Datum uitspraak: 30-06-2020
Nummer uitspraak: 108981
Type: Uitspraken Onderwijsgeschillen
Sector: Hoger beroepsonderwijs
Samenvatting 

Situatie
De werkgever heeft een melding ontvangen van een stagebedrijf dat de werknemer zich tijdens een stagebezoek aan een student kwetsend en discriminerend heeft uitgelaten tegenover deze student. Na het horen van de stagebegeleider en de student oordeelt de werkgever dat sprake is geweest van ongewenst gedrag in de zin van de Regeling Ongewenst Gedrag die de werkgever kent. De werkgever legt de werknemer vervolgens een berisping op. Hiertegen heeft de werknemer beroep ingesteld.

Uitspraak van de Commissie
Het beroep is gegrond.

Toelichting
Hoewel de werknemer betwist zich tijdens het stagebezoek te hebben uitgelaten op de wijze zoals door de stagebegeleider geschetst, staat vast dat zij tijdens het gesprek haar excuses heeft gemaakt voor een ongepaste uitlating en dat de bewoordingen zowel door de student als de stagebegeleider als kwetsend en discriminerend zijn ervaren. Hierdoor is sprake van ongewenst gedrag dat plichtsverzuim oplevert. In beginsel is het opleggen van een disciplinaire maatregel passend voor dergelijk plichtsverzuim. Gelet op de omstandigheden acht de Commissie een berisping niet passend. De werkgever heeft het voorval zwaarder aangezet dan wenselijk, door met de stagebegeleider en de student in gesprek te gaan, zonder eerst met de werknemer daarover te spreken. Mogelijk heeft het gegeven dat de werknemer in een verbetertraject zat, daarbij een rol gespeeld. Bovendien is de werknemer al ruim dertig jaar werkzaam voor de werkgever en is niet gesteld of gebleken dat de werknemer zich eerder schuldig heeft gemaakt aan ongewenst gedrag.