In het kort

Tussen de werkgevers in het voortgezet onderwijs en personeelsgeledingen van de (gemeenschappelijke) medezeggenschapsraad (P(G)MR) kunnen geschillen ontstaan over de interpretatie van bepalingen van de cao voortgezet onderwijs. Die interpretatiegeschillen kunnen op grond van artikel 20.3 lid 3.b. cao vo worden voorgelegd aan de Commissie. De Commissie doet een bindende uitspraak. Ook andere geschillen die de onderlinge verstandhouding tussen de werkgever en de P(G)MR naar hun mening schaden of kunnen schaden, kunnen op grond van artikel 20.3 lid 4  cao vo aan de Commissie worden voorgelegd. Ook heeft de Commissie tot taak te beoordelen of de instemming van de P(G)MR ten aanzien van voorgenomen besluit over taakbeleid en het functiebouwwerk (artikel 20.2 lid 2 cao vo) terecht dan wel onterecht door de P(G)MR is onthouden.

Onderwerpen van geschil

De Commissie kan oordelen over de volgende geschillen:

  • op verzoek van de werkgever: instemmingsgeschillen met betrekking tot het taakbeleid en de invulling van het functiebouwwerk
  • op verzoek van de werkgever dan wel de P(G)MR: interpretatiegeschillen over de bepalingen van de cao vo
  • op verzoek van de werkgever en de P(G)MR gezamenlijk: andere geschillen tussen de werkgever en de P(G)MR die de onderlinge verstandhouding schaden of kunnen schaden

Partijen

De werkgever en de P(G)MR.

Commissieleden

prof. dr. K. Boonstra

prof. dr. K. Boonstra

voorzitter
J. Damen

J. Damen

lid werknemers
mr. L. Visser

mr. L. Visser

lid werknemers
mr. drs. G.W. van der Brugge

mr. drs. G.W. van der Brugge

lid werkgevers
drs. L.P.F. Niessen

drs. L.P.F. Niessen

lid werkgevers