Het onderwijs kent twee vormen van fusie: de scholenfusie en de bestuurlijke fusie. De medezeggenschap bij deze fusies is voor het primair onderwijs, het voortgezet onderwijs en het (voortgezet) speciaal onderwijs geregeld in de Wet medezeggenschap op scholen (Wms) en in het Besluit medezeggenschap onderwijs. De Wms regelt de bevoegdheden van de (G)MR bij fusies. Het Besluit medezeggenschap onderwijs regelt hoe de medezeggenschap geregeld dient te worden na de fusie.

Deze themapagina geeft informatie over:

Informatierecht, initiatiefrecht en instemmingsrecht t.a.v. fusie in de Wms

De (G)MR heeft bij een voorgenomen fusie de volgende bevoegdheden:

  • instemmingsrecht ten aanzien van een besluit over de overdracht en fusie van de school (art. 10 lid 1 onder h Wms);
  • instemmingsrecht ten aanzien van de fusie-effectrapportage (fer) (art. 10 lid 1 onder h Wms).

Verder houdt het informatierecht van de (G)MR in dat het bevoegd gezag (schoolbestuur) de (G)MR tijdig moet informeren als het bestuur een fusie overweegt (art. 8 lid 1 en lid 2 onder a Wms). De (G)MR moet wezenlijk invloed op de besluitvorming rond de fusie kunnen uitoefenen.
Op grond van het initiatiefrecht kan de (G)MR, de personeels- of ouder(/leerling)geleding een alternatief voorstel voor de fusie doen (art. 6 lid 2 Wms).

Fusie-effectrapportage

Het schoolbestuur moet voor een voorgenomen fusie altijd een fusie-effectrapportage (fer) opstellen. Dit is geregeld met de Wet fusietoets in het onderwijs. De fusie-effectrapportage bevat in ieder geval de volgende onderwerpen:

  • de motieven voor de fusie;
  • alternatieven voor de fusie;
  • het tijdsbestek waarbinnen de fusie zal worden gerealiseerd;
  • de te bereiken doelen;
  • de effecten van de fusie op de keuzevrijheid en de diversiteit van het onderwijsaanbod;
  • de kosten en baten van de fusie;
  • de gevolgen voor personeel en leerlingen, waaronder de gevolgen voor de voorzieningen;
  • de wijze waarop over de fusie wordt gecommuniceerd;
  • de wijze waarop de fusie wordt geëvalueerd.

Modelformulieren voor de fusie-effectrapportage vindt u op de website van DUO.

Fusietoets

In veel gevallen moet het bevoegd gezag daarnaast ook toestemming vragen aan de minister van OCW door een fusieaanvraag bij DUO in te dienen. De Commissie Fusietoets Onderwijs (CFTO) toetst de aanvraag en brengt advies uit aan de minister. Alleen bij minder omvangrijke fusies in het primair onderwijs en bij fusies van scholen voor praktijkonderwijs hoeft het bevoegd gezag geen fusietoets aan te vragen. Bij de aanvraag moet altijd de fusie-effectrapportage en een schriftelijke verklaring van instemming met de fusie door de (G)MR meegestuurd worden.

Fusie tussen bijzonder en openbaar onderwijs: samenwerkingsschool

Een samenwerkingsschool is een school die zowel openbaar als bijzonder onderwijs verzorgt en die ontstaan is na fusie van een openbare en een bijzondere school. De vorming van een samenwerkingsschool is gebonden aan strikte wettelijke bepalingen in de sectorwetten WPO, WVO en WEC.

De medezeggenschapsraden van beide betrokken scholen moeten wel met de fusie en de fusie-effectrapportage instemmen. Bovendien dient de ouder- en leerlinggeleding van de medezeggenschapsraad in te stemmen met de verandering van de grondslag van de school (art. 13 lid 1 onder b en art. 14 lid 2 onder b Wms).

Krimp en samenwerking tussen scholen

Daling van het aantal leerlingen leidt er toe dat scholen naast fusie steeds vaker kiezen voor vergaande samenwerkingsvormen. Een fusie is de meest vergaande vorm van samenwerken.
Op de website leerlingendaling is veel informatie te vinden over fusie en samenwerking. U vindt daar ook de volgende handreikingen:

De handreikingen geven handvatten voor de vormgeving van verschillende vormen van samenwerking, bijvoorbeeld contractuele samenwerking of een personele unie. 

Bij het aangaan van duurzame samenwerking heeft de (G)MR adviesrecht (art. 11 lid 1 onder d Wms). De personeelsgeleding heeft instemmingsrecht op de regeling van de gevolgen voor het personeel (art. 12 lid 1 onder a Wms), de ouder- en leerlinggeleding heeft instemmingsrecht op de regeling van de gevolgen voor de ouders of leerlingen (art. 13 lid 1 onder a Wms, art. 14 lid 2 onder a Wms).

Fusie en samenwerking regulier en speciaal onderwijs

Leerlingendaling en de ontwikkelingen rondom passend onderwijs leiden tot intensieve vormen van samenwerking en samenvoeging van regulier en speciaal onderwijs. Om het onderwijsveld hierbij te ondersteunen heeft het ministerie van OCW samen met de PO-Raad en de VO-raad de volgende handreikingen uitgegeven:

Deze handreikingen beschrijven de wettelijke mogelijkheden voor samenwerking en fusie tussen regulier en speciaal onderwijs en de bevoegdheden van de (G)MR en de geledingen daarbij.

Handreiking MR voor het voorstellen van alternatieven voor de fusie

Als een bevoegd gezag een fusie overweegt, kan de (G)MR, de personeels- of oudergeleding op grond van het initiatiefrecht (art. 6 lid 2 Wms) een voorstel doen voor een alternatief plan voor de fusie.
De procedure die de (G)MR hierbij kan volgen staat beschreven in de:

Deze handreiking is opgesteld door het Expertisecentrum van Onderwijsgeschillen op verzoek van de staatssecretaris van OCW en in overleg met de Landelijke Commissie voor Geschillen WMS (LCG WMS) en het onderwijsveld. De handreiking is gebaseerd op de huidige wettelijke mogelijkheden en de uitspraken van de LCG WMS.

Geschillen over fusie

Als de (G)MR niet instemt met het voorgenomen fusiebesluit of de fer kan het schoolbestuur een instemmingsgeschil voorleggen aan de LCG WMS en vragen om te bepalen dat het bestuur het besluit toch mag nemen. De LCG WMS geeft die toestemming voor het fusiebesluit als de (G)MR niet in redelijkheid tot het onthouden van instemming heeft kunnen komen of als sprake is van zwaarwegende omstandigheden die het te nemen besluit van het bevoegd gezag rechtvaardigen.

Uitspraken Landelijke Commissie voor Geschillen WMS over fusie

De LCG WMS heeft een aantal uitspraken gedaan over fusie. Enkele belangrijke lijnen in de uitspraken:

  • Het belang van de schoolgemeenschap bij het openhouden van de enige school in het dorp is van gewicht bij de beoordeling van een voorgenomen fusie (106275).
  • De MR kan op basis van het ontbreken van voldoende financiële, organisatorische en onderwijskundige argumenten in redelijkheid instemming aan een fusiebesluit onthouden (106216).
  • De MR kan in redelijkheid zijn instemming aan het voorgenomen besluit tot fusie onthouden vanwege onzekerheid over de mogelijke gevolgen van de fusie. Het bevoegd gezag heeft onvoldoende invulling gegeven aan zijn uit artikel 8 Wms voortvloeiende verplichting de MR voldoende informatie te verschaffen die hij voor de vervulling van zijn taak nodig heeft (105783).
  • Een MR die niet beschikt over de wettelijk voorgeschreven fusie-effectrapportage kan niet voldoende inzicht krijgen in de doelen, effecten en gevolgen van een voorgenomen fusiebesluit en kan dus in redelijkheid zijn instemming aan het voorgenomen fusiebesluit onthouden (105261).
  • De in het voorgenomen intentiebesluit beschreven eindsituatie zal uiteindelijk toch worden bereikt. Dit geldt als een zwaarwegende omstandigheid die het voorstel van het bevoegd gezag rechtvaardigt, ondanks de redelijkheid van het onthouden van instemming door de GMR (105648).
  • Het bestuur van een kleine school moet bij een financiële afweging betrekken dat de overheid een financiële voorziening in stand houdt ten behoeve van kleine scholen (106275, 106216).

Meer informatie

Website leerlingendaling
​CFTO

Downloaden

Handreiking aan de MR voor het voorstellen van alternatieven bij fusie of sluiting van een school