Datum uitspraak: 24-05-2007
Nummer uitspraak: 103462
Type: Uitspraken Onderwijsgeschillen
Samenvatting 

Werknemer is conciërge en heeft zonder toestemming van de leidinggevende goederen uit de werkplaats weggenomen. De werkgever heeft dit aangemerkt als diefstal c.q. verduistering en deze feiten alsmede het latere gedrag van de werknemer met betrekking tot het terugbrengen van de goederen aangemerkt als een dringende reden.
De Commissie acht het niet onbegrijpelijk dat, zeker gezien de vertrouwensfunctie die de werknemer vervult, de werkgever een maatregel heeft willen nemen, temeer daar de werknemer zich eerder had schuldig gemaakt aan diefstal c.q. verduistering. De Commissie is echter van oordeel dat het door de werknemer gepleegde plichtsverzuim, gelet op alle omstandigheden van het geval, waaronder de duur van het dienstverband, de leeftijd van de werknemer en de ingrijpende gevolgen van het ontslag voor de werknemer, onvoldoende ernstig is om een ingrijpende maatregel als een ontslag op staande voet te kunnen dragen. De Commissie acht het ontslag disproportioneel.
Beroep gegrond.