Datum uitspraak: 19-11-2019
Nummer uitspraak: 108866
Type: Uitspraken Onderwijsgeschillen
Sector: Voortgezet onderwijs
Samenvatting 

Situatie
De bestuurder legt de begroting 2019 aan de MR voor advies voor. Nadat de MR negatief geadviseerd heeft, trekt de bestuurder de adviesaanvraag in. Hierover legt de MR een adviesgeschil en een nalevingsgeschil voor aan de Commissie. De MR dient ook een nalevingsgeschil in over de vergoeding van de kosten van een raadsman, die de MR inmiddels heeft ingeschakeld.

Uitspraak van de Commissie
De MR is niet-ontvankelijk in zijn verzoek tot behandeling van een adviesgeschil en een nalevingsgeschil met betrekking tot de begroting 2019.
De Commissie wijst het nalevingsverzoek van de MR over het vergoeden van de kosten van het raadplegen van een deskundige en het voeren van rechtsgedingen in zoverre toe dat deze kosten van de MR ten laste komen van het bevoegd gezag tot een bedrag van in totaal € 7000,- inclusief btw.
De Commissie wijst het verzoek van de MR tot het opleggen van een dwangsom aan het bevoegd gezag af.

Toelichting 
De Wet medezeggenschap op scholen (Wms) en het medezeggenschapsreglement bevatten geen bepalingen dat de MR adviesrecht heeft over de jaarbegroting. Dat het bevoegd gezag al jaren advies heeft gevraagd, betekent niet dat de MR daar nu recht op heeft. Daarom is het verzoek niet-ontvankelijk.
De kosten van rechtsbijstand in een nalevingsgeschil over de kosten van rechtsbijstand, zijn in ieder geval redelijkerwijze noodzakelijke kosten. 
De kosten van de advisering en de rechtsbijstand zijn nog niet definitief, maar kunnen in totaal een bedrag van meer dan 15.000 euro bedragen. Gezien de aard en de omvang van het geschil is dit geen redelijk bedrag. Daarom matigt de Commissie het bedrag tot 7000 euro.
Voor het opleggen van een dwangsom aan het bevoegd gezag is geen aanleiding.