Dit themadossier gaat over het ontwikkelingsperspectief (opp). Het opstellen van een ontwikkelingsperspectief voor leerlingen in het (voortgezet) speciaal onderwijs is verplicht sinds 1 augustus 2013 (Wet kwalitei(v)so). Voor het speciaal basisonderwijs en voor leerlingen met extra ondersteuning in het regulier onderwijs geldt de verplichting per 1 augustus 2014 (Wet passend onderwijs).

Dit themadossier geeft informatie over:

Voor welke leerlingen wordt een opp vastgesteld?

Het bevoegd gezag (schoolbestuur) stelt een ontwikkelingsperspectief vast voor:

  • leerlingen in het primair en voortgezet onderwijs (po en vo), die extra ondersteuning nodig hebben;
  • leerlingen van een speciale school voor basisonderwijs (sbo);
  • leerlingen in het praktijkonderwijs (pro);
  • leerlingen in het (voortgezet) speciaal onderwijs ((v)so);

Wat onder extra ondersteuning valt en wat onder de basisondersteuning verschilt per samenwerkingsverband. Dit staat beschreven in het ondersteuningsplan van het samenwerkingsverband en in de schoolondersteuningsprofielen van de scholen die bij het samenwerkingsverband zijn aangesloten.

Wanneer is geen opp nodig?

Er is in beginsel geen ontwikkelingsperspectief nodig:

  • voor leerlingen in het regulier onderwijs, die ondersteuning nodig hebben, die valt onder de basisondersteuning;
  • voor leerlingen met leerwegondersteunend onderwijs (lwoo), tenzij deze leerlingen ook extra ondersteuning krijgen, die niet onder de basisondersteuning valt;
  • voor leerlingen met dyslexie en dyscalculie. Dyslexie en dyscalculie vallen onder het reguliere schoolbeleid;
  • voor hoogbegaafde leerlingen. In de basisondersteuning moet rekening worden gehouden met de onderwijsbehoefte van hoogbegaafde leerlingen. 

In alle gevallen geldt dat als deze leerlingen ook extra ondersteuning krijgen die niet onder de basisondersteuning valt, er wel een ontwikkelingsperspectief opgesteld moet worden. Als het samenwerkingsverband bijvoorbeeld middelen inzet in aanvulling op de basisondersteuning, voor specifieke voorzieningen voor hoogbegaafde leerlingen, is voor de leerlingen die daar gebruik van maken wel een opp nodig.

Doelen van het ontwikkelingsperspectief

Het ontwikkelingsperspectief vervangt het eerder verplichte handelingsplan als wettelijk voorgeschreven instrument. In de toelichting bij de wetgeving worden verschillende doelen van het ontwikkelingsperspectief genoemd, onder andere:

  • het biedt de school handvatten om het onderwijs af te stemmen op de ondersteuningsbehoefte van de leerling;
  • het maakt planmatig handelen mogelijk: jaarlijks wordt het ontwikkelingsperspectief geëvalueerd en eventueel bijgesteld als de ontwikkeling van de leerling daartoe aanleiding geeft;
  • het is een instrument voor de communicatie met ouders;
  • met het ontwikkelingsperspectief kan verantwoording worden afgelegd over de bereikte resultaten. Dit kan bijdragen aan het verbeteren van de leerresultaten en het vergroten van de opbrengstgerichtheid van scholen;
  • de planlast wordt door het invoeren van het ontwikkelingsperspectief verminderd. Scholen hoeven niet meer elk schooljaar een handelingsplan vast te stellen, maar zij hoeven slechts één keer een ontwikkelingsperspectief vast te stellen. Het hoeft alleen te worden bijgesteld als dat uit de jaarlijkse evaluatie blijkt.

Een handelingsplan is dus niet meer verplicht, maar het staat scholen wel vrij om naast een ontwikkelingsperspectief een handelingsplan voor een leerling op te stellen.

Wanneer wordt het ontwikkelingsperspectief vastgesteld?

Het ontwikkelingsperspectief wordt binnen zes weken na de inschrijving of na definitieve plaatsing van de leerling vastgesteld, maar pas nadat op overeenstemming gericht overleg met de ouders heeft plaatsgevonden.

Het schoolbestuur stelt ook een opp vast als blijkt dat een leerling die al op school zit, extra ondersteuning nodig heeft. Ook in dat geval moet voor vaststelling van het opp met de ouders op overeenstemming gericht overleg zijn gevoerd.
Voor het (v)so geldt nog een aantal aanvullende bepalingen. In het (v)so brengt de commissie voor de begeleiding (cluster 3 en 4) of de commissie van onderzoek (cluster 1 en 2) advies uit voor het opp wordt vastgesteld.

Verder wordt in het vso ook de leerling betrokken bij de vaststelling van het opp, als deze leerling meerderjarig en handelingsbekwaam is.

Inhoud van het ontwikkelingsperspectief

In de onderwijswetten staan de verplichte onderdelen van het ontwikkelingsperspectief genoemd. Het gaat daarbij om globale eisen. Scholen kunnen zelf bepalen hoe ze het ontwikkelingsperspectief onderbouwen en welke instrumenten zij daarvoor gebruiken.

De verplichte onderdelen van het ontwikkelingsperspectief zijn:

  • het uitstroomprofiel: de onderwijssoort of het vervolgonderwijs waarnaar de leerling naar verwachting zal uitstromen dan wel het soort arbeid of de vorm van dagbesteding waarnaar uitstroom van de leerling wordt verwacht;
  • de onderbouwing van het uitstroomprofiel;
  • de belemmerende en bevorderende factoren die van invloed zijn op het onderwijs aan de leerling. Dit zijn kindgebonden factoren en omgevingsfactoren die (mede) bepalen of een leerling een bepaalde uitstroombestemming kan bereiken, zoals bijvoorbeeld motivatie, of een stimulerende thuisomgeving;
  • het handelingsdeel: een omschrijving van de individuele begeleiding die is afgestemd op de behoefte van de leerling. Het handelingsdeel is alleen verplicht in het regulier onderwijs en het speciaal basisonderwijs. In het (voortgezet) speciaal onderwijs maakt het handelingsdeel (nog) geen verplicht onderdeel uit van het opp.
  • afwijking van het onderwijsprogramma. Het opp van leerlingen in het regulier basis- en voortgezet onderwijs vermeldt ook wanneer wordt afgeweken van één of meer onderdelen van het onderwijsprogramma. Dit geldt niet voor leerlingen in het speciaal basisonderwijs of in het (voortgezet) speciaal onderwijs.
  • vervangende onderwijsdoelen: als de kerndoelen niet voor een leerling gehanteerd kunnen worden, wordt in het opp aangegeven welke vervangende onderwijsdoelen worden gehanteerd. Dit is alleen vastgelegd voor het basisonderwijs en het (voortgezet) speciaal onderwijs.

De ondersteuning die onder de basisondersteuning valt, hoeft dus niet te worden beschreven in het ontwikkelingsperspectief.

Evaluatie ontwikkelingsperspectief

De school evalueert ten minste één keer per schooljaar het ontwikkelingsperspectief samen met de ouders. Daarna kan het ontwikkelingsperspectief bijgesteld worden als dat nodig is. Ook over de bijstelling moet eerst met de ouders op overeenstemming gericht overleg worden gevoerd. In het vso wordt ook de leerling betrokken bij de evaluatie van het ontwikkelingsperspectief, als deze leerling meerderjarig en handelingsbekwaam is.

Verder evalueren in het (v)so de commissie voor de begeleiding (cluster 3 en 4) of de commissie van onderzoek (cluster 1 en 2) ten minste één keer per jaar het ontwikkelingsperspectief, doen hiervan verslag aan het bevoegd gezag en adviseren over het bijstellen van het opp.

Nieuwe wetgeving over het ontwikkelingsperspectief

De Eerste Kamer heeft op 7 februari 2017 een wetsvoorstel over het ontwikkelingsperspectief aanvaard. De wet is gepubliceerd op 2 maart 2017. Wanneer de wet in werking treedt is nog niet bekend. 

De wet regelt het volgende:

  • met ouders moet overeenstemming worden bereikt over het handelingsdeel van het ontwikkelingsperspectief (de individuele ondersteuning en begeleiding van de leerling) voordat dit deel kan worden vastgesteld. Dit geldt niet voor het overige deel van het ontwikkelingsperspectief. Dat kan wel vastgesteld worden nadat op overeenstemming gericht overleg is gevoerd.
  • ook in het (voortgezet) speciaal onderwijs dient het ontwikkelingsperspectief een handelingsdeel te bevatten. Dat was nog niet in de wet vastgelegd.

Met deze wet geeft de regering uitvoering aan de motie Ypma, die door de Tweede Kamer werd aangenomen op 16 april 2013. De regering wil met de wet de betrokkenheid van ouders bij de vaststelling van het ontwikkelingsperspectief vergroten.​

Geschillencommissie passend onderwijs (GPO)

Als het niet lukt om overeenstemming te bereiken over het ontwikkelingsperspectief, kunnen ouders een geschil voorleggen aan de Geschillencommissie passend onderwijs (GPO). Deze Commissie behandelt onder andere geschillen over de vast- en bijstelling van het ontwikkelingsperspectief. De GPO is ondergebracht bij Onderwijsgeschillen.

Procedure GPO

Het verzoek om een geschil in behandeling te nemen moet volgens het reglement van de Commissie uiterlijk zes weken nadat het ontwikkelingsperspectief bekend is gemaakt, worden ingediend. De Commissie geeft binnen 10 weken een oordeel over het geschil. De Commissie is zo samengesteld dat zij beschikt over (ortho)pedagogische, psychologische, onderwijskundige, maatschappelijke, bestuurlijke, juridische en medische deskundigheid. De Commissie brengt een advies uit dat niet bindend is voor het schoolbestuur. Maar het advies weegt wel zwaar. Het bestuur moet schriftelijk aan de ouders en aan de Commissie meedelen wat er met het oordeel wordt gedaan. Als het advies van de Commissie niet wordt gevolgd moet daarbij de reden worden vermeld. De Commissie is laagdrempelig. Zo kan bijvoorbeeld via internet een geschil worden ingediend, is het inschakelen van een advocaat niet vereist en zijn er geen proceskosten aan verbonden.

Adviezen GPO

De Commissie toetst zowel de inhoud van het opp als het op overeenstemming gerichte overleg tussen ouders en school over de vast- of bijstelling van het opp.

Enkele lijnen in de adviezen van de GPO:

  • de Commissie toetst inhoudelijk of het ontwikkelingsperspectief voldoende aansluit op de ondersteuningsbehoefte van de leerling. Soms is dat volgens de Commissie wel het geval (zie bijvoorbeeld zaak 106703). In andere zaken oordeelt de Commissie dat dat niet het geval is, bijvoorbeeld 106795 of 106632, waarbij uit het opp niet blijkt welke begeleidingsmogelijkheden nog meer konden worden ingezet;
  • de Commissie toetst ook of het opp inhoudelijk voldoet aan de wettelijke eisen (107090, 106517). In de laatste zaak voldeed het opp niet aan de wettelijke eisen, omdat onder andere een omschrijving van de begeleiding, die is afgestemd op de individuele behoeften van de leerlingen, ontbrak;
  • onder op overeenstemming gericht overleg moet volgens de Commissie worden verstaan dat met de ouders open en reëel overleg wordt gevoerd over het opp. Dat was bijvoorbeeld niet het geval in een zaak waarbij het ontwikkelingsperspectief al na één overleg zonder overeenstemming werd vastgesteld (107087). In zaak 106795 oordeelde de Commissie dat in het opp de visie van de ouders verwerkt had kunnen worden;
  • er werd wel voldoende op overeenstemming gericht overleg met de ouder gevoerd in een zaak waar de school in hoge mate en gedetailleerd tegemoet kwam aan de door de ouder gevraagde ondersteuning (106703);
  • het bevoegd gezag moet het opp formeel vaststellen (106795, 107067);
  • er is nog geen onderzoek naar het ontwikkelingsperspectief vereist als de school vol zit en de leerling door zijn positie op de wachtlijst nog niet aan de beurt is om geplaatst te worden (107293);
  • de aanspraak op de zorgplicht van de school brengt voor ouders de plicht mee om de school adequaat te informeren over de situatie van hun kind (107011);
  • in een zaak over een langdurig zieke leerling, die beperkt in staat is de school te bezoeken en gedeeltelijk is vrijgesteld van geregeld schoolbezoek, oordeelde de Commissie dat verder onderzoek naar aanpassing van het opp wat betreft bijvoorbeeld inkoop van materiaal voor afstandsonderwijs of de inhuur van specifieke expertise voor de hand lag (107031);
  • afstandsonderwijs is geen vervanging van schoolonderwijs. Uitgangspunt van het opp blijft dat de school aanspreekbaar blijft op inhoud, vorm en uitvoering van het geboden onderwijs (107031). Ook bij verwijzing naar een bovenschoolse voorziening (opdc) houdt de school de regiefunctie over het opp (107067);
  • bij de bijstelling van het ontwikkelingsperspectief moet de school op overeenstemmingsgericht overleg met de ouders voeren (107067).

U vindt hier alle adviezen van de GPO over het ontwikkelingsperspectief.

Downloaden

Lees ook de Themabrief passend onderwijs 8: het ontwikkelingsperspectief, juni 2016.
U kunt ook de uitgebreide tekst met bronvermelding en verwijzingen downloaden in pdf.