Thema: Ontwikkelingsperspectief
Deze themapagina gaat over het ontwikkelingsperspectief (opp). Sinds de invoering van passend onderwijs moet voor leerlingen met extra ondersteuning een opp worden vastgesteld. Ouders die het niet eens zijn met de vast- of bijstelling van het ontwikkelingsperspectief kunnen daarover een geschil voorleggen aan de Geschillencommissie passend onderwijs (GPO).
Het bevoegd gezag (schoolbestuur) moet een ontwikkelingsperspectief vaststellen voor iedere leerling die extra ondersteuning nodig heeft. Extra ondersteuning is elke ondersteuning die valt buiten de basisondersteuning die de school altijd kan bieden.
Het bevoegd gezag (schoolbestuur) stelt een ontwikkelingsperspectief vast voor:
- leerlingen in het primair en voortgezet onderwijs (po en vo), die extra ondersteuning nodig hebben;
- leerlingen van een speciale school voor basisonderwijs (sbo);
- leerlingen in het praktijkonderwijs (pro);
- leerlingen in het (voortgezet) speciaal onderwijs ((v)so);
Dit uitgangspunt is in alle onderwijssectoren hetzelfde. Maar wat precies valt onder extra ondersteuning en onder basisondersteuning is niet overal hetzelfde. Dat bepaalt namelijk het samenwerkingsverband passend onderwijs waar een school bij hoort. Het samenwerkingsverband beschrijft dit in het ondersteuningsplan. De school beschrijft dat in de schoolgids. De schoolgids staat vaak op de website van de school.
Er is in beginsel geen ontwikkelingsperspectief nodig:
- voor leerlingen in het regulier onderwijs, die alleen basisondersteuning nodig hebben;
- voor leerlingen met leerwegondersteunend onderwijs (lwoo), tenzij deze leerlingen ook extra ondersteuning krijgen, die niet onder de basisondersteuning valt;
- voor leerlingen met dyslexie en dyscalculie. Ondersteuning bij dyslexie en dyscalculie valt onder de basisondersteuning;
- voor hoogbegaafde leerlingen. In de basisondersteuning moet rekening worden gehouden met de onderwijsbehoefte van hoogbegaafde leerlingen.
Maar ook voor deze leerlingen geldt dat de school wel een ontwikkelingsperspectief moet opstellen als de leerling toch extra ondersteuning nodig heeft om mee te komen. Bijvoorbeeld als het samenwerkingsverband middelen inzet in aanvulling op de basisondersteuning voor specifieke voorzieningen voor hoogbegaafde leerlingen.
- Het ontwikkelingsperspectief geeft de school handvatten om het onderwijs af te stemmen op de ondersteuningsbehoefte van de leerling.
- Het ontwikkelingsperspectief is een instrument voor de communicatie met ouders.
- Met het ontwikkelingsperspectief kan de school bereikte resultaten verantwoorden. En zo uiteindelijk ook leerresultaten verbeteren.
Het schoolbestuur moet het ontwikkelingsperspectief vaststellen binnen zes weken na de inschrijving of na definitieve plaatsing van de leerling. Of nadat blijkt dat een leerling die al op de school zit, extra ondersteuning nodig heeft.
Eerst moet de school enkele zaken regelen:
- De school moet aan de leerling vragen of deze wil praten over het ontwikkelingsperspectief. Dit is het hoorrecht van de leerling. Lees hieronder meer over het leerrecht.
- De school moet over het ontwikkelingsperspectief op overeenstemming gericht overleg voeren met de ouders van de leerling. Of met de leerling zelf, als deze meerderjarig en handelingsbekwaam is.
- Ouders moeten instemmen met het handelingsdeel van het ontwikkelingsperspectief. Dit is het deel waarin de begeleiding aan de leerling is opgenomen.
Anders kan de school het ontwikkelingsperspectief niet vaststellen. Dat betekent niet dat de school de leerling geen begeleiding mag geven. Maar de school kan het ontwikkelingsperspectief dan niet gebruiken om bijvoorbeeld extra middelen aan te vragen bij het samenwerkingsverband.
Voor het (voortgezet) speciaal onderwijs geldt nog een aanvullende eis. Namelijk een advies van de commissie voor de begeleiding (cluster 3 en 4) of de commissie van onderzoek (cluster 1 en 2).
Scholen mogen zelf bepalen hoe ze het ontwikkelingsperspectief onderbouwen en welke instrumenten zij daarvoor gebruiken. Maar de volgende onderdelen moeten er altijd instaan:
- Horen van een leerling. Uit het ontwikkelingsperspectief moet blijken dat met de leerling is gesproken over het ontwikkelingsperspectief. Lees hieronder meer over het hoorrecht.
- het uitstroomprofiel: de verwachting van de school van wat de leerling na afloop van de school zal kunnen doen: onderwijssoort en vervolgonderwijs of het soort arbeid of vorm van dagbesteding;
- de onderbouwing van het uitstroomprofiel;
- de belemmerende en bevorderende factoren die het onderwijs aan de leerling kunnen beïnvloeden. Dit zijn kindgebonden factoren en omgevingsfactoren die (mede) bepalen of een leerling een bepaalde uitstroombestemming kan bereiken. Bijvoorbeeld motivatie, concentratievermogen of een stimulerende thuisomgeving;
- het handelingsdeel: een omschrijving van de individuele begeleiding die de school heeft afgestemd op de behoefte van de leerling;
- afwijking van het onderwijsprogramma: dit hoeft alleen in het regulier basis- en voortgezet onderwijs;
- vervangende onderwijsdoelen: als de kerndoelen niet haalbaar lijken voor een leerling, dan kan de school in het ontwikkelingsperspectief vervangende onderwijsdoelen vermelden. Dit hoeft alleen in het basisonderwijs en het (voortgezet) speciaal onderwijs;
- afwijken van de onderwijstijd. Soms kunnen leerlingen vanwege lichamelijke of psychische redenen tijdelijk of gedeeltelijk niet naar school, of alleen onderwijs volgen op een andere plek dan de school. De school kan dan onder voorwaarden afwijken van de voorgeschreven onderwijstijd voor leerlingen. De school moet dan in het ontwikkelingsperspectief vermelden welke afspraken hierover zijn gemaakt. Bijvoorbeeld over het onderwijsaanbod, de toetsing, de begeleiding van de school en de beoogde duur.
De school hoeft in het ontwikkelingsperspectief alleen de extra ondersteuning te vermelden. En dus niet de basisondersteuning die de leerling altijd kan krijgen.
Op het ontwikkelingsperspectief is de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) van toepassing. Uit de AVG volgt dat de school in het ontwikkelingsperspectief alleen voor het doel noodzakelijke persoonsgegevens mag vermelden.
Leerlingen hebben het recht om te worden gehoord in alle fasen van het ontwikkelingsperspectief, dus bij het opstellen, het bijstellen, het vaststellen en het evalueren. Dit betekent dat scholen aan leerlingen met een ontwikkelingsperspectief moeten vragen of zij willen praten over dat ontwikkelingsperspectief en de ondersteuning die zij nodig hebben. Daarbij moet de school de leerling de ondersteuning bieden die deze nodig heeft. Het hoorrecht is niet afhankelijk van de leeftijd van de leerling.
De school moet het ontwikkelingsperspectief minimaal één keer per schooljaar evalueren samen met de ouders en de leerling. Daarna kan de school het ontwikkelingsperspectief bijstellen als dat nodig is. Ook daarover moet de school eerst met de ouders op overeenstemming gericht overleg voeren. Of met de leerling, als deze meerderjarig en handelingsbekwaam is.
In het speciaal onderwijs moeten daarnaast de commissie voor de begeleiding (cluster 3 en 4) of de commissie van onderzoek (cluster 1 en 2) het ontwikkelingsperspectief jaarlijks evalueren en adviseren over eventuele bijstelling.
Soms worden ouders/de leerling en de school het niet eens over het ontwikkelingsperspectief. Ouders of de meerderjarige en handelingsbekwame leerling kunnen dan het geschil voorleggen aan de Geschillencommissie passend onderwijs (GPO). Deze Commissie behandelt onder andere geschillen over de vast- en bijstelling van het ontwikkelingsperspectief. De GPO is ondergebracht bij Onderwijsgeschillen.
Procedure GPO
Alles over de procedure vindt u in het reglement van de Commissie.
De belangrijkste punten uit de procedure zijn:
- Ouders moeten een geschil indienen binnen zes weken nadat het ontwikkelingsperspectief bekend is gemaakt.
- De Commissie geeft binnen 10 weken een advies over het geschil.
- De Commissie bestaat altijd uit drie personen met een verschillende professionele achtergrond. Zij hebben samen bijvoorbeeld (ortho)pedagogische, psychologische, onderwijskundige, maatschappelijke, bestuurlijke, juridische en/of medische deskundigheid.
- De Commissie brengt een advies uit. Dit is niet bindend is voor het schoolbestuur. Maar het advies weegt wel zwaar. Het schoolbestuur moet schriftelijk aan de ouders en aan de Commissie laten weten wat zij met het advies gaat doen. Als het schoolbestuur het advies van de Commissie niet wil opvolgen moet het bestuur uitleggen waarom niet.
- De Commissie is laagdrempelig. Zo kan bijvoorbeeld via internet een geschil worden ingediend. Het is niet nodig om een advocaat te hebben. De procedure is gratis.
De Commissie toetst zowel de inhoud van het opp als het op overeenstemming gerichte overleg tussen ouders en school over de vast- of bijstelling van het opp. Hierbij toetst de Commissie ook of de leerling is gehoord.
Enkele belangrijke lijnen in de adviezen van de GPO vindt u hieronder, ingedeeld naar onderwerp.
Inhoud van het ontwikkelingsperspectief
- De Commissie toetst inhoudelijk of het ontwikkelingsperspectief voldoende aansluit op de ondersteuningsbehoefte van de leerling en of de school dit goed onderbouwt (109206, 109114, 107942).
- De Commissie toetst ook of het opp inhoudelijk voldoet aan de wettelijke eisen (58414, 22012, 36829, 109423, 109401).
- De school moet het ontwikkelingsperspectief op tijd opstellen, omdat het de school handvatten biedt om het onderwijs en de ondersteuning van de leerling vorm te geven en de ingezette begeleiding te evalueren (38221).
- In het opp hoeft alleen dat te worden opgenomen wat niet in het reguliere onderwijsprogramma van de school aan begeleiding en ondersteuning wordt geboden (49868, 109396).
- Het ontwikkelingsperspectief wordt begrensd door de kaders van het scholingsaanbod van de school (69038, 109039, 108203).
Overleg met en medewerking van de ouders
- Onder op overeenstemming gericht overleg moet volgens de Commissie worden verstaan dat met de ouders open en reëel overleg wordt gevoerd over het opp. Dat wil zeggen dat de school open staat voor suggesties van de ouders voordat zij een beslissing neemt over het opp (38221, 109493). De school is niet verplicht om de suggesties van de ouders over te nemen (36829, 38221, 109408). Er is geen sprake van open en reëel overleg als het ontwikkelingsperspectief al na één overleg zonder overeenstemming wordt vastgesteld (107087, 107619). Ook van de ouders mag verwacht worden dat zij over het opp open en reëel overleg voeren met de school (108499).
- De school moet ouders uitdrukkelijk om instemming van de ouders vragen op het handelingsdeel van het opp (60062, 44990, 18844, 109493).
- De aanspraak op de zorgplicht van de school brengt voor ouders de plicht mee om de school adequaat te informeren over de situatie van hun kind (107011). De school mag van de ouders medewerking verwachten bij het in kaart brengen van de ondersteuningsbehoefte van de leerling (109039).
- Ook over een ontwikkelingsperspectief dat dient om een arrangement aan te vragen moet op overeenstemming gericht overleg met de ouders worden gevoerd voordat de school het plan vaststelt (108056, 107890, 107914).
Vaststellen en bijstelling van het ontwikkelingsperspectief
- Het bevoegd gezag moet het opp formeel vaststellen (106795, 107067).
- Er moeten formele evaluaties van het opp plaatsvinden (109493).
- Als de leerling buiten de school passend onderwijs ontvangt, blijft de school verantwoordelijk en moet zij over de bijstelling van het opp de regie voeren 108509).
Opp bij tijdelijke plaatsing ter observatie op OPDC of sbo-school
- Aan de plaatsing op een OPDC dient een opp ten grondslag te liggen. In dat opp dient de ondersteuningsvraag aan het OPDC te zijn opgenomen, de verwachte verblijfsduur, en een beschrijving of de leerling het gehele onderwijsprogramma van de school op het OPDC zal gaan volgen (109370). Ook bij verwijzing naar een OPDC houdt de school de regiefunctie over het opp (107067).
- Ook als een leerling tijdelijk ter observatie op een sbo-school wordt geplaatst moet een opp worden opgesteld (109137).
Opp bij verwijdering van leerling met extra ondersteuningsbehoefte
- Aan verwijdering van een leerling met een extra ondersteuningsbehoefte moet een ontwikkelingsperspectief ten grondslag liggen (64484, 109401, 108702, 108252, 107649) en er moet deugdelijk onderzoek zijn verricht naar het ontwikkelingsperspectief en de voor school resterende begeleidingsmogelijkheden (108148, 107469).
Belang bij behandeling van het geschil
- Een verzoeker die een geschil voorlegt aan de GPO, moet een belang hebben bij de behandeling van dat geschil. Een ouder die tegelijk met het indienen van het geschil zijn kinderen had ingeschreven op een andere school, had geen belang meer bij een inhoudelijk oordeel over het ontwikkelingsperspectief. Het verzoek was daarom niet-ontvankelijk (108029). Als een school het opp heeft ingetrokken, heeft een ouder ook geen belang meer en is het verzoek niet-ontvankelijk (108928).
U vindt hier alle adviezen van de GPO over het ontwikkelingsperspectief.
Deze themapagina is voor het laatst herzien in juli 2024.
Vond u deze informatie nuttig?
Let op, invullen van dit formulier is anoniem. Wij kunnen geen reactie geven.
Heeft u een vraag? Maak dan gebruik van het contactformulier