Datum uitspraak: 15-10-2009
Nummer uitspraak: 104331
Type: Uitspraken Onderwijsgeschillen
Sector: Voortgezet onderwijs
Samenvatting 

Een leerling heeft fraude gepleegd door de cijferbriefjes van twee proefwerken te vervalsen. Het schoolbestuur besluit de leerling definitief van school te verwijderen. Met partijen is de Commissie van oordeel dat er sprake is van een ernstige onregelmatigheid. De Commissie acht het dan ook niet onjuist dat het bevoegd gezag heeft geoordeeld dat daartegen met toepassing van artikel 14 van het leerlingenstatuut moet worden opgetreden. Het bevoegd gezag heeft in dit geval bewust gekozen voor de zwaarst mogelijke sanctie: definitieve verwijdering met als motivering dat er sprake is van een fundamentele vertrouwensbreuk tussen de school en de leerling. Dat het enkele feit dat een leerling op geraffineerde wijze fraude heeft gepleegd op zichzelf leidt tot een definitieve fundamentele vertrouwensbreuk acht de Commissie echter niet aangetoond en ook niet aannemelijk gemaakt. De Commissie is van oordeel dat weliswaar hetgeen de leerling heeft gedaan zeer ernstig en afkeurenswaardig is, maar dat dat wangedrag niet van dien aard is dat dit reeds daarom de maatregel van definitieve verwijdering rechtvaardigt. De Commissie wijst erop dat het belang van de school om een duidelijk signaal af te geven ook gediend wordt als de leerling een andere sanctie, zoals schorsing was opgelegd. Op basis van artikel 14 van het leerlingenstatuut had ook een andere sanctie kunnen worden opgelegd. De Commissie adviseert het bevoegd gezag het bezwaar gegrond te verklaren, het besluit tot definitieve verwijdering te herroepen en de leerling conform artikel 14 van het leerlingenstatuut te straffen door hem schriftelijke te berispen en een straftaak op te leggen.

Trefwoorden: