Datum uitspraak: 12-11-2007
Nummer uitspraak: 103505
Type: Uitspraken Onderwijsgeschillen
Samenvatting 

Werknemer is geschorst met onmiddellijke ingang op grond van art. H-40 aanhef en sub c CAO-BVE.
Hangende de beroepsprocedure bij de Commissie, is de arbeidsovereenkomst door de kantonrechter ontbonden wegens gewichtige redenen. De werknemer handhaaft het beroep tegen de schorsing omdat hij zich onheus bejegend voelt door zijn werkgever en omdat hij de door hem gemaakte advocaatkosten vergoed wenst te krijgen. De Voorzitter van de Commissie oordeelt in vereenvoudigde behandeling dat  de Commissie kennelijk niet bevoegd is ten aanzien van het verzoek tot kostenveroordeling en voorts dat de werknemer geen rechtens te respecteren belang heeft bij handhaving van zijn beroep nu het dienstverband is ontbonden en de schorsing op zich niet aan de ontbinding ten grondslag is gelegd.
Commissie kennelijk niet bevoegd c.q. beroep kennelijk niet-ontvankelijk.