Introductie

Een werkgever in het voortgezet onderwijs (vo) en een personeelsgeleding van de (gemeenschappelijke) medezeggenschapsraad (P(G)MR) kunnen een in de cao benoemd geschil hebben dat zij op grond van de cao aan de Bezwarencommissie CAO-VO willen voorleggen. 

Alle instellingen in het voortgezet onderwijs zijn op grond van de cao automatisch aangesloten. Dat betekent dat vanuit al deze onderwijsinstellingen een geschil voorgelegd kan worden aan deze Commissie.   

De Commissie behandelt verschillende soorten geschillen:

  • interpretatiegeschillen over de bepalingen van de cao in het vo;  
  • geschillen die de verstandhouding tussen de werkgever en de P(G)MR kunnen schaden; 
  • instemmingsgeschillen tussen de P(G)MR en de werkgever over het taakbeleid en de invulling van het functiebouwwerk.  

Per type geschil gelden andere regels voor wat betreft de termijn waarbinnen het geschil moet zijn ingediend en de partij die het geschil mag indienen.  

  • Interpretatiegeschillen over de bepalingen van de cao in het vo  
    Zowel de werkgever als de P(G)MR mag interpretatiegeschillen aan de Commissie voorleggen. 
    Aan het indienen van deze geschillen is geen termijn verbonden.  
  • Geschillen die de verstandhouding tussen de werkgever en de P(G)MR kunnen schaden 
    De werkgever en de P(G)MR leggen samen dit type geschil aan de Commissie voor.  
    Aan het indienen van deze geschillen is geen termijn verbonden. 
  • Instemmingsgeschillen tussen de P(G)MR en het bevoegd gezag over het taakbeleid en het functiebouwwerk 
    De werkgever moet de P(G)MR binnen 3 maanden meedelen of hij het geschil voorlegt aan de Commissie. Als de werkgever het geschil aan de Commissie gaat voorleggen moet de werkgever, nadat hij die mededeling gedaan heeft, het geschil binnen 6 weken indienen.  

1. Een zaak indienen

Het indienen van het geschil begint met het online indienen van een zaak. De indiener levert documenten aan die relevant zijn voor de beoordeling van het geschil. Deze documenten zijn:  

  • de naam en het adres van de verzoeker; 
  • de naam en het adres van de verweerder; 
  • een omschrijving van het geschil en de gronden waarop het verzoek berust. 

2. Verweer

Nadat de zaak volledig is ingediend vraagt de Commissie de wederpartij om een verweer in te dienen. De Commissie stelt een termijn vast waarbinnen de wederpartij het verweer moet indienen. Als beide partijen het geschil hebben ingediend vraagt de Commissie geen verweer. Dit is dan bij het indienen van de zaak al gedaan.    

3. Zitting

De Commissie behandelt de zaak op een zitting in Utrecht. Beide partijen lichten hier hun standpunt toe en beantwoorden vragen van de Commissie. Partijen kunnen zich bij de zitting laten bijstaan of vertegenwoordigen door een gemachtigde, maar dat is niet verplicht.  

4. Uitspraak

Na de zitting oordeelt de Commissie over het geschil. Beide partijen ontvangen binnen 6 werkweken na de zitting de schriftelijke uitspraak van de Commissie. Hierin staat het oordeel over het geschil en de onderbouwing van dit oordeel. Dit is een bindende uitspraak. Dat betekent dat beide partijen zich aan de uitspraak moeten houden.  

 

Als er een conflict is tussen werkgever en werknemer of tussen medezeggenschapsorganen en het bestuur van school, kan zowel de werkgever als de werknemer als het medezeggenschapsorgaan hier mediation voor aanvragen. De deelnemers zoeken dan samen naar een oplossing voor het conflict en gaan daarvoor met elkaar in gesprek onder begeleiding van een onafhankelijk en neutraal persoon: de mediator.

Vond u deze informatie nuttig?

Deze site wordt beschermd door reCAPTCHA en de Privacyverklaring en de Servicevoorwaarden van Google zijn van toepassing.