Datum uitspraak: 15-11-2019
Nummer uitspraak: 108828
Type: Uitspraken Onderwijsgeschillen
Sector: Primair onderwijs
Samenvatting 

Situatie
Twee leden van de Raad van Toezicht treden af. De oudergeleding van de GMR (OGMR) heeft het recht om een bindende voordracht te doen voor twee nieuwe leden. Er wordt een benoemingsadviescommissie (BAC) ingesteld, waarin één OGMR-lid zitting heeft. De OGMR wil dat twee personen worden voorgedragen, maar de BAC vindt slechts één van die twee kandidaten geschikt. De Raad van Toezicht besluit om alleen die ene kandidaat aan de gemeenteraad voor te dragen voor benoeming. De OGMR legt hierover een nalevingsgeschil aan de Commissie voor.

Uitspraak van de Commissie
De Commissie wijst het nalevingsverzoek af. 

Toelichting
De Commissie is van oordeel dat de regeling werving en selectie, waarin de werkwijze van de BAC is opgenomen, niet in overeenstemming is met het voordrachtsrecht van de OGMR zoals opgenomen in de Wet op het primair onderwijs (WPO) en de statuten van de stichting. In de statuten is opgenomen dat de bindende voordracht  van de OGMR wordt 'voorbereid' door de BAC, terwijl in de regeling is opgenomen dat de BAC met volstrekte meerderheid beslist over de voor te dragen kandidaat en dat de BAC de voordracht naar de Raad van Toezicht stuurt. Dat strookt niet met elkaar en het is de OGMR die bevoegd is om kandidaten voor te dragen aan de Raad van Toezicht.
De OGMR verzoekt de Commissie om het bevoegd gezag de verplichting op te leggen om ervoor te zorgen dat de Raad van Toezicht de gemeenteraad verzoekt om conform de bindende voordracht van de OGMR twee kandidaten te benoemen. 
De Commissie wijst dit verzoek af omdat niet is gebleken dat OGMR een formele bindende benoemingsvoordracht aan de Raad van Toezicht heeft gedaan. En als die voordracht wordt gedaan, moet de Raad van Toezicht nog de gelegenheid hebben om ten aanzien van de voorgedragen kandidaten een marginale toetsing uit te voeren. 

Trefwoorden: