Datum uitspraak: 06-01-2015
Nummer uitspraak: 106359
Type: Uitspraken Onderwijsgeschillen
Samenvatting 

Het beroep is gericht tegen de beslissing van de werkgever dat de werknemer geen beroep kan doen op het entreerecht.
Deze beslissing vloeit voort uit de urentoedeling voor het schooljaar 2014-2015 waarbij de werknemer minder dan 50% van haar lessen geeft aan de bovenbouw havo en vwo. Deze toedeling heeft tot gevolg dat de werknemer niet voldoet aan de voorwaarden van artikel 5.2 cao vo zodat zij niet in aanmerking komt voor een LD-functie. Aldus is sprake van het direct of indirect onthouden van promotie.
Vast staat dat de functie van de werknemer deel uitmaakt van de structurele formatie van de school en dat zij onafgebroken reeds vele jaren nagenoeg al haar lessen geeft aan de bovenbouw havo en vwo. De werknemer heeft aan de bepalingen in de cao vo over het entreerecht, aan het onderhandelaarsakkoord en aan de feitelijke urentoedeling in de voorafgaande jaren gerechtvaardigd de verwachting kunnen ontlenen dat zij ook na 1 augustus 2014 overwegend in de bovenbouw havo en vwo zou worden ingezet en zodoende ook haar entreerecht geldend zou kunnen maken. De werkgever heeft zich niet als een goed werkgever gedragen door aan de werknemer, anders dan in de voorafgaande schooljaren, minder dan de helft van haar lesuren in de bovenbouw toe te delen.
Beroep gegrond.

Trefwoorden: