Datum uitspraak: 21-01-2003
Type: Uitspraken Onderwijsgeschillen
Samenvatting 

Klaagster is medewerkster van het ROC en stelt dat verweerder, locatiedirecteur, haar na afloop van een diploma-uitreiking op school ongewenst en ongevraagd heeft beetgepakt en haar twee maal een korte tongzoen heeft gegeven. De volgende ochtend zou verweerder haar over haar gezicht hebben gestreken en nogmaals hebben geprobeerd om haar te zoenen. Verweerder erkent een tongzoen te hebben gegeven doch stelt dat dit niet ongewenst was. Voorts ontkent hij. Omdat er geen aanvullende feiten of omstandigheden zijn op grond waarvan de verklaring van de ene partij meer aannemelijk zou zijn dan deze van de andere partij, kan de Commissie niet vaststellen dat er meer heeft plaatsgevonden dan een tongzoen. Om dezelfde reden kan de Commissie niet vaststellen dat de tongzoen op het moment van plaatsvinden als ongewenst en intimiderend is ervaren. Dientengevolge wordt de klacht inzake seksuele intimidatie ongegrond verklaard. Evenwel acht de Commissie het ongepast dat verweerder klaagster als collega die gehuwd is, in een werkgerelateerde situatie heeft gezoend. De houding van verweerder tijdens en na het voorval komt naar het oordeel van de Commissie neer op plichtsverzuim waarvoor de Commissie het bevoegd gezag aanbeveelt een berisping te geven. Klacht ongegrond met aanbeveling berisping.