Neem de ander serieus. Ook als je wat hij zegt onzin vindt.”
Een praktijkvoorbeeld van advocaat onderwijsrecht Dik Berkhout over toetsing van geschillen door een onafhankelijke commissie van Onderwijsgeschillen.
Vanuit de Wet medezeggenschap op scholen (Wms) is de medezeggenschap geregeld op scholen in het primair onderwijs (po), voortgezet onderwijs (vo), het (voortgezet) speciaal onderwijs ((v)so) en in de samenwerkingsverbanden passend onderwijs. Als partijen die betrokken zijn bij de medezeggenschap een meningsverschil hebben en er samen niet uitkomen, kunnen zij in bepaalde gevallen dit meningsverschil aan de Landelijke Commissie voor Geschillen WMS (LCG WMS) voorleggen.
Alle scholen in het po, vo, (v)so en de samenwerkingsverbanden passend onderwijs zijn automatisch bij de Commissie aangesloten. Dat betekent dat ieder bevoegd gezag of medezeggenschapsorgaan van deze instellingen bij deze Commissie terecht kan.
De Commissie behandelt verschillende soorten geschillen:
Zowel het bevoegd gezag als het medezeggenschapsorgaan dat bij het onderwerp (in de wet genoemd: aangelegenheid) betrokken is, kan onder de in de wet gestelde voorwaarden een geschil voorleggen aan deze Commissie.
De Commissie kan het volgende oordelen: wel of geen toestemming geven om het besluit te nemen. De Commissie geeft toestemming als het medezeggenschapsorgaan de instemming niet in redelijkheid heeft mogen onthouden of als sprake is van zwaarwegende omstandigheden die het te nemen besluit van het bevoegd gezag rechtvaardigen.
1. Een instemmingsgeschil als de vereiste instemming door het medezeggenschapsorgaan met een te nemen besluit niet is gegeven en het bevoegd gezag het besluit wel wil nemen. Het bevoegd gezag vraagt dan de Commissie binnen 6 weken na de onthouding van de instemming toestemming om het besluit te nemen.
De Commissie kan het volgende oordelen: wel of geen toestemming geven om het besluit te nemen. De Commissie geeft toestemming als het medezeggenschapsorgaan de instemming niet in redelijkheid heeft mogen onthouden of als sprake is van zwaarwegende omstandigheden die het te nemen besluit van het bevoegd gezag rechtvaardigen.
2. Een instemmingsgeschil als het medezeggenschapsorgaan de nietigheid van een besluit heeft ingeroepen bij het bevoegd gezag. Het bevoegd gezag verzoekt de Commissie te verklaren dat het medezeggenschapsorgaan onterecht een beroep heeft gedaan op nietigheid.
De Commissie kan het volgende oordelen: het bevoegd gezag mag het besluit niet uitvoeren of het medezeggenschapsorgaan heeft onterecht een beroep op de nietigheid van het besluit gedaan en het bevoegd gezag mag het besluit uitvoeren.
3. Een statuutsgeschil of reglementsgeschil als de vereiste instemming door het medezeggenschapsorgaan niet of slechts deels is gegeven aan vaststelling of wijziging van de inhoud van het medezeggenschapsstatuut of het medezeggenschapsreglement. Het bevoegd gezag vraagt dan de Commissie binnen 6 weken na de onthouding van de instemming toestemming het statuut of reglement vast te stellen of te wijzigen.
De Commissie kan het volgende oordelen: wel of geen toestemming geven om het besluit te nemen. De Commissie geeft toestemming tenzij het bevoegd gezag niet in redelijkheid tot zijn voorgenomen besluit heeft kunnen komen. Als de Commissie geen toestemming geeft, kan zij aangeven hoe het bevoegd gezag het besluit wel kan wijzigen.
4. Een statuutsgeschil of reglementsgeschil als het medezeggenschapsorgaan de nietigheid van het besluit heeft ingeroepen bij het bevoegd gezag.
De Commissie kan het volgende oordelen: het bevoegd gezag mag geen uitvoering aan het besluit geven of het medezeggenschapsorgaan heeft onterecht een beroep op de nietigheid van het besluit gedaan en het bevoegd gezag mag het besluit uitvoeren.
5. Een nalevingsgeschil als het medezeggenschapsorgaan de verplichtingen tegenover het bevoegd gezag die volgen uit de Wms of een onderwijswet niet naleeft.
De Commissie kan in haar uitspraak aan het medezeggenschapsorgaan de verplichting opleggen om bepaalde handelingen niet of juist wel te doen.
1. Een instemmingsgeschil als het bevoegd gezag een besluit heeft genomen zonder de vereiste instemming van het medezeggenschapsorgaan en het medezeggenschapsorgaan daarna binnen 6 weken tegenover het bevoegd gezag schriftelijk de nietigheid van het besluit heeft ingeroepen. Het medezeggenschapsorgaan kan de Commissie verzoeken het bevoegd gezag te verplichten het nietig besluit niet uit te voeren of toe te passen.
De Commissie kan het volgende oordelen: het bevoegd gezag mag het besluit niet uitvoeren of het medezeggenschapsorgaan heeft onterecht een beroep op de nietigheid van het besluit gedaan en het bevoegd gezag mag het besluit uitvoeren.
2. Een adviesgeschil als het bevoegd gezag een besluit heeft genomen waarbij hij het advies van het medezeggenschapsorgaan niet of niet helemaal volgt.
De Commissie kan het volgende oordelen: het bevoegd gezag heeft bij het niet (helemaal) volgen van het advies wel of niet in redelijkheid tot zijn besluit kunnen komen. De Commissie spreekt vervolgens uit of het besluit wel of niet in stand kan blijven. Daarbij kan de Commissie op verzoek van het medezeggenschapsorgaan een van deze voorzieningen treffen: aan te wijzen gevolgen van het besluit ongedaan maken en/of de uitvoering van (delen van) het besluit verbieden.
3. Een adviesgeschil als het bevoegd gezag onterecht geen advies heeft gevraagd aan het medezeggenschapsorgaan. Binnen 6 weken nadat is gebleken dat het bevoegd gezag het besluit uitvoert of toepast moet het medezeggenschapsorgaan het geschil indienen bij de Commissie. Als het bevoegd gezag wel advies aan het medezeggenschapsorgaan heeft gevraagd, dan verstrekt het medezeggenschapsorgaan dit advies aan de Commissie bij het indienen van de zaak.
De Commissie kan het volgende oordelen: het bevoegd gezag heeft bij het niet (helemaal) volgen van het advies wel of niet in redelijkheid tot zijn besluit kunnen komen. De Commissie spreekt vervolgens uit of het besluit wel of niet in stand kan blijven. Daarbij kan de Commissie op verzoek van het medezeggenschapsorgaan een van deze voorzieningen treffen: aan te wijzen gevolgen van het besluit ongedaan maken en/of de uitvoering van (delen van) het besluit verbieden.
4. Een statuuts- of reglementsgeschil als het bevoegd gezag het statuut of reglement heeft gewijzigd zonder de vereiste instemming van het medezeggenschapsorgaan en het medezeggenschapsorgaan binnen 6 weken tegenover het bevoegd gezag schriftelijk de nietigheid van het besluit heeft ingeroepen. Het medezeggenschapsorgaan kan de Commissie verzoeken het bevoegd gezag te verplichten het nietig besluit niet uit te voeren of toe te passen.
De Commissie kan het volgende oordelen: het bevoegd gezag mag het besluit niet uitvoeren of het medezeggenschapsorgaan heeft onterecht een beroep op de nietigheid van het besluit gedaan en het bevoegd gezag mag het besluit uitvoeren.
5. Een nalevingsgeschil als het bevoegd gezag de verplichtingen tegenover het medezeggenschapsorgaan die volgen uit de Wms of een onderwijswet niet naleeft.
De Commissie kan het volgende oordelen: de Commissie legt het bevoegd gezag op om bepaalde handelingen niet of juist wel te doen.
1. Zaak indienen
Zowel het bevoegd gezag als het medezeggenschapsorgaan kan het geschil voorleggen aan de Commissie door het online indienen van een zaak. Bij het indienen van een zaak licht de indiener toe welke aangelegenheid uit de wet of MR-reglement in het geding is, wat het standpunt van de indiener van het geschil is en wat de indiener aan de Commissie vraagt. De indiener levert de documenten aan die relevant zijn voor de behandeling van het geschil.
2. Verweer
Nadat de zaak volledig is ingediend, vraagt de Commissie de wederpartij om een verweer in te dienen. De wederpartij moet dit verweer in het algemeen binnen 4 weken indienen.
3. Zitting
De Commissie behandelt de zaak op een openbare zitting in Utrecht. Beide partijen lichten hier hun standpunt toe en beantwoorden vragen van de Commissie. Partijen kunnen zich bij de zitting laten bijstaan of vertegenwoordigen door een gemachtigde, maar dat is niet verplicht.
4. Uitspraak
Na de zitting oordeelt de Commissie over het geschil. Beide partijen ontvangen binnen 6 werkweken na de zitting de schriftelijke uitspraak van de Commissie. Hierin staat het oordeel over het geschil en de onderbouwing van dit oordeel. De uitspraak van de Commissie is bindend, wat betekent dat beide partijen zich aan de uitspraak moeten houden. Wel is het mogelijk in beroep te gaan tegen de uitspraak.
Als er een conflict is tussen werkgever en werknemer of tussen medezeggenschapsorganen en het bestuur van school, kan zowel de werkgever als de werknemer als het medezeggenschapsorgaan hier mediation voor aanvragen. De deelnemers zoeken dan samen naar een oplossing voor het conflict en gaan daarvoor met elkaar in gesprek onder begeleiding van een onafhankelijk en neutraal persoon: de mediator.
Elke partij kan tegen de uitspraak van de Commissie in beroep gaan als zij het niet met de uitspraak eens is. De partij moet het beroep binnen 1 maand na kennisneming van de uitspraak instellen bij de Ondernemingskamer van het gerechtshof in Amsterdam. Tegen de uitspraak van de Ondernemingskamer staat geen beroep open.
Onze organisatie zet zich in om voor meningsverschillen een passende oplossing te vinden. Laat u inspireren door verhalen uit de praktijk van Onderwijsgeschillen.