Reglement Landelijke Commissie voor Geschillen WMS
per 1 januari 2017

BEGRIPSBEPALINGEN

Artikel 1

  • Wms: Wet medezeggenschap op scholen.
  • Stichting: Stichting Onderwijsgeschillen.
  • Commissie: Commissie voor geschillen als bedoeld in artikel 30 van de Wms.
  • Voorzitter: voorzitter van de Commissie.
  • voorzitter: voorzitter die het geschil behandelt.
  • lid: ieder lid van de Commissie, inclusief de voorzitter.
  • school: school als bedoeld in artikel 1, aanhef en onder b van de Wms.
  • centrale dienst: centrale dienst als bedoeld in artikel 1, aanhef en onder c van de Wms.
  • samenwerkingsverband: samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 1, aanhef en onder d van de Wms.
  • bevoegd gezag: bestuur van een bij de Commissie aangesloten school, centrale dienst of samenwerkingsverband.
  • raad: medezeggenschapsraad, gemeenschappelijke medezeggenschapsraad dan wel ondersteuningsplanraad als bedoeld in de artikelen 3, 4 en 4a van de Wms. Onder verwijzing naar artikel 37 van de Wms tevens van toepassing op de daarin genoemde organen.
  • secretaris: ambtelijk secretaris van de Commissie.
  • secretariaat: ambtelijk secretariaat van de Stichting en van de Commissie.

BEVOEGDHEID VAN DE COMMISSIE 

Artikel 2

  1. De Commissie neemt kennis van de geschillen zoals omschreven in de artikelen 31 en 37 juncto artikel 31 van de Wms.
  2. De Commissie neemt op verzoek van de raad, het bevoegd gezag dan wel op verzoek van de raad en het bevoegd gezag gezamenlijk, kennis van andere medezeggenschapsgeschillen dan die omschreven in artikel 31 van de Wms, tussen het bevoegd gezag en de raad, indien en voor zover in het medezeggenschapsreglement van de raad in het aanhangig maken van die geschillen door hetzij één der partijen, hetzij beide partijen tezamen, is voorzien.
  3. Indien de voorzitter na kennisneming van de stukken van oordeel is dat de commissie niet bevoegd is om kennis te nemen van een geschil, kan de voorzitter besluiten om het geschil buiten behandeling te laten. De voorzitter deelt dit besluit onverwijld schriftelijk en met redenen omkleed mee aan de betrokken partijen.

HET VERZOEKSCHRIFT

Artikel 3

  1. Een geschil als bedoeld in artikel 2 van dit reglement wordt aanhangig gemaakt door middel van een gedateerd en ondertekend verzoekschrift dat is gericht aan de Commissie door het bevoegd gezag en/of (een geleding van) de medezeggenschapsraad, de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad, de deelraad, de groepsmedezeggenschapsraad, de themaraad of de ondersteuningsplanraad, afhankelijk van wie daartoe ingevolge een of meer van de artikelen 31 tot en met 37 van de Wms dan wel het medezeggenschapsreglement bevoegd is. Ondertekening van het verzoekschrift kan door een gemachtigde geschieden. Het verzoekschrift dient een gemotiveerd standpunt van de indiener(s) te bevatten. Het verzoekschrift dient tevens de namen en de correspondentieadressen van het bevoegd gezag en de desbetreffende (geleding van de) raad te bevatten.
  2. Bij het verzoekschrift worden alle op het geschil betrekking hebbende stukken gevoegd.
  3. De indiening van de in de leden 1 en 2 bedoelde stukken geschiedt door toezending daarvan aan het kantooradres van de Commissie.
  4. Onmiddellijk na de ontvangst van het verzoekschrift zendt de secretaris een ontvangstbevestiging aan de indiener(s).
  5. Indien het verzoekschrift niet voldoet aan de eisen gesteld in dit artikel, wijst de secretaris de indiener(s) op het verzuim en stelt hij deze(n) in de gelegenheid binnen twee weken het verzuim te herstellen.
  6. De voorzitter kan de in het vorige lid bedoelde termijn verlengen, indien de verzoekende partij daarvoor klemmende redenen aanvoert.

VEREENVOUDIGDE BEHANDELING EN VERZET

Artikel 4

  1. De voorzitter van de Commissie kan onmiddellijk uitspraak doen indien hij van oordeel is dat het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk dan wel kennelijk ongegrond is.
  2. De voorzitter grondt de uitspraak uitsluitend op de stukken die door partijen aan de Commissie zijn overgelegd.
  3. Tegen de uitspraak, bedoeld in het eerste lid kan de verzoeker binnen veertien dagen na de dag waarop die uitspraak hem is toegezonden, verzet doen bij de Commissie. Het verzet wordt gedaan bij een met redenen omkleed ondertekend geschrift. Artikel 3 is van overeenkomstige toepassing.
  4. De Commissie gaat niet tot niet-ontvankelijkverklaring of ongegrondverklaring van het verzet over dan na degene die het verzet heeft gedaan, in de gelegenheid te hebben gesteld persoonlijk of bij gemachtigde te worden gehoord.
  5. Indien de Commissie het verzet niet-ontvankelijk of ongegrond verklaart, blijft de uitspraak waartegen verzet was gedaan, in stand.
  6. Indien de Commissie het verzet gegrond verklaart, vervalt de uitspraak waartegen verzet was gedaan en wordt het onderzoek voortgezet in de stand waarin het zich voor de uitspraak bevond.

HET VERWEERSCHRIFT

Artikel 5

  1. Indien het verzoekschrift is ingediend door één der partijen, zendt de Commissie na de ontvangst daarvan een afschrift, vergezeld van de daarbij behorende bijlagen, aan de andere partij. Deze partij wordt in de gelegenheid gesteld binnen vier weken een verweerschrift bij de Commissie in te dienen.
  2. De voorzitter kan de in het vorige lid bedoelde termijn verlengen, indien de verwerende partij daarvoor klemmende redenen aanvoert.
  3. Bij het verweerschrift dienen de stukken te worden gevoegd die op het geschil betrekking hebben, voor zover deze stukken niet reeds door de verzoekende partij zijn overgelegd.
  4. De indiening van de in de leden 1 en 3 bedoelde stukken geschiedt door toezending daarvan aan het bekend gemaakte kantooradres van de Commissie.
  5. Onmiddellijk na de ontvangst van het verweerschrift zendt de secretaris een ontvangstbevestiging aan de indiener(s). Tevens zendt de secretaris een afschrift van het verweerschrift en van de daarbij behorende bijlagen aan de indiener(s) van het verzoekschrift.

VERTROUWELIJKHEID VAN DE STUKKEN

Artikel 6

Alle op het geschil betrekking hebbende stukken dienen ter vertrouwelijke kennisneming van de Commissie. Anderen dan partijen mogen vanwege de Commissie deze stukken niet inzien of hiervan afschriften of uittreksels maken of ontvangen.

INFORMATIE INWINNEN

Artikel 7

Ter voorbereiding van de behandeling van het geschil door de Commissie kan door de voorzitter, of vanwege de voorzitter door de secretaris, de nodige informatie worden ingewonnen bij partijen en anderen. De ontvangen informatie wordt aan de partijen bekend gemaakt.

SCHRIFTELIJKE BEHANDELING

Artikel 8

  1. Met goedvinden van de partijen, kan de Commissie het geschil schriftelijk behandelen.
  2. Indien de Commissie toepassing geeft aan het vorige lid, geeft de Commissie partijen de mogelijkheid voor repliek en dupliek binnen door haar te stellen termijnen.

DE HOORZITTING

Artikel 9

  1. Tenzij toepassing wordt gegeven aan het bepaalde in artikel 8, bepaalt de Commissie de plaats, de dag en het uur waarop het geschil mondeling in een hoorzitting zal worden behandeld en nodigt zij partijen daartoe schriftelijk uit.
  2. Deze behandeling vindt plaats binnen zes weken nadat de Commissie de stukken als bedoeld in artikel 3 dan wel 4 dan wel de informatie als bedoeld in artikel 6 heeft ontvangen.
  3. Indien een partij de Commissie verzoekt de hoorzitting op een latere datum te bepalen, wordt alvorens daarop te beslissen de andere partij in de gelegenheid gesteld haar standpunt dienaangaande kenbaar te maken.

Artikel 10

  1. De hoorzittingen van de Commissie zijn openbaar.
  2. Om redenen in het verslag van de hoorzitting te vermelden, kan de Commissie bepalen dat de hoorzitting geheel of gedeeltelijk achter gesloten deuren zal plaatshebben.
  3. Tijdens de hoorzitting wordt aan partijen de gelegenheid gegeven hun standpunten toe te lichten of te doen toelichten.

HOREN VAN GETUIGEN EN DESKUNDIGEN DOOR DE COMMISSIE

Artikel 11

  1. De Commissie is bevoegd een of meer getuigen en/of deskundigen voor de zitting op te roepen. Als zij van deze bevoegdheid gebruik maakt, doet zij daarvan voor de zitting  schriftelijk mededeling aan partijen, onder vermelding van de naam en de woonplaats van de getuige(n) en deskundigen.
  2. Partijen kunnen een of meer getuigen en/of deskundigen ter zitting meebrengen. De partij die van deze bevoegdheid gebruik maakt, doet daarvan uiterlijk 1 week voor de zitting mededeling aan de Commissie en aan de wederpartij, onder vermelding van de naam en de woonplaats van de getuige(n) en/of deskundige(n).
  3. De Commissie beslist ter zitting of de getuigen en deskundigen worden gehoord.
  4. Getuigen en deskundigen worden door de voorzitter ondervraagd.
  5. Vragen kunnen tevens worden gesteld door de andere leden van de Commissie en door de partijen en hun gemachtigden.
  6. Na afloop van het horen worden de partijen of hun gemachtigden in de gelegenheid gesteld het woord te voeren naar aanleiding van hetgeen door de getuigen en deskundigen is verklaard.

HEROPENING ONDERZOEK

Artikel 12

Indien de Commissie van oordeel is dat het onderzoek niet volledig is geweest, kan zij het heropenen. De Commissie bepaalt daarbij op welke wijze het onderzoek wordt voortgezet. De secretaris doet zo spoedig mogelijk mededeling daarvan aan partijen

INTREKKING VAN EEN GESCHIL

Artikel 13

  1. De partij die een geschil bij de Commissie aanhangig heeft gemaakt, kan dit geschil voorafgaand aan de hoorzitting schriftelijk intrekken. De secretaris deelt zulks onverwijld mede aan de wederpartij.
  2. Indien reeds verweer is gevoerd, overeenkomstig het bepaalde in artikel 5, kan het geschil slechts worden ingetrokken met instemming van de Commissie, gehoord de wederpartij.
  3. De voorzitter stelt vervolgens vast dat er geen geschil is.

WRAKING EN VERSCHONING

Artikel 14

  1. Een lid van de Commissie, waaronder ook wordt verstaan de voorzitter, kan door ieder der partijen worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de onpartijdigheid van het commissielid schade zou kunnen lijden. Ook kan op grond van zodanige feiten of omstandigheden een lid van de Commissie zich verschonen.
  2. Het wrakingsverzoek wordt schriftelijk ingediend zodra de feiten of omstandigheden aan de verzoekende partij bekend zijn geworden. Ter zitting kan het verzoek ook mondeling geschieden.
  3. Een lid, wiens wraking is verzocht, kan in de wraking berusten.
  4. Ingeval van een verzoek tot wraking wordt de behandeling van de zaak door de Commissie geschorst onder mededeling aan partijen dat het wrakingsverzoek zo spoedig mogelijk zal worden behandeld door de wrakingskamer van de Stichting Onderwijsgeschillen en dat het onderzoek van de Commissie in de hoofdzaak zal worden voortgezet na en met inachtneming van de beslissing van de wrakingskamer.
  5. De wrakingskamer beslist zo spoedig mogelijk of het verzoek tot wraking wordt toegestaan.
  6. Op de behandeling van het wrakingsverzoek is het reglement van de wrakingskamer van toepassing. 

BEMIDDELING DOOR DE COMMISSIE

Artikel 15

  1. De Commissie kan te allen tijde een regeling tussen partijen beproeven en daartoe een bemiddelingsvoorstel aan partijen voorleggen.
  2. Indien de Commissie besluit het bemiddelingsvoorstel schriftelijk aan partijen voor te leggen, delen partijen de Commissie binnen 2 weken nadat het bemiddelingsvoorstel aan hen is voorgelegd schriftelijk mee of zij met het voorstel akkoord gaan.
  3. De Commissie kan deze termijn verlengen op gezamenlijk verzoek van partijen dan wel van  één partij indien deze daarvoor een klemmende reden aanvoert.
  4. Geven beide partijen schriftelijk aan akkoord te gaan met het bemiddelingsvoorstel, dan wordt het geschil geacht te zijn ingetrokken.

DE UITSPRAAK 

Artikel 16

  1. Gaan partijen niet akkoord met het in artikel 15 bedoelde bemiddelingsvoorstel, dan doet de Commissie binnen zes weken na ontvangst van de in artikel 13 lid 2 bedoelde schriftelijke mededeling uitspraak over het geschil.
  2. Indien geen voorstel als bedoeld in artikel 15 is gedaan, doet de Commissie uiterlijk zes weken na de laatste hoorzitting dan wel na afronding van de schriftelijke behandeling uitspraak over het geschil.
  3. De Commissie stelt haar beslissing in een voltallige en besloten vergadering vast bij meerderheid van stemmen. Indien er meer hoorzittingen zijn geweest, beslist de Commissie in de samenstelling van de laatste hoorzitting. Het is de leden van de Commissie niet toegestaan de gevoelens die tijdens de vergadering over het geschil zijn geuit te openbaren. 
  4. De Commissie kan na sluiting van de hoorzitting terstond mondeling uitspraak doen. In dit geval wordt de beslissing alsnog schriftelijk vastgelegd binnen de in lid 2 bedoelde termijn. 
  5. De uitspraak dient – ook na een mondeling genomen beslissing – schriftelijk gemotiveerd te zijn. In de uitspraak worden de namen vermeld van de leden van de Commissie die over het geschil een beslissing hebben genomen.
  6. De uitspraak wordt door de voorzitter en de secretaris ondertekend.
  7. De uitspraak van de Commissie is openbaar en ligt ter inzage bij het secretariaat. Partijen ontvangen een afschrift van de uitspraak, waarbij hen op de mogelijkheid van beroep overeenkomstig artikel 36, eerste en tweede lid, Wms wordt gewezen.
  8. Indien dwingende omstandigheden daartoe noodzaken, kan de termijn als bedoeld in de leden 1 en 2 verlengd worden. De Commissie deelt dit aan partijen mede.

Artikel 17

De uitspraak van de Commissie bevat:

  1. de vermelding van de (plaatsvervangende) leden die over het geschil een beslissing hebben genomen;
  2. de vermelding van de partijen en hun vestigingsplaats;
  3. een weergave van het door partijen aangevoerde; en
  4. de beslissing en de gronden waarop de beslissing berust.

Artikel 18

Op een daartoe strekkend schriftelijk verzoek van de medezeggenschapsraad als bedoeld in artikel 35a lid 2 Wms, legt de Commissie het origineel van haar uitspraak waaraan een dwangsom is verbonden, zo spoedig mogelijk neer  ter griffie van de rechtbank van het arrondissement waarin het betrokken bevoegd gezag is gevestigd.  

 

BIJZONDERE PROCEDURE VOOR SPOEDEISENDE GEVALLEN 

Artikel 19

  1. Indien een zaak een spoedeisend karakter heeft, kan de voorzitter, op verzoek van de partij(en) die het geschil bij de Commissie heeft (hebben) aangebracht, besluiten het geschil versneld te behandelen, en het bepaalde in de artikelen 3, 5 en 9 geheel of gedeeltelijk buiten toepassing te laten.
  2. De voorzitter bepaalt alsdan zo spoedig mogelijk de plaats waar en de dag en het uur waarop het geschil in een hoorzitting zal worden behandeld en doet daarvan onverwijld mededeling aan partijen.
  3. Blijkt aan de Commissie bij de hoorzitting, dat het geschil niet voldoende spoedeisend is om een versnelde behandeling te rechtvaardigen, of dat een versnelde behandeling van het geschil een onevenredig nadeel met zich zou brengen in verhouding tot de daarmee te dienen belangen dan bepaalt de Commissie dat aan het bepaalde in de artikelen 3, 5 en 9 alsnog onverkort toepassing wordt gegeven.
  4. De Commissie doet in zaken die een spoedeisend karakter hebben zo spoedig mogelijk doch uiterlijk binnen twee weken na de hoorzitting uitspraak.

TERMIJNEN

Artikel 20

Op de in dit reglement genoemde termijnen is de Algemene Termijnenwet van toepassing. De op grond van de Algemene termijnenwet  berekende termijnen van dit reglement worden daarenboven verlengd met de vakantieperiodes van de desbetreffende school, centrale dienst of samenwerkingsverband.

WIJZIGING VAN HET REGLEMENT 

Artikel 21

  1. De Commissie kan het reglement wijzigen. Zij zendt een afschrift van het besluit tot wijziging aan de Stichting.
  2. De Commissie maakt een wijziging zoals bedoeld in het vorige lid openbaar via publicatie op het internet.

ONVOORZIENE GEVALLEN

Artikel 22

In gevallen waarin dit reglement niet voorziet, beslist de Voorzitter en in een aanhangig geschil de voorzitter, gehoord de overige leden van de Commissie.

CITEERTITEL 

Artikel 23

Dit reglement kan worden aangehaald als 'het reglement van de Landelijke Commissie voor Geschillen WMS’.

INWERKINGTREDING  

Artikel 24

Dit reglement is in werking getreden op 1 januari 2008 en door de Commissie aangepast op 24 september 2008, 16 september 2010, 30 oktober 2015 en 31 juli 2016, te Utrecht.