Geschillencommissie oogo-ondersteuningsplan
Introductie
Samenwerkingsverbanden moeten minimaal 1 keer per 4 jaar een ondersteuningsplan opstellen. Over het concept-ondersteuningsplan voeren de samenwerkingsverbanden op overeenstemming gericht overleg (oogo) met de gemeenten waaronder het samenwerkingsverband valt. De Geschillencommissie oogo-ondersteuningsplan behandelt geschillen die ontstaan bij dit oogo.
Samenwerkingsverbanden moeten minimaal 1 keer per 4 jaar een ondersteuningsplan opstellen. Daarin leggen zij onder andere de procedure en criteria vast voor de verdeling, besteding en toewijzing van ondersteuningsmiddelen en -voorzieningen voor de scholen binnen de regio van het samenwerkingsverband. Over het concept-ondersteuningsplan voeren de samenwerkingsverbanden op overeenstemming gericht overleg (oogo) met de gemeenten waaronder het samenwerkingsverband valt. De Geschillencommissie oogo-ondersteuningsplan behandelt geschillen die ontstaan bij dit oogo. Het samenwerkingsverband of het college van burgemeesters en wethouders legt het geschil voor aan de Commissie als zij het daar allebei over eens zijn. Dit beslissen zij tijdens de bijzondere vergadering (zie artikel 5 van de Modelprocedure).
Het samenwerkingsverband en het college van burgemeesters en wethouders beslissen tijdens de bijzondere vergadering welke vorm van uitspraak zij aan de Commissie vragen:
- Advies: de Commissie geeft advies over de manier waarop het samenwerkingsverband en het college van burgemeesters en wethouders het oogo kunnen voortzetten.
- Bindend advies: de Commissie toetst of de procedure zorgvuldig en correct is gevolgd. Ook toetst en beoordeelt de Commissie of de partij in redelijkheid zijn standpunt heeft kunnen innemen. Partijen zijn verplicht dit advies op te volgen. Als een van de partijen het advies wil aanvechten of de wederpartij wil dwingen het advies na te komen, kan hij een procedure bij de rechtbank starten. De rechter toets het bindend advies door te beoordelen of de procedure correct is gevoerd door de Commissie en of het bindend advies redelijk is (artikel 7:904 lid 1 BW).
- Arbitraal vonnis: de Commissie brengt een arbitraal vonnis uit als beide partijen daarom verzoeken. De Commissie beoordeelt dan het geschil inhoudelijk. Het arbitraal vonnis kan pas ten uitvoer worden gelegd nadat de voorzieningenrechter daartoe op verzoek van partijen verlof heeft verleend (art. 1062 Rv). In praktijk betekent dit dat partijen het vonnis met de rechtbank delen en de rechtbank akkoord geeft voor uitvoering van het vonnis.
- Partijen kunnen alleen een arbitraal hoger beroep instellen als dat in de arbitrageovereenkomst is opgenomen.
1. Zaak indienen
De indiener legt het geschil aan de Commissie voor door het online indienen van een zaak. De indiener doet dit binnen 6 dagen na afloop van de bijzondere vergadering. De indiener geeft aan of hij de Commissie verzoekt om een (bindend) advies of om arbitrage. In het geval van arbitrage dient de indiener ook de arbitrageovereenkomst in waarin partijen melden welk geschil zij aan de Commissie voorleggen.
2. Verweer
Nadat de zaak volledig is ingediend, vraagt de Commissie de wederpartij om een verweer in te dienen. De wederpartij dient het verweer binnen 2 weken in.
3. Zitting
De Commissie behandelt de zaak op een zitting in Utrecht. Partijen lichten hier hun standpunt toe en beantwoorden vragen van de Commissie. Partijen kunnen zich bij de zitting laten bijstaan of vertegenwoordigen door een gemachtigde, maar dat is niet verplicht.
4. Uitspraak
Beide partijen ontvangen binnen 4 werkweken na de zitting het (bindend) advies of arbitraal vonnis van de Commissie.
Door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), de PO-Raad en de VO-raad is voor het op overeenstemming gericht overleg over het ondersteuningsplan een modelprocedure opgesteld en een modelovereenkomst om die procedure van toepassing te verklaren.
Downloads