Datum uitspraak: 08-04-2015
Nummer uitspraak: 106562
Type: Uitspraken Onderwijsgeschillen
Sector: Middelbaar beroepsonderwijs
Samenvatting 

Commissie: Commissie van Beroep BVE

Situatie 
De werknemer heeft per 1 mei 2013 ingestemd met een wijziging van de functie afdelingsleider naar de functie van docent LD. Volgens de werkgever is daarna een structureel probleem ontstaan in de samenwerking met de manager en directeur; de werknemer zou onvoldoende presteren. De werkgever ontslaat de werknemer en schorst hem in afwachting van het einde van het dienstverband.
Uitspraak Commissie 
Het beroep tegen het ontslag en tegen de schorsing is gegrond. De werkgever heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat er sprake is van een verstoorde arbeidsrelatie. Het is niet aannemelijk dat de problemen dusdanig ernstig zijn dat daaraan niet meer kan worden gewerkt. Ook het gestelde onvoldoende functioneren is onvoldoende onderbouwd. De schorsing kan evenmin stand houden omdat de verweerprocedure uit de cao niet is gevoerd.
Toelichting 
Ter voorkoming van willekeur moet een werkgever zijn stelling dat sprake is van een verstoorde arbeidsrelatie geobjectiveerd onderbouwen. Ook is niet gebleken dat de belangen van de werknemer zijn meegewogen in de uiteindelijke beslissing. Rond het beweerde disfunctioneren zijn nauwelijks stukken. Er is niet kenbaar gesproken over een verbetertraject. Misschien is er onenigheid over de invulling van de functie maar dit is niet aan de werknemer te wijten.
Door te schorsen zonder de verweerprocedure is de werknemer geschaad in zijn belang om zich adequaat te kunnen verweren tegen een (voorgenomen) beslissing van de werkgever.