Datum uitspraak: 09-04-2018
Nummer uitspraak: 108042/108145 - 18.04
Type: Uitspraken Onderwijsgeschillen
Sector: Primair onderwijs
Samenvatting 

Situatie
Bij een tweehoofdig College van Bestuur ontstond een vacature voor bestuurder.  De RvT vroeg de GMR om advies over de benoeming van een waarnemend bestuurder. De GMR maakte geen gebruik van zijn adviesrecht en de RvT benoemde de waarnemend bestuurder.  De RvT had voor deze benoeming geen sollicitatiecommissie ingesteld en ook geen competentieprofiel voor advies aan de GMR voorgelegd.
De GMR dient een adviesgeschil in over het competentieprofiel en een nalevingsgeschil over het niet instellen van een sollicitatiecommissie.
Daarnaast start de RvT een procedure tot ontslag van de tweede bestuurder. De GMR adviseert negatief over dit voorgenomen ontslag.

Uitspraak van de Commissie:    
Het adviesgeschil over het competentieprofiel en het nalevingsgeschil over het niet instellen van een sollicitatiecommissie zijn niet-ontvankelijk.
Het bevoegd gezag heeft in redelijkheid tot zijn besluit kunnen komen tot (het inzetten van een procedure om te komen tot) ontslag van de bestuurder. 

Toelichting:
De geschillen over het competentieprofiel en de sollicitatiecommissie zijn onlosmakelijk verbonden met de benoeming van de waarnemend bestuurder. Over die benoeming heeft de GMR geen gebruik gemaakt van zijn adviesrecht. Daardoor is die benoeming een onomkeerbaar feit en resteert er voor de GMR geen belang bij een uitspraak van de Commissie.
Over het ontslag van de bestuurder is het beeld gerezen van een verstoorde relatie tussen het bevoegd gezag en de bestuurder. Het behoort niet tot de taak van de Commissie te oordelen over de vraag aan wie en in welke mate deze vertrouwensbreuk te wijten is en of deze is te herstellen. De vertrouwensbreuk heeft redelijkerwijze voor het bevoegd gezag reden mogen vormen om, in afwijking van het advies van de GMR, te besluiten tot (het inzetten van een procedure om te komen tot) ontslag van de bestuurder.

Beroep bij Ondernemingskamer
Tegen deze uitspraak is beroep ingesteld bij de Ondernemingskamer. De Ondernemingskamer heeft het beroep op 9 oktober 2018 verworpen. Lees meer...