De leerlingendaling in het primair en voortgezet onderwijs kan er toe leiden dat het bevoegd gezag van een school (het schoolbestuur) overweegt om een school te sluiten. Voordat het schoolbestuur een besluit neemt over een sluiting, moeten eerst de ouders worden geraadpleegd en de medezeggenschap om advies gevraagd worden. Deze themapagina geeft de volgende informatie over de rol van de medezeggenschap bij de sluiting van een school:

Bevoegdheden MR ten aanzien van sluiting van een school

De MR heeft bij een voorgenomen sluiting van een school of een deel van de school de volgende bevoegdheden:

  • De MR heeft adviesbevoegdheid op het terrein van de beëindiging van de school (artikel 11, lid 1, onder c Wms).
  • Het personeelsdeel van de MR heeft een instemmingsbevoegdheid op de regeling van de gevolgen van de sluiting voor het personeel (artikel 12 lid 1 onder a Wms).
  • Het ouders/leerlingendeel van de MR heeft instemmingsbevoegdheid op de regeling van de gevolgen voor de ouders of leerlingen (artikel 13 lid 1 onder a, artikel 14 lid 2 onder a en artikel 14 lid 3 onder a Wms).

MR moet op tijd geïnformeerd worden

Het informatierecht van de MR houdt in dat het schoolbestuur de MR tijdig moet informeren als het bestuur de sluiting overweegt (artikel 8 lid 1 en lid 2 onder a Wms). De MR moet wezenlijk invloed op de besluitvorming rond de sluiting kunnen uitoefenen.

Raadpleging van de ouders voordat het besluit wordt genomen

Vanaf 1 januari 2018 is het schoolbestuur verplicht om de ouders te raadplegen voordat het een besluit neemt over de sluiting van de school of van een belangrijk onderdeel van de school (artikel 15 lid 3 Wms). Zo wordt geborgd dat ouders bij deze ingrijpende besluiten ten volle zijn betrokken en vertegenwoordigd.

Initiatiefrecht en het voorstellen van alternatieven voor de sluiting

Als de MR het niet eens is met het voorgenomen besluit om de school te sluiten, kan de MR op grond van het initiatiefrecht een alternatief voorstel voor de sluiting doen (artikel 6 lid 2 Wms). Ook de personeelsgeleding of de ouder(/leerling)geleding kan een alternatief voorstellen. Hoe de MR te werk kan gaan staat beschreven in een handreiking van het Expertisecentrum van Onderwijsgeschillen.

Handreiking MR voor het voorstellen van alternatieven voor de sluiting

Het  Expertisecentrum van Onderwijsgeschillen heeft op verzoek van de staatssecretaris van OCW en in overleg met de Landelijke Commissie voor Geschillen WMS (LCG WMS) en het onderwijsveld, een handreiking opgesteld:

De handreiking is gebaseerd op de huidige wettelijke mogelijkheden en de uitspraken van de LCG WMS. Als het schoolbestuur het alternatieve voorstel van de MR afwijst en van plan is een eigen sluitingsbesluit te nemen, kan de MR (of een geleding) vervolgens een adviesgeschil voorleggen aan de LCG WMS.

Geschillen over sluiting bij Landelijke Commissie voor Geschillen WMS

De MR kan een adviesgeschil voorleggen aan de LCG WMS indien:

  • het schoolbestuur een negatief advies van de MR niet volgt;
  • het schoolbestuur het besluit neemt zonder dat vooraf aan de MR advies is gevraagd;
  • als het schoolbestuur het alternatief voorstel van de MR afwijst en een eigen besluit neemt.

De Commissie beoordeelt of het bestuur bij het niet volgen van het advies van de MR en bij afweging van de betrokken belangen, niet in redelijkheid tot zijn besluit heeft kunnen komen om de school te sluiten. De Commissie oordeelt of het besluit in stand kan blijven en of de gevolgen van het besluit ongedaan gemaakt moeten worden. De Commissie kan ook het bevoegd gezag de verplichting opleggen om na te laten bepaalde handelingen te verrichten of te doen verrichten ter uitvoering van het besluit.

Uitspraken LCG WMS over sluiting van een school

De LCG WMS heeft een aantal uitspraken gedaan over de sluiting van een school of een deel van een school. Enkele belangrijke lijnen in de uitspraken:

  • Het bevoegd gezag dient zijn adviesaanvraag met voldoende relevante gegevens te onderbouwen, zodat de MR een volwaardig advies kan uitbrengen. In ieder geval zal uit de adviesaanvraag moeten blijken dat sprake is van een concreet voorgenomen besluit (106770).
  • Als het scenario van sluiting van de school onderdeel is van algemeen, door de GMR geaccordeerd richtinggevend en kaderstellend beleid met betrekking tot de instandhouding van de kleinere scholen van het bevoegd gezag, is de reikwijdte van het afzonderlijke MR-traject beperkter. Algemeen beleid heeft consequenties voor individuele scholen (107756, 106088).
  • Het bevoegd gezag mag door eigen handelen niet vooruitlopen op een nog te nemen beslissing, waardoor een selffulfilling prophecy ontstaat. Maar het benoemen van sluiting van de school als een van de scenario’s, betekent niet dat het bevoegd gezag vooruitloopt op het besluit tot opheffing van de school. Er zijn volgens de Commissie in dit geval geen aanwijzingen dat het bevoegd gezag een onomkeerbare situatie wilde creëren (107756).
  • Het begrip ‘vooraf’ in artikel 11 aanhef, en artikel 13 aanhef en onder a (vooraf in de gelegenheid stellen om advies uit te brengen) moet volgens de Commissie gelezen worden in samenhang met artikel 17 aanhef en onder a Wms. Daarin wordt bepaald dat het bevoegd gezag advies moet vragen op een zodanig tijdstip dat het advies van wezenlijke invloed kan zijn op de besluitvorming. Daarvan is sprake als er in het proces van sluiting nog geen onomkeerbare stappen zijn gezet. Het woord ‘vooraf’ impliceert niet dat voor het bekendmaken aan derden van een voorgenomen besluit al advies moet worden gevraagd (105633).
  • Een voorgenomen besluit tot verhuizing/sluiting van de dislocatie is geen voorgenomen besluit over sluiting van de school, maar een wijziging van het beleid met betrekking tot de organisatie van de school (106770).
  • Voorstellen over de regeling van de gevolgen van het besluit om de school op te heffen hoeven niet tegelijkertijd met het vragen van advies aan de MR over het besluit ter instemming worden voorgelegd aan de geledingen. Bij de adviesaanvraag aan de MR kan volstaan worden met een meer globale beschrijving van de gevolgen dan in het geval van een verzoek om instemming aan een geleding (105764).

Downloaden