Datum uitspraak: 23-07-2012
Nummer uitspraak: 105416
Type: Uitspraken Onderwijsgeschillen
Samenvatting 

De FSR heeft niet ingestemd met de voorstellen van de decaan m.b.t. de OER-en van de bacheloropleidingen. Het geschil heeft betrekking op de voorstellen inzake vakkenclustering en doorstroming, compensatie, geldigheidsduur van de examens en de invulling van 24 studiepunten buiten het departement. De eerste drie punten vormen een geheel. De keuzes die de decaan in zijn voorstellen heeft gemaakt zijn niet onredelijk. De FSR heeft opgeworpen dat het systeem van vakclusters, compensatie en beperkte geldigheid van examenonderdelen willekeur tot gevolg heeft en leidt tot rechtsongelijkheid. Dit is met een voorbeeld uitgewerkt, welk voorbeeld niet door de decaan is weersproken en waarvan ook anderszins niet is vastgesteld dat het onjuist is. Het is begrijpelijk dat de FSR dit een onwenselijke uitkomst acht en dat de FSR onvoldoende vertrouwen heeft in de monitoring door de decaan, omdat hiermee niet tegemoet gekomen kan worden aan de als structureel ervaren onjuistheid van het systeem. De argumenten van de FSR zijn daarom evenmin onredelijk. Het zelfde geldt voor de afwijzing van de FSR van het voorstel van de decaan over de invulling van 24 studiepunten buiten het departement waarbij de FSR stelt dat dit voorstel tot willekeur leidt. Aldus is sprake van twee combinaties van argumenten die ieder voor zich redelijk zijn en die ieder ook even zwaar wegen. In aansluiting op de wetsgeschiedenis wordt vervangende instemming aan het voorstel van de decaan op dit onderdeel onthouden. Van zwaarwegende organisatorische, economische of sociale redenen die de voorgenomen beslissingen van de decaan vergen is niet gebleken.

Trefwoorden: