Datum uitspraak: 02-12-2014
Nummer uitspraak: 106553 - 14.12
Type: Uitspraken Onderwijsgeschillen
Samenvatting 

Twee schoolbesturen hebben voor drie van hun vmbo-scholen een gezamenlijke bovenbouw (leerjaren 3 en 4) geformeerd. Met instemming van de medezeggenschapsorganen van de betrokken scholen hebben de bevoegd gezagsorganen voor deze gezamenlijke bovenbouw een bovenbestuurlijke medezeggenschapsraad ingesteld. De Inspectie van het Onderwijs heeft geoordeeld dat in de getroffen constructie een bovenbestuurlijke medezeggenschapsraad niet mogelijk is. Partijen - de besturen en de (gemeenschappelijke) medezeggenschapraden van de scholen en de bovenbestuurlijke medezeggenschapsraad - zijn van mening dat de inrichting van de medezeggenschap volkomen in lijn is met de intentie van de Wms. De medezeggenschap vindt immers plaats zo dicht als mogelijk bij de plaats waar de zeggenschap berust, te weten de directie. Partijen verzoeken de Commissie vast te stellen dat de inrichting van de bovenbestuurlijke medezeggenschapsraad in overeenstemming is met artikel 20 Wms.
De Voorzitter doet uitspraak in vereenvoudigde behandeling.
Anders dan op de andere in artikel 20 Wms genoemde medezeggenschapsorganen is artikel 31 Wms niet mede van toepassing verklaard op de bovenbestuurlijke medezeggenschapsraad (artikel 37 Wms). Daarom is de bovenbestuurlijke medezeggenschapsraad niet bevoegd een interpretatiegeschil aanhangig te maken bij de LCG WMS en is zijn verzoek aan de Commissie kennelijk niet ontvankelijk.
Voor het aanhangig maken van een interpretatiegeschil is voorts vereist dat partijen met elkaar van mening verschillen over het bepaalde bij of krachtens de Wms. Partijen verschillen echter niet van mening over het bepaalde in artikel 20 lid 5 Wms, welk artikel het mogelijk maakt een bovenbestuurlijke medezeggenschapsraad in te stellen. Er is dus geen sprake van een interpretatiegeschil als bedoeld in artikel 31 aanhef en onder d Wms. Dat de bevoegde gezagsorganen een verschil van mening hebben met de Inspectie van het Onderwijs over de toepassing van de Wms, doet daaraan niet af. Het verzoek is kennelijk niet-ontvankelijk.