Datum uitspraak: 26-01-2021
Nummer uitspraak: 109193
Type: Uitspraken Onderwijsgeschillen
Sector: Hoger beroepsonderwijs
Samenvatting 

Situatie
De werknemer is werkzaam als docent en examinator. Als examinator is hij betrokken bij de beoordeling van een examen van een studente, die hij kent omdat hij weleens heeft samengewerkt met de vader van de studente. De examencommissie komt hierachter en stelt een onderzoek in naar de integriteit van de werknemer. Gedurende dat onderzoek is de werknemer geschorst. Na afloop van het onderzoek legt de examencommissie de werknemer een schorsing als examinator op tot ten minste 1 januari 2021. De examencommissie vindt dat de werknemer de schijn van belangenverstrengeling op heeft zich heeft geladen door de studente te examineren en stelt dat de werknemer heeft nagelaten bij zijn leidinggevende melding te doen van de werkrelatie.

Uitspraak van de Commissie
Het beroep is gegrond.

Toelichting
De Commissie kwalificeert de schorsing als een disciplinaire maatregel, gelet op de in het besluit gebruikte bewoordingen als 'verwijtbaarheid' en 'zwaarte van de maatregel'. 
De werknemer heeft zich op het standpunt gesteld dat de werkgever, collega's en studenten op de hoogte waren van de werkrelatie met de vader van de studente. Hij heeft uitgebreid gemotiveerd dat ook de leidinggevende van die relatie op de hoogte was. Daartegenover staat de enkele ontkenning van de werkgever, dat de leidinggevende niet op de hoogte was. De werkgever heeft dit echter niet onderbouwd, bijvoorbeeld door een ondertekende verklaring van de leidinggevende. De Commissie vindt het daarom aannemelijk dat de leidinggevende wel op de hoogte was van die werkrelatie. Verder is gebleken dat de leidinggevende de werknemer als docent van de studente heeft aangewezen, wat automatisch inhield dat de werknemer ook de examinator van de studente was. Onder deze omstandigheden kan de werknemer geen plichtsverzuim worden verweten.