Datum uitspraak: 24-10-2019
Type: Uitspraken Ondernemingskamer
Door: 
Ondernemingskamer Gerechtshof Amsterdam
Samenvatting 

Op 16 mei 2019 deed de Landelijke Commissie voor Geschillen (LCG WMS) uitspraak in een instemmingsgeschil tussen de PMR en het bevoegd gezag over de benoeming van een hoofdconciërge. Tegen deze uitspraak stelde de PMR beroep in bij de Ondernemingskamer.
De Ondernemingskamer bevestigde op 23 oktober 2019 de uitspraak van de LCG WMS. 

Toelichting​

De Ondernemingskamer bevestigde het oordeel van de Commissie. Ook de Ondernemingskamer oordeelt dat de benoeming van de hoofdcongierge geen beleidsmatig maar een individueel karakter had, waarvoor de PMR geen instemmingsbevoegdheid had. De benoeming van de hoofdconciërge was slechts het formaliseren van een bestaande situatie. Er was dus geen sprake van wijziging van het bevorderings-, aanstellings- en ontslagbeleid.Verder oordeelde de Ondernemingskamer dat de inhoud en het takenpakket van de hoofdconciërge niet gewijzigd was. Ook het aantal (hoofd)conciërges was gelijk gebleven. Daarom was er ook geen sprake van een wijziging van de samenstelling van de formatie.  

Downloaden