch terug naar het vorige leerjaar. Er is geen sprake van een beslissing die de school op verzoek zou moeten heroverwegen (109148109148)
  • Een school hoeft niet met terugwerkende kracht toetsen milder te beoordelen nu een matige vorm van dyslexie is vastgesteld (108415).

Deze themapagina is voor het laatst herzien in juni 2021.