Datum uitspraak: 13-11-2014
Nummer uitspraak: 106349
Type: Uitspraken Onderwijsgeschillen
Sector: Voortgezet onderwijs
Samenvatting 

Werknemer is berispt vanwege plichtsverzuim dat bestond uit vroegtijdig stoppen met de lessen, niet opruimen van het leslokaal en de bejegening van een leerlinge. Werknemer betwist de feiten niet maar stelt dat collega's niet anders handelen en dat de bejegening van de leerlinge pedagogisch juist was. Volgens de werknemer was er geen sprake van plichtsverzuim. De werknemer heeft er terecht op gewezen dat de werkgever bij het opleggen van de disciplinaire maatregel heeft verwezen naar een onjuist cao-artikel. Wat betreft het incident met de leerlinge overweegt de Commissie dat de opmerkingen vanuit professioneel oogpunt niet de schoonheidsprijs verdienen, maar dit is niet aan te merken als plichtsverzuim. Dat ligt anders ten aanzien van het te vroeg stoppen met de lessen en het wanordelijk achterlaten van het lokaal. De werknemer was op beide zaken eerder aangesproken door de werkgever en gold dus als een gewaarschuwd man. Mede gelet op diezelfde aanmaningen en waarschuwingen is de opgelegde maatregel van een schriftelijke berisping ook evenredig aan het gepleegde plichtsverzuim. De Commissie adviseert om het bestreden besluit in stand te laten onder verbetering van de grondslag en aanpassing van de motivering.