Datum uitspraak: 06-01-2015
Nummer uitspraak: 106358
Type: Uitspraken Onderwijsgeschillen
Samenvatting 

Het beroep is gericht tegen de beslissing van de werkgever om de werknemer niet in aanmerking te laten komen voor het entreerecht. Vast staat dat de werknemer de voorafgaande schooljaren niet 50% of meer van zijn lessen verzorgde in de bovenbouw havo en/of vwo. De werknemer kan dus geen aanspraak maken op promotie op grond van het entreerecht zoals geformuleerd in de cao's voorafgaande aan de cao 2014-2015. Ook per 1 augustus 2014 voldoet de werknemer niet aan dit vereiste, zodat hij evenmin aanspraak kan maken op het entreerecht van artikel 5.2 cao vo. Dientengevolge heeft de werkgever hem niet ten onrechte het entreerecht onthouden. Van het bestaan van een andere grond voor een recht van de werknemer op promotie naar een LD-functie is niet gebleken.
Gebleken is ook dat de werkgever de werknemer een aanbod heeft gedaan om met terugwerkende kracht per 1 augustus 2014 te worden benoemd als docent LD. De werknemer heeft dit aanbod niet aanvaard. Het aanbod van de werkgever is derhalve een vrijwillig (een niet op enige bepaling van de cao gegrond) aanbod, dat de werkgever kennelijk eigener beweging doet en waaraan de werkgever daarom voorwaarden mag verbinden. In het bijzonder mag de werkgever, zoals dat voor alle docenten geldt, verlangen dat degene die wordt benoemd in een LD-functie aan de daarbij behorende vereisten voldoet.
Beroep ongegrond.

Trefwoorden: