Reglement Commissie van beroep mbo

Het reglement van de Commissie van beroep mbo als bedoeld in artikel 12.2 van de cao mbo. 

​Begripsbepalingen

Artikel 1

In dit reglement wordt verstaan onder:

  1. instelling: een instelling als bedoeld in de Wet Educatie en Beroepsonderwijs (WEB);
  2. de werkgever: het bestuur van de rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid waarvan de instelling uitgaat en bij wie de werknemer een dienstverband heeft;
  3. commissie: de commissie van beroep als bedoeld in de geldende cao mbo;
  4. besluit: een voor beroep vatbare beslissing door of namens de werkgever genomen als bedoeld in de geldende cao mbo;
  5. werknemer: de persoon in dienst van de werkgever.

Artikel 2

  1. Een werknemer kan bij de commissie beroep instellen tegen een besluit als bedoeld in artikel 1 onder d waardoor hij rechtstreeks in zijn belang is getroffen.
  2. De werknemer dient bij de commissie een door hem of zijn gemachtigde ondertekend beroepschrift in, waarbij worden gevoegd: 
    a. een afschrift van het besluit waartegen het beroep wordt ingesteld; 
    b. een afschrift van de arbeidsovereenkomst; 
    c. afschriften van de relevante op de zaak betrekking hebbende stukken.
  3. Het beroepschrift bevat: 
    a. een opgave van de naam, de voornamen en het adres van de werknemer en zo nodig de gekozen woonplaats voor de duur van de procedure; 
    b. een zo volledig mogelijke aanduiding van de naam en het adres van de wederpartij; 
    c. een mededeling van het beroep en de gronden waarop dit berust.
  4. Het beroepschrift moet worden ingediend bij de commissie binnen zes weken gerekend vanaf de dag na die waarop het besluit waartegen het beroep wordt ingesteld, aan de werknemer is verzonden of persoonlijk is uitgereikt.
  5. Indien het beroepschrift niet voldoet aan de eisen gesteld in het derde en vierde lid van dit artikel, wijst de commissie de werknemer op het gepleegde verzuim en nodigt hem uit binnen een bepaalde termijn dit verzuim te herstellen. De commissie kan op een tijdig en met redenen omkleed verzoek van de werknemer deze termijn verlengen.
  6. Alle aan de commissie over te leggen stukken dienen goed leesbaar te zijn en worden in zesvoud ingediend.
  7. De secretaris tekent op de ingekomen stukken de datum van ontvangst aan en zendt bericht van ontvangst aan de afzender.

Vereenvoudigde behandeling en verzet

Artikel 3

  1. De voorzitter van de commissie kan onmiddellijk uitspraak doen indien hij van oordeel is dat de commissie kennelijk onbevoegd is of het beroep kennelijk niet-ontvankelijk dan wel kennelijk ongegrond is.
  2. De voorzitter grondt de uitspraak uitsluitend op de stukken die door partijen aan de commissie zijn overgelegd. Op die uitspraak zijn de artikelen 14 en 15 van dit reglement van overeenkomstige toepassing.
  3. Tegen de uitspraak, bedoeld in het eerste lid, kan de werknemer binnen veertien dagen na de dag waarop die uitspraak hem is toegezonden verzet doen bij de commissie. Het verzet wordt gedaan bij een met redenen omkleed ondertekend geschrift. Artikel 2 leden 3, 5, 6 en 7 is van overeenkomstige toepassing.
  4. De commissie gaat niet tot niet-ontvankelijkverklaring of ongegrondverklaring van het verzet over, dan na degene die het verzet heeft gedaan in de gelegenheid te hebben gesteld persoonlijk of bij gemachtigde te worden gehoord.
  5. Indien de commissie het verzet niet-ontvankelijk of ongegrond verklaart blijft de uitspraak waartegen verzet was gedaan in stand.
  6. Indien de commissie het verzet gegrond verklaart, vervalt de uitspraak waartegen verzet was gedaan en wordt het onderzoek voortgezet in de stand waarin het zich voor de uitspraak bevond.

Verweerschrift

Artikel 4

  1. De commissie zendt een afschrift van het beroepschrift en de daarbij behorende stukken aan de werkgever en stelt hem in de gelegenheid binnen een termijn van 4 weken een verweerschrift in zesvoud in te dienen. De voorzitter kan hiervoor een kortere termijn bepalen. Bij elk exemplaar voegt de werkgever afschriften van de voornaamste op de zaak betrekking hebbende stukken. De commissie kan op een tijdig en met redenen omkleed verzoek van de werkgever de termijn voor verweer verlengen.
  2. Na ontvangst van het verweerschrift zendt de commissie onverwijld een exemplaar daarvan, vergezeld van de daarbij behorende afschriften, aan de werknemer

Repliek, dupliek

Artikel 5

De voorzitter kan de werknemer in de gelegenheid stellen schriftelijk te repliceren. In dat geval wordt de werkgever in de gelegenheid gesteld schriftelijk te dupliceren. De commissie stelt de termijnen voor repliek en dupliek vast.

Vaststelling plaats en tijdstip van de mondelinge behandeling

Artikel 6

De commissie bepaalt op zo kort mogelijke termijn de plaats waar en het tijdstip waarop de behandeling van het beroep ter zitting zal plaatsvinden. Aan partijen wordt daarvan tijdig kennis gegeven.

Schriftelijke behandeling

Artikel 7

Met eenstemmig goedvinden van de commissie en partijen kan de behandeling van het beroep schriftelijk geschieden. In dat geval wordt de werknemer in de gelegenheid gesteld binnen een bepaalde termijn te repliceren waarna de werkgever in de gelegenheid wordt gesteld om binnen een bepaalde termijn te dupliceren.

Wraking en verschoning

Artikel 8

  1. Een lid van de commissie, waaronder ook wordt verstaan de voorzitter, kan door ieder der partijen worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de onpartijdigheid van het commissielid schade zou kunnen lijden. Ook kan op grond van zodanige feiten of omstandigheden een lid van de commissie zich verschonen.
  2. Het wrakingsverzoek wordt schriftelijk ingediend zodra de feiten of omstandigheden aan de verzoekende partij bekend zijn geworden. Ter zitting kan het verzoek ook mondeling geschieden.
  3. Een lid, wiens wraking is verzocht, kan in de wraking berusten.
  4. Ingeval van een verzoek tot wraking wordt de behandeling van de zaak door de commissie geschorst onder mededeling aan partijen dat het wrakingsverzoek zo spoedig mogelijk zal worden behandeld door de wrakingskamer van de Stichting Onderwijsgeschillen en dat het onderzoek van de commissie in de hoofdzaak zal worden voortgezet na en met inachtneming van de beslissing van de wrakingskamer.
  5. De wrakingskamer beslist zo spoedig mogelijk of het verzoek tot wraking wordt toegestaan.
  6. Op de behandeling van het wrakingsverzoek is het reglement van de wrakingskamer van toepassing.

Vervanging ter zitting, getuigen en deskundigen

Artikel 9

  1. Een partij kan zich ter zitting door een gemachtigde doen vervangen of zich door een gemachtigde doen bijstaan.
  2. De commissie kan van een gemachtigde die geen advocaat is een schriftelijke machtiging verlangen.
  3. De commissie kan ambtshalve getuigen oproepen; indien zij van deze bevoegdheid gebruik maakt, doet zij hiervan vooraf mededeling aan de partijen.
  4. De commissie kan op verzoek van een partij aan deze toestaan om op eigen kosten getuigen en/of deskundigen voor te brengen, met dien verstande dat zij de namen van die personen uiterlijk op de vierde dag voor de zitting schriftelijk opgeeft aan de secretaris en aan de wederpartij.
  5. De commissie is bevoegd om een van haar leden aan te wijzen om getuigen of deskundigen te horen. In dat geval bepaalt de commissie tijdstip en plaats van het verhoor en de wijze waarop het verhoor zal geschieden.

Artikel 10

  1. De commissie kan bij tussenbeslissing een of meer deskundigen benoemen tot het uitbrengen van een schriftelijk advies. De commissie zendt ten spoedigste afschrift van de benoeming en van de aan de deskundige(n) gegeven opdracht aan de partijen.
  2. De commissie kan van een partij verlangen, om aan de deskundige(n) de vereiste inlichtingen te verschaffen en de benodigde medewerking te verlenen.
  3. Na ontvangst van het deskundigenbericht wordt dit in afschrift door de commissie ten spoedigste aan de partijen toegezonden.
  4. Op verzoek van een der partijen en indien de commissie daar reden toe ziet wordt/worden de deskundige(n) nadien op een zitting van de commissie gehoord. Indien een partij zulk een verzoek wenst te doen, deelt zij dit ten spoedigste mede aan de commissie en aan de wederpartij.
  5. De commissie stelt de partijen in de gelegenheid, de deskundige(n) vragen te stellen.

Tolken

Artikel 11

  1. Indien een partij, een getuige of een deskundige, de Nederlandse taal onvoldoende beheerst, kan deze zich op eigen kosten doen bijstaan door een beëdigd tolk.
  2. De tolk is verplicht zijn opdracht onpartijdig en naar beste weten te vervullen.

Behandeling ter zitting

Artikel 12

  1. Het beroep wordt behoudens in het geval als bedoeld in artikel 7 behandeld op een openbare zitting van de commissie. In bijzondere gevallen kan de commissie besluiten dat de behandeling van het beroep geheel of gedeeltelijk zal plaatshebben op een zitting met gesloten deuren.
  2. De commissie bestaat uit drie leden, waaronder de voorzitter of de plaatsvervangend voorzitter, een (plaatsvervangend) lid gekozen door de werkgeversorganisatie en een (plaatsvervangend) lid gekozen door de werknemersorganisaties.
  3. De voorzitter heeft de leiding van de zitting. Hij geeft elk van de partijen de gelegenheid haar standpunt toe te lichten.
  4. Indien voor de sluiting van de zitting blijkt dat het onderzoek niet volledig is geweest, kan de commissie bepalen dat de behandeling ter zitting op een door de commissie te bepalen tijdstip zal worden voortgezet. Daarbij kunnen aan partijen aanwijzingen worden gegeven met betrekking tot het te leveren bewijs.
  5. Voordat de behandeling ter zitting wordt gesloten, deelt de voorzitter mede wanneer uitspraak zal worden gedaan.

Heropening onderzoek

Artikel 13

Indien de commissie van oordeel is dat het onderzoek niet volledig is geweest, kan zij het heropenen. De commissie bepaalt daarbij op welke wijze het onderzoek wordt voortgezet. De secretaris doet zo spoedig mogelijk mededeling daarvan aan partijen

Beraadslaging en uitspraak

Artikel 14

  1. Indien het beroepschrift na de daarvoor gestelde termijn is ingediend laat de commissie niet-ontvankelijkverklaring achterwege, indien de werknemer aantoont dat hij de voorziening in beroep heeft gevraagd zo spoedig als redelijkerwijs verlangd kon worden.
  2. De commissie beraadslaagt en beslist in besloten vergadering. Zij beslist bij meerderheid van stemmen.
  3. De commissie grondt haar uitspraak uitsluitend op de stukken die voor de zitting zijn overgelegd alsmede op hetgeen ter zitting naar voren is gebracht en, behoudens indien de wederpartij hierdoor wordt benadeeld, op de stukken die ter zitting zijn overgelegd.

Artikel 15

  1. Binnen zes werkweken na de laatste zitting dan wel na de laatste uitwisseling van stukken doet de commissie uitspraak.
  2. De uitspraken van de commissie zijn gedagtekend en houden in: 
    a. de namen en woonplaatsen van de partijen en de namen van de gemachtigden, 
    b. de gronden, waarop de uitspraak berust, 
    c. de beslissing, en 
    d. de namen van de leden van de commissie die uitspraak hebben gewezen.
  3. De uitspraak, door de voorzitter en de secretaris ondertekend, wordt toegezonden aan partijen.
  4. De uitspraak van de commissie is bindend voor beide partijen.

Intrekking van het beroep

Artikel 16

De werknemer kan bij schriftelijke, gedagtekende en ondertekende kennisgeving of mondeling ter zitting aan de commissie mededelen dat het beroep wordt ingetrokken.

Verzoek om voorlopige voorziening

Artikel 17

In een bij de commissie aanhangig beroep waarin het belang van een partij een onverwijlde voorziening bij voorraad vordert, kan die partij bij een met redenen omkleed verzoekschrift, in afwachting van de uitspraak in de hoofdzaak, aan de voorzitter van de commissie een voorlopige voorziening vragen.

Behandeling van het verzoek om voorlopige voorziening

Artikel 18

  1. De voorzitter van de commissie beslist op het verzoek, bedoeld in artikel 17 van dit reglement.
  2. Na ontvangst van een verzoek als bedoeld in het eerste lid bepaalt de voorzitter zo spoedig mogelijk de plaats en het tijdstip waarop de openbare behandeling van het verzoek zal plaatsvinden. Aan partijen wordt daarvan tijdig schriftelijk mededeling gedaan.
  3. Artikel 2 leden 3, 5, 6 en 7 is van overeenkomstige toepassing op het verzoek om voorlopige voorziening. De voorzitter bepaalt de procesorde.

Vervallen voorlopige voorziening

Artikel 19

  1. De voorlopige voorziening vervalt, zodra door de commissie in de hoofdzaak is beslist, voor zover daarvoor in de uitspraak van de voorzitter niet een eerder tijdstip is aangegeven.
  2. De voorlopige voorziening vervalt in ieder geval zodra de hoofdzaak bij de commissie ophoudt aanhangig te zijn.

Opheffing of wijziging voorlopige voorziening

Artikel 20

  1. De voorlopige voorziening kan op verzoek van een partij door de voorzitter worden opgeheven of gewijzigd.
  2. Artikel 2 leden 3, 5, 6 en 7 van dit reglement is van overeenkomstige toepassing.

Herziening van de uitspraak

Artikel 21

  1. Herziening van een uitspraak van de commissie kan op verzoek van elk van beide partijen plaatsvinden op grond van feiten of omstandigheden die: 
    a. hebben plaatsgevonden vóór de uitspraak; 
    b. bij de indiener van het verzoekschrift in herziening vóór de uitspraak niet bekend waren en redelijkerwijze niet bekend konden zijn; 
    c. waren zij bij de commissie eerder bekend geweest, tot een andere uitspraak zouden hebben geleid.
  2. Artikel 2 leden 3, 5, 6 en 7 en artikel 3 van dit reglement zijn van overeenkomstige toepassing.

Termijnen

Artikel 22

  1. Met uitzondering van de termijn voor het instellen van beroep als bedoeld in artikel 2 lid 5 van dit reglement, worden voor de in dit reglement genoemde termijnen de periodes van de aan de betrokken instelling of school vastgestelde vakanties niet meegerekend.
  2. Indien door dwingende omstandigheden de commissie niet in staat is geweest binnen de daarvoor gestelde termijn uitspraak te doen, deelt de secretaris dit na overleg met de voorzitter aan partijen mede en wordt zo spoedig mogelijk uitspraak gedaan.

Geheimhouding 

Artikel 23

  1. Alle op de zaak betrekking hebbende stukken dienen ter vertrouwelijke kennisneming van de commissie. Anderen dan de werkgever, de werknemer en/of de gemachtigden en adviseurs mogen vanwege de commissie deze stukken niet inzien of hiervan afschriften of uittreksels maken.
  2. De leden van de commissie en de secretaris zullen al hetgeen zij in verband met een beroep vernemen als vertrouwelijk beschouwen.
  3. Zodra de commissie uitspraak heeft gedaan, zenden de leden de in hun bezit zijnde stukken die op het beroep betrekking hebben, aan het secretariaat, dat zorg draagt voor archivering van één volledig dossier en voor vernietiging van de overige stukken.

Artikel 24

De commissie, de leden van de commissie en de medewerkers van het secretariaat, zijn niet aansprakelijk voor de gevolgen van de uitspraken en werkzaamheden.

Bekendmaking van het reglement en de uitspraken en adviezen

Artikel 25

Het reglement en de adviezen en uitspraken van de commissie worden in geanonimiseerde vorm gepubliceerd op de website van de Stichting: www.onderwijsgeschillen.nl

Artikel 26

In gevallen waarin dit reglement niet voorziet, beslist de voorzitter nadat de overige leden van de commissie zijn gehoord.

Nevenfuncties commissieleden

Artikel 27

Aan dit reglement wordt een lijst met nevenfuncties van commissieleden gevoegd, die op verzoek van partijen wordt toegezonden.

Wijziging en inwerkingtreding van het reglement

Artikel 28

Een voorstel tot wijziging van dit reglement kan bij de secretaris worden ingediend door
a. een commissielid;
b. de MBO Raad;
c. een werknemersorganisatie, partij bij de cao mbo.

Aldus vastgesteld door de commissie te Utrecht, op 1 augustus 2017