Datum uitspraak: 24-08-2005
Type: Uitspraken Onderwijsgeschillen
Samenvatting 

De werknemer heeft twee opvolgende tijdelijke arbeidsovereenkomsten bij de werkgever gehad. Hij was niet bevoegd en heeft van de werkgever de toezegging gekregen dat het behalen van de bevoegdheid zal leiden tot omzetting van het tijdelijk dienstverband in een vast dienstverband. De werkgever heeft de werknemer meegedeeld dat zijn tweede arbeidsovereenkomst van rechtswege zal aflopen. De werknemer heeft hiertegen bezwaar gemaakt waarop de werkgever het dienstverband voor zover vereist heeft opgezegd. Hierna heeft de werknemer, naar eigen zeggen, zijn bevoegdheid gehaald. De Commissie oordeelt dat beide arbeidsovereenkomsten, in tegenstelling tot wat in de akte van benoeming staat vermeld, gegrond zijn op art. H-11 b CAO-BVE: niet voldoen aan de  eisen voor benoeming in de functie. Derhalve is de tweede arbeidsovereenkomst tijdelijk van aard en van rechtswege geëindigd. Dat de werknemer bevoegd is geworden, is niet gebleken. Overigens is het zo dat als de werknemer al bevoegd zou zijn geworden, dit nog niet inhoudt dat het tijdelijk dienstverband van de werknemer automatisch is geconverteerd  in een vast dienstverband. Hiervoor is een uitvoeringshandeling van de werkgever noodzakelijk. Bij de schorsingen heeft de werkgever verzuimd de in de CAO-BVE voorgeschreven formaliteiten in acht te nemen. Hierdoor kunnen de schorsingsbeslissingen niet in stand blijven.
Beroep tegen de opzegging voor zover vereist niet-ontvankelijk.
Beroep tegen twee schorsingen gegrond