Datum uitspraak: 10-09-2004
Nummer uitspraak: 102654
Type: Uitspraken Onderwijsgeschillen
Samenvatting 

Klager klaagt tegen de directeur van de school omdat zijn zoon M. eind schooljaar 2003-2004 niet is bevorderd naar klas 4 HAVO, terwijl het cijfer 5,5 van de 1ste periode voor het vak Duits aan het eind van het schooljaar ten onrechte is gewijzigd in het cijfer 4,5 en M. niet de gelegenheid heeft gehad om voor Aardrijkskunde in de 4de periode een hoger cijfer te scoren. De Commissie constateert dat M. niet voldoet aan de geldende overgangsnormen omdat hij geen gemiddeld cijfer 6,0 op zijn endrapport heeft (drie keer 5 en slechts 2 compensatiepunten, afkomstig van het vak Islamitische levensbeschouwing).  Niet wordt betwist dat het afgeronde eindcijfer 5 voor Duits het juiste cijfer is. Uitgaande van het onjuiste cijfer 5,5 voor Duitse taal op het 1ste rapport, zou het exacte eindcijfer niet 5,3 maar 5,5 zijn geweest.  De onjuiste cijfervermelding op het rapport van de 1ste periode is dus slechts voor 0,2 punt van invloed op het eindrapport, hetgeen de Commissie voor wat betreft de inschatting van de kans op het halen van een voldoende in dit geval marginaal acht. De stelling van klager dat, als M. had geweten dat het werkelijk aangehouden cijfer Duits voor de 1ste periode een 4,5 was, meer aandacht aan Duits had gegeven en het eindrapportcijfer dan wel een 6 zou zijn geweest, acht de Commissie niet aannemelijk, gelet op alle behaalde cijfers Duits. De leerling dient ook zelf zijn cijfers bij te houden. De Commissie concludeert dat de directeur op juiste gronden heeft kunnen beslissen om het eindcijfer Duits niet aan te passen. Ten aanzien van het cijfer 5 voor Aardrijkskunde overweegt de Commissie dat in de 2de periode een conflict tussen M. en de leraar heeft plaatsgevonden, daarover destijds geen klacht bij de directie is ingediend en thans niet meer kan worden achterhaald of M. al dan niet terecht een aantal lessen niet heeft mogen bijwonen. De stelling van klager dat M. het cijfer in de 4de periode niet heeft kunnen ophalen omdat de leraar per 01-06-2004 met ontslag is gegaan, acht de Commissie niet aannemelijk. Immers, het cijfer dat M. in de 4de periode heeft gehaald (7,1) is het hoogste cijfer dat hij voor dit vak heeft gehaald. De Commissie is van oordeel dat de directie de beslissing van de rapportvergadering om M. niet te bevorderen, in redelijkheid heeft kunnen handhaven omdat M. klas 3 HAVO doubleerde en ook geen onberispelijke staat van dienst had op het gebied van verzuim. De door klager genoemde negatieve gevolgen van het niet-bevorderen zijn veroorzaakt door de schoolprestaties van M. en niet door de beslissing die op basis van die prestaties genomen is.
Klacht ongegrond met aanbeveling om regeling overgangsnormen op te nemen in de schoolgids en de rapportcijfers desgevallend op decimalen af te ronden.