Datum uitspraak: 13-11-2014
Nummer uitspraak: 106499
Type: Uitspraken Onderwijsgeschillen
Samenvatting 

De klacht over de Raad van Bestuur handelt over de wijze waarop dat college met klagers werkzaamheden als Arbo-coördinator omgaat alsmede over enkele concrete rechtspositionele aspecten. Tevens beklaagt klager zich over de bejegening door de voorzitter van de Raad van Bestuur tijdens een vergadering van de ondernemingsraad. De klacht tegen de Raad van Toezicht gaat over de afhandeling van de klachten van klager over de Raad van Bestuur. De aanhef van de klachtenregeling specificeert de werking van de klachtenregeling: het betreft, onder verwijzing naar de cao bve, de Klachtenregeling Ongewenste Omgangsvormen voor medewerkers. In de regeling wordt het begrip 'Ongewenste omgangsvorm' als volgt omschreven: Handeling, gedraging of feitelijkheid die een ander kwetst of redelijkerwijze kan kwetsen en die verband houdt met persoonlijke kenmerken van de klager en van zodanige aard is dat het de waardigheid en/of lichamelijke integriteit van de ander aantast. De voorzitter wil niet onopgemerkt laten dat er ernstige twijfel mogelijk is over de vraag of deze definitie de in het algemeen rechtsbewustzijn levende betekenis van het begrip 'ongewenste omgangsvorm' voldoende weergeeft. Toetsend aan het begrip 'ongewenste omgangsvorm' uit de klachtenregeling, komt de voorzitter tot het oordeel dat de door klager beschreven gedragingen daaraan niet voldoen. Het negeren van zijn wensen en werkzaamheden door de Raad van Bestuur en het niet reageren door de Raad van Toezicht op zijn klachten daarover, kunnen niet worden gekenmerkt als een gedraging die verband houdt met persoonlijke kenmerken van klager. Klacht kennelijk niet-ontvankelijk.