Datum uitspraak: 12-01-2015
Nummer uitspraak: 106517
Type: Uitspraken Onderwijsgeschillen
Sector: Primair onderwijs
Samenvatting 

De oudste en de jongste broer van een drieling hebben, net als hun middelste broertje, vanaf groep 1 regulier onderwijs gevolgd op de basisschool. Dit schooljaar volgen zij voor de tweede maal onderwijs in groep 6. Zij vertonen gedragsproblemen en kenmerken van depressie. De school concludeerde handelingsverlegen te zijn in de begeleiding van de twee broers. Voor de oudste broer heeft de school een daghulp voorziening van bureau Jeugdzorg voorgesteld en voor de jongste broer plaatsing op het speciaal basisonderwijs. Het bevoegd gezag heeft vervolgens een voornemen tot verwijdering kenbaar gemaakt. Na indiening van het verzoek van de ouders aan de Commissie, is voor beide broers een ontwikkelingsperspectief opgesteld. Omdat er ten tijde van het voornemen tot verwijdering geen ontwikkelingsperspectieven waren opgesteld, is de geconcludeerde handelingsverlegenheid voorbarig geweest. Over de inmiddels opgestelde ontwikkelingsperspectieven had met de ouders op overeenstemming gericht overleg gevoerd moeten worden. Dat is niet gebeurd. Bovendien ontbreekt daarin een omschrijving van de begeleiding die is afgestemd op de individuele behoeften van de leerlingen. De ontwikkelingsperspectieven voldoen op deze onderdelen niet aan de wettelijke eisen. Voor de toelating tot het speciaal basisonderwijs was een toelaatbaarheidsverklaring afgegeven en is een toelatingsverklaring opgesteld. Nog daargelaten dat deze verklaringen buiten verzoekers zijn opgesteld, ontberen ze elke grondslag omdat nog niet kan worden beoordeeld welke onderwijsondersteuning voor de leerlingen passend is. De Commissie adviseert om het bestreden besluit in te trekken en de ontwikkelingsperspectieven bij te stellen en een nieuw besluit te nemen over de benodigde extra ondersteuning, waarbij wordt meegenomen welke ondersteuningsmogelijkheden de eigen school kan bieden. Verzoek gegrond.