Reglement Landelijke Bezwaaradviescommissie Toelaatbaarheidsverklaring 

Reglement als bedoeld in artikel 9 Instellingsbesluit Landelijke Bezwaaradviescommissie Toelaatbaarheidsverklaring sbo / (v)so / pro / toewijzing lwoo

Artikel 1: Begripsbepalingen

Dit reglement verstaat onder:

  1. Commissie: de bezwaaradviescommissie als bedoeld in artikel 1 van het Instellingsbesluit Landelijke Bezwaaradviescommissie Toelaatbaarheidsverklaring sbo / (v)so / pro /toewijzing LWOO, artikel 18a lid 12 Wet op het primair onderwijs en artikel 17a lid 13 Wet op het voortgezet onderwijs;
  2. Verweerder: het samenwerkingsverband dat het bestreden besluit genomen heeft; 
  3. Bezwaarde: degene (natuurlijk persoon, rechtspersoon, instantie of orgaan) die een bezwaarschrift heeft ingediend;
  4. Belanghebbende: de belanghebbende zoals bedoeld in artikel 7:2 Algemene wet bestuursrecht
  5. Samenwerkingsverband: een samenwerkingsverband zoals bedoeld in artikel 18a lid 2 of lid 15 Wet op het primair onderwijs of artikel 17a lid 2 of lid 16 Wet op het voortgezet onderwijs;
  6. Toelaatbaarheidsverklaring: de beslissing van het samenwerkingsverband over de toelaatbaarheid van een leerling tot het speciaal basisonderwijs, (voortgezet) speciaal onderwijs en praktijkonderwijs.
  7. Stichting: de stichting Onderwijsgeschillen te Utrecht

Artikel 2: Behandeling van het bezwaar door de Commissie

  1. Bezwaarde dient binnen zes weken nadat hem het bestreden besluit over de toelaatbaarheid bekend is gemaakt, een bezwaarschrift in bij het samenwerkingsverband.
  2. Het samenwerkingsverband verzoekt binnen twee weken na ontvangst van een bezwaarschrift aan de Commissie advies uit te brengen. Het vragen van advies aan de Commissie kan alleen achterwege blijven indien het samenwerkingsverband geheel aan de bezwaren tegemoet komt.
  3. Het, gedateerde en ondertekende, verzoek om advies gaat vergezeld van:
    - het besluit waartegen het bezwaar is gericht;
    - het bezwaarschrift;
    - alle overige op het besluit betrekking hebbende documenten;
    - de gronden waarop het samenwerkingsverband het bezwaar van betrokkene afwijst;
    - naam en adres van samenwerkingsverband en bezwaarde.
  4. Indien het verzoek om advies niet voldoet aan het in het tweede lid bepaalde stelt de voorzitter het samenwerkingsverband in de gelegenheid het verzuim binnen een door de voorzitter te bepalen termijn te herstellen. Tot de dag waarop het verzuim is hersteld of de daarvoor gestelde termijn ongebruikt is verstreken, wordt de termijn waarbinnen de Commissie het samenwerkingsverband over het bezwaarschrift advies uitbrengt, opgeschort.
  5. Indien het schoolbestuur dat om de toelaatbaarheidsverklaring of de toewijzing heeft verzocht, dan wel de ouders van de leerling voor wie deze is aangevraagd als belanghebbende(n) kunnen worden aangemerkt, stuurt de Commissie het bezwaarschrift en het verweerschrift naar die belanghebbende(n) door met het verzoek aan te geven of deze gebruik wil(len) maken van het recht te worden gehoord (artikel 7:3 sub c Awb).

Artikel 3: Toepasselijkheid van de wet
Op de behandeling van de bezwaarschriften zijn de bepalingen van de Algemene wetbestuursrecht van toepassing.

Artikel 4: Afzien van hoorplicht
Van het horen van de belanghebbenden kan worden afgezien indien:

  • de Commissie kennelijk niet bevoegd is om over het bezwaar te adviseren; 
  • het bezwaar kennelijk niet-ontvankelijk is; 
  • het bezwaar kennelijk ongegrond is; 
  • aan het bezwaar volledig tegemoet wordt gekomen en andere belanghebbenden daardoor niet in hun belangen kunnen worden geschaad; 
  • de belanghebbenden hebben verklaard geen gebruik te willen maken van het recht te worden gehoord. 

Artikel 5 : Het inwinnen van inlichtingen
De Commissie is bevoegd deskundigen en informanten te raadplegen. Indien zij van deze bevoegdheid gebruik maakt, deelt zij dat mee aan partijen en brengt zij de verkregen informatie ter kennis van partijen.

Artikel 6: Openbaarheid van stukken
Tenzij de Commissie toepassing geeft aan artikel 8 stuurt zij partijen afschrift van alle op het bezwaar betrekking hebbende stukken toe.

Artikel 7: Geheimhouding van stukken
Op verzoek van een partij of ambtshalve kan de Commissie bepalen dat een ingediend stuk niet ter kennis van de andere partij zal worden gebracht. Aan deze bepaling wordt uitsluitend toepassing gegeven indien geheimhouding om gewichtige redenen is geboden. Van de toepassing van deze bepaling wordt aan partijen mededeling gedaan.

Artikel 8: Schriftelijke behandeling

  1. Met instemming van partijen kan de Commissie besluiten het bezwaar uitsluitend schriftelijk te behandelen.
  2. Indien de Commissie toepassing geeft aan het eerste lid kan de voorzitter mogelijkheid geven voor repliek en dupliek binnen een door hem te stellen termijn.

Artikel 9: Wraking en verschoning

  1. Een lid van de Commissie, waaronder ook wordt verstaan de voorzitter, kan door ieder der partijen worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de onpartijdigheid van het commissielid schade zou kunnen lijden. Ook kan op grond van zodanige feiten of omstandigheden een lid van de Commissie zich verschonen.
  2. Het wrakingsverzoek wordt schriftelijk ingediend zodra de feiten of omstandigheden aan de verzoekende partij bekend zijn geworden. Ter zitting kan het verzoek ook mondeling geschieden.
  3. Een lid, wiens wraking is verzocht, kan in de wraking berusten.
  4. Ingeval van een verzoek tot wraking wordt de behandeling van de zaak door de Commissie geschorst onder mededeling aan partijen dat het wrakingsverzoek zo spoedig mogelijk zal worden behandeld door de wrakingskamer van de Stichting Onderwijsgeschillen en dat het onderzoek van de Commissie in de hoofdzaak zal worden voortgezet na en met inachtneming van de beslissing van de wrakingskamer.
  5. De wrakingskamer beslist zo spoedig mogelijk of het verzoek tot wraking wordt toegestaan.
  6. Op de behandeling van het wrakingsverzoek is het reglement van de wrakingskamer van toepassing.

Artikel 10: Zitting

  1. De voorzitter bepaalt de dag, het tijdstip en de plaats van de hoorzitting.
  2. De Commissie nodigt partijen schriftelijk uit de zitting bij te wonen.
  3. Partijen kunnen getuigen en deskundigen meebrengen om te worden gehoord. 
  4. De Commissie kan op verzoek van partijen of ambtshalve getuigen en deskundigen oproepen. Indien zij van deze bevoegdheid gebruik maakt, worden partijen daarvan voorafgaand aan de zitting op de hoogte gebracht.
  5. Partijen kunnen zich door een gemachtigde laten bijstaan of vertegenwoordigen. Indien een partij zich uitsluitend laat vertegenwoordigen dient de gemachtigde, tenzij deze advocaat is, op verzoek van de voorzitter een schriftelijke machtiging te overleggen.
  6. Tenzij de Commissie anders beslist zijn de zittingen van de Commissie niet openbaar.
  7. De voorzitter bepaalt de procedure ter zitting. Partijen worden in de gelegenheid gesteld hun standpunt nader toe te lichten.
  8. De Commissie kan in iedere stand van de procedure op basis van het tot dan toe verhandelde aan partijen een voorstel doen tot bemiddeling dan wel aan het samenwerkingsverband een tussenadvies uitbrengen.
  9. Indien ter zitting blijkt dat het onderzoek van de Commissie niet volledig is geweest, kan de Commissie op een door haar te bepalen manier het onderzoek voortzetten.

Artikel 11: Beraadslaging en advies

  1. De Commissie beraadslaagt in besloten vergadering over het uit te brengen advies.
  2. Binnen vier weken na de zitting brengt de Commissie het advies uit.
  3. Het advies van de Commissie is gemotiveerd. Indien de Commissie van oordeel is dat het bestreden besluit behoort te worden herroepen, bevat het advies tevens een aanbeveling ten aanzien van hetgeen het samenwerkingsverband zo nodig voor het herroepen besluit in de plaats zal moeten besluiten.
  4. De Commissie adviseert niet over de proceskosten die een bezwaarde in het bijzonder onderwijs heeft gemaakt om in bezwaar te komen.
  5. De Commissie zendt het advies aan partijen.

Artikel 12: Heroverweging  door het samenwerkingsverband

  1. Het samenwerkingsverband brengt zijn beslissing op bezwaar ter kennis aan partijen en aan de Commissie.
  2. De Commissie is bevoegd haar geanonimiseerd advies en de geanonimiseerde beslissing op bezwaar te publiceren.

Artikel 13: Onvoorziene situatie
In gevallen waarin dit reglement niet voorziet, beslist de voorzitter.

Artikel 14: Wijziging Reglement
De Commissie is bevoegd dit Reglement te wijzigen.

Artikel 15: Inwerkingtreding
Dit Reglement treedt in werking op 1 augustus 2014.

Aldus vastgesteld te Utrecht op 18 november 2015

 
Vaststelling 4 juli 2014: inwerkingtreding 1 augustus 2014|
Aanpassing 30 oktober 2015: artikel 9
Vaststelling 18 november 2015, inwerkingtreding 1 januari 2016 wegens integratie van lwoo en pro.