Reglement Landelijke Klachtencommissie Islamitisch Onderwijs

ingesteld door de Islamitische Schoolbesturen Organisatie (ISBO)

 

Algemene bepalingen

Begripsbepalingen

Artikel 1

In dit reglement wordt verstaan onder:
a. school: een Islamitische school voor primair en/of voortgezet onderwijs, die bij de Commissie is aangesloten;
b. bevoegd gezag: het bestuur van de rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid die de school in stand houdt;
c. Stichting: de Stichting Onderwijsgeschillen, gevestigd te Utrecht;
d. Commissie: de Landelijke Klachtencommissie Islamitisch Onderwijs, ingesteld door de ISBO;
e. klachtenregeling: de door het bevoegd gezag van de school vastgestelde regeling ter behandeling van klachten;
f. klacht: de in de klachtenregeling bedoelde klacht;
g. klager: de persoon die op grond van de klachtenregeling een klacht bij de Commissie indient;
h. verweerder: de natuurlijke persoon of de rechtspersoon tegen wie op grond van de klachtenregeling een klacht bij de Commissie is ingediend.  

Werkterrein

Artikel 2

De Commissie strekt haar werkzaamheden uit over Islamitische scholen voor primair en voortgezet onderwijs die zich blijkens een schriftelijke verklaring van het bevoegd gezag bij de Commissie hebben aangesloten.
De Commissie wordt in stand gehouden door de Islamitische Scholen Besturen Organisatie (ISBO), gevestigd te Amerfoort, verder aan te duiden als de ISBO.

Samenstelling

Artikel 3

  1. De ISBO benoemt de gewone leden van de Commissie.
  2. De Commissie bestaat uit ten minste zes leden, namelijk een voorzitter en een plaatsvervangend voorzitter, twee gewone leden en twee plaatsvervangende leden. De gewone leden kiezen uit hun midden een voorzitter en een plaatsvervangend voorzitter die tevens als gewoon lid kunnen optreden. 
  3. Twee gewone commissieleden treden af per 01-08-2012, twee andere gewone commissieleden treden af per 01-08-2013, de voorzitter en plaatsvervangende voorzitter(s) treden af per 01-08-2014. Vervolgens treden de commissieleden om de 3 jaar af.  De Commissie stelt een rooster van aftreden op dat als bijlage aan dit reglement wordt gehecht. 
  4. De leden zijn bij aftreden opnieuw benoembaar. 
  5. Degene die een tussentijdse vacature vervult, komt voor het rooster van aftreden in de plaats van degene van wie hij/zij de vacature vervult.

Vereisten voor lidmaatschap

Artikel 4

  1. Lid van de Commissie kan niet zijn hij/zij die deel uitmaakt van of in dienst is van het bevoegd gezag van een school of het bestuur van een vereniging van scholen, dan wel deel uitmaakt van het personeel van een school of van het bestuur van een vereniging van personeelsleden.
  2. Op eigen verzoek wordt aan de leden ontslag verleend. Bij het bereiken van de leeftijd van 70 jaar wordt aan de leden ontslag verleend met ingang van de eerstvolgende maand. Zij worden door de ISBO ontslagen indien zij uit hoofde van ziekte of gebreken ongeschikt zijn hun functie te vervullen, alsmede indien zij bij onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak wegens misdrijf zijn veroordeeld. Alvorens het ontslag op grond van de vorige volzin wordt verleend, wordt de betrokkene van het ontslag in kennis gesteld en wordt hem/haar de gelegenheid gegeven zich ter zake te doen horen.

Secretariaat

Artikel 5

  1. De ISBO draagt zorg voor het secretariaat van de Commissie op de in de navolgende leden bepaalde wijze. 
  2. De Commissie wordt ondersteund door de ambtelijk secretaris van het bureau van de Stichting Onderwijsgeschillen te Utrecht. 
  3. De secretaris is belast met het opstellen van de stukken die van de Commissie uitgaan, het opmaken van de processen-verbaal der zittingen, het houden van een register van ingekomen stukken en behandelde klachten, het beheer van het archief en alle voorkomende werkzaamheden die door de voorzitter of de Commissie nodig worden geacht. 
  4. Tevens verleent de secretaris de Commissie de ondersteuning welke deze voor de uitoefening van haar taak behoeft. De secretaris draagt hiertoe zorg voor een verzameling van de in dezen van belang zijnde jurisprudentie en andere gegevens.

Bekendmaking

Artikel 6

  1. Zodra hij/zij gekozen is, geeft de voorzitter de bij de Commissie aangesloten scholen onverwijld kennis van de samenstelling van de Commissie, onder vermelding van het adres van het secretariaat en eventuele andere gegevens die hij/zij van belang acht. 
  2. Wijziging van deze gegevens deelt de voorzitter eveneens mee.
  3. Het bevoegd gezag draagt er zorg voor, dat een kennisgeving van de samenstelling van de Commissie en van het adres van het secretariaat alsmede een exemplaar van dit reglement en van mogelijke wijzigingen ervan steeds op een toegankelijke plaats ter inzage in de school beschikbaar zijn.

Geheimhouding

Artikel 7

Het is de leden van de Commissie en de secretaris verboden:
a. hetgeen zij als zodanig te weten zijn gekomen openbaar of aan derden bekend te maken;
b. de gevoelens bekend te maken welke in besloten vergaderingen of zittingen van de Commissie over aanhangige klachten zijn geuit;
c. over aanhangige klachten of over klachten die naar hun vermoeden of weten voor hen aanhangig gemaakt zullen worden, anders dan in commissieverband, contacten met derden te hebben en/of inlichtingen in te winnen.

Vergaderingen van de Commissie

Artikel 8

  1. De Commissie vergadert zo dikwijls als de voorzitter of tenminste twee gewone leden dat nodig achten. De voorzitter bepaalt de plaats waar en het tijdstip waarop de vergaderingen worden gehouden, en doet de leden, behoudens in spoedeisende gevallen te zijner/harer beoordeling, ten minste acht dagen vóór de vergadering schriftelijk oproepen. 
  2. De voorzitter heeft de leiding van de vergaderingen.

Rechtsgang

Klaagschrift en hersteld klaagschrift

Artikel 9

  1. De klager dient een klacht schriftelijk in bij de Commissie.
  2. Indien redelijkerwijs niet van een klager gevraagd kan worden dat deze ervoor zorg draagt dat de klacht op schrift wordt gesteld, wordt terstond door de ambtelijk secretaris verslag opgesteld van een mondeling ingediende klacht. De klager tekent het verslag voor akkoord en ontvangt een afschrift van het verslag. 
  3. Het klaagschrift wordt door de klager ondertekend en bevat tenminste:
    de naam en het adres van de klager en zo nodig de gekozen woonplaats voor de duur van de procedure; 
    de naam en het adres van de verweerder; 
    de dagtekening; 
    een omschrijving van de klacht en de gronden waarop deze berust;
    Bij het klaagschrift worden afschriften van de op de klacht betrekking hebben stukken overgelegd. 
  4. Met uitzondering van een klacht inzake seksuele intimidatie, dient de klager in het klaagschrift aan te tonen dat hij/zij de klacht reeds heeft ingediend bij het bevoegd gezag van de school en dat alsmede waarom dit niet binnen een redelijke termijn tot een bevredigende oplossing heeft geleid. 
  5. Indien het klaagschrift in een vreemde taal is gesteld en een vertaling voor de goede behandeling van de klacht noodzakelijk is, dient de klager zorg te dragen voor vertaling. 
  6. Het klaagschrift moet worden ingediend bij de Commissie binnen 1 jaar, gerekend vanaf de dag na die waarop de feiten waarop de klacht betrekking heeft, hebben plaatsgevonden dan wel vanaf de dag waarop de klager ervan kennis heeft genomen.
    De Commissie laat niet-ontvankelijkverklaring vanwege termijnoverschrijding achterwege indien zij van oordeel is dat, alle omstandigheden van het geval meewegend, de klager de klacht heeft ingediend, zo spoedig mogelijk als redelijkerwijze van hem kan worden verlangd. 
  7. Indien het klaagschrift binnen de termijn als genoemd in lid 5 bij de school of een andere instantie is ingediend, wordt niettemin aangenomen dat aan het bepaalde in lid 5 is voldaan.
    Bij onjuiste indiening als bedoeld in de eerste volzin wordt het klaagschrift, nadat daarop de datum van ontvangst is aangetekend, met de daarbij overgelegde stukken zo spoedig mogelijk doorgezonden aan de Commissie onder gelijktijdige mededeling hiervan aan de klager. 
  8. Indien het klaagschrift niet voldoet aan de eisen gesteld in het derde lid van dit artikel, wijst de voorzitter de klager op het gepleegde verzuim en nodigt hem/haar uit binnen een door de voorzitter te bepalen termijn dit verzuim te herstellen met de mededeling dat indien niet aan dit verzoek wordt voldaan, de Commissie de klacht niet-ontvankelijk kan verklaren.
  9. Alle aan de Commissie over te leggen stukken dienen goed leesbaar te zijn en worden in vijfvoud ingediend. 
  10. De secretaris tekent op de ingekomen stukken de datum van ontvangst aan en zendt bericht van ontvangst aan de indiener daarvan.
  11. Indien de klacht kennelijk bij een andere Commissie moet worden aangebracht, zendt de secretaris het klaagschrift, nadat daarop de datum van ontvangst is aangetekend, zo spoedig mogelijk door aan de bevoegde Commissie, onder gelijktijdige mededeling hiervan aan de klager.

Meedelen klaagschrift en verwijzing van de klacht naar de school

Artikel 10

  1. De secretaris zendt zo spoedig mogelijk na ontvangst van het klaagschrift dan wel zo spoedig mogelijk na ontvangst van het hersteld klaagschrift een exemplaar daarvan, vergezeld van de in artikel 9 lid 3, laatste volzin van dit reglement bedoelde afschriften, aan de verweerder. 
  2. De secretaris deelt na de ontvangst van het klaagschrift dan wel het hersteld klaagschrift, aan het bevoegd gezag van de betrokken school mede dat een klacht bij de Commissie is ingediend. 
  3. Indien de Commissie van mening is dat de klacht voorbarig bij haar is ingediend dan wel dat er een poging dient te worden gedaan om de klacht zonder advies van de Commissie op het niveau van de school af te doen, kan de Commissie de klacht voor behandeling verwijzen naar het bevoegd gezag dan wel de directie van de school met het verzoek om kennis te nemen van de klacht en te trachten om binnen een redelijke termijn tot een bevredigende oplossing te komen. De Commissie kan daarbij aanwijzingen geven en/of aanbevelingen doen. 
  4. In het geval van lid 3 deelt de Commissie klager en verweerder mede dat de klacht voor behandeling is verwezen naar het bevoegd gezag c.q. de directie van de school. De Commissie kan daarbij bepaalde aanwijzingen geven.
  5. Indien de verwijzing naar het bevoegd gezag c.q. de directie van de school als bedoeld in lid 3 niet binnen een redelijke termijn tot en bevredigende oplossing leidt, kan de klager de Commissie verzoeken om de klacht verder in behandeling te nemen.

Verweerschrift

Artikel 11

  1. De Commissie stelt de verweerder in de gelegenheid om binnen een periode van vier weken na toezending van het klaagschrift en de daarbij behorende afschriften, dan wel na ontvangst van het verzoek van klager om de klacht verder in behandeling te nemen, een verweerschrift in vijfvoud bij de Commissie in te dienen. Bij elk exemplaar voegt de verweerder afschriften van de op de klacht betrekking hebbende stukken.
    De voorzitter kan op tijdig en met redenen omkleed verzoek van de verweerder de termijn voor verweer verlengen. 
  2. Na ontvangst van het verweerschrift zendt de secretaris onverwijld een exemplaar daarvan, vergezeld van de daarbij behorende afschriften, aan de klager. 

Repliek, dupliek

Artikel 12

De voorzitter kan klager in de gelegenheid stellen schriftelijk te repliceren. In dat geval wordt de verweerder in de gelegenheid gesteld schriftelijk te dupliceren. De voorzitter stelt de termijnen voor repliek en dupliek vast.

Het inwinnen van inlichtingen

Artikel 13

  1. Ter voorbereiding van de behandeling van de klacht kunnen door of namens de Commissie bij de klager, de verweerder en anderen schriftelijk alle gewenste inlichtingen worden ingewonnen. Klager en verweerder worden hiervan op de hoogte gesteld. 
  2. Klager en verweerder kunnen tot drie werkdagen voor de zitting nadere stukken indienen. 

Verschijning van partijen

Artikel 14

  1. De Voorzitter kan partijen oproepen om in persoon dan wel bij gemachtigde voor hem/haar te verschijnen om te worden gehoord, al dan niet voor het geven van inlichtingen. Indien niet alle partijen worden opgeroepen, worden de niet opgeroepen partijen in de gelegenheid gesteld het horen bij te wonen en een uiteenzetting over de zaak te geven. 
  2. Van het geven van inlichtingen wordt door de secretaris een proces-verbaal opgesteld dat door de voorzitter en de secretaris wordt ondertekend.

Geheimhouding van stukken

Artikel 15

  1. De klager en de verweerder kunnen bij het overleggen van stukken, indien daarvoor gewichtige redenen zijn, onder opgave van die gewichtige redenen de Commissie mededelen dat uitsluitend zij kennis zal mogen nemen van de stukken.
  2. De voorzitter beslist of de in lid 1 bedoelde beperking van de kennisgeving gerechtvaardigd is. Indien die beperking niet gerechtvaardigd is, worden die stukken alsnog aan de wederpartij toegezonden.
  3. Indien de voorzitter heeft beslist dat de beperking van de kennisgeving gerechtvaardigd is, kan de Commissie slechts met toestemming van de wederpartij mede op grondslag van die stukken het oordeel over een klacht vaststellen. Hiervan maakt zij in de beslissing melding. 

Beperkte kennisneming

Artikel 16

  1. De Commissie kan, indien de vrees bestaat dat kennisneming van de stukken door een partij haar lichamelijke of geestelijke gezondheid zou schaden, bepalen dat deze kennisneming is voorbehouden aan een gemachtigde die advocaat of arts is dan wel daarvoor van de Commissie bijzondere toestemming heeft gekregen. 
  2. De Commissie kan, indien kennisneming van de stukken door een partij de persoonlijke levenssfeer van een ander onevenredig zou schaden, bepalen dat deze kennisneming is voorbehouden aan een gemachtigde die advocaat of arts is dan wel daarvoor van de Commissie bijzondere toestemming heeft gekregen.

Inzage van stukken

Artikel 17

  1. Alle op de klacht betrekking hebbende stukken die bij de Commissie aanwezig zijn, waaronder ook de ingewonnen inlichtingen en het proces-verbaal als bedoeld in art. 15 lid 2 van dit reglement, worden neergelegd bij het secretariaat.
  2. Klager en verweerder of hun gemachtigden kunnen deze stukken - onverminderd het bepaalde in art. 15 en 16 - inzien binnen een door de voorzitter te bepalen termijn, die in de regel tenminste 5 werkdagen bedraagt. Zij kunnen desgevraagd van deze stukken afschriften ontvangen indien zij daarover nog niet zouden beschikken.

Vereenvoudigde behandeling

Artikel 18

De Commissie kan totdat klager en verweerder zijn uitgenodigd om op een zitting van de Commissie te verschijnen, het onderzoek naar de klacht sluiten en advies uitbrengen indien de Commissie oordeelt dat:
a. de Commissie niet bevoegd is van de klacht kennis te nemen; 
b. de klacht kennelijk niet-ontvankelijk is; 
c. de klacht kennelijk ongegrond is;
d. de klacht kennelijk gegrond is.

Schriftelijke behandeling

Artikel 19

Met eenstemmig goedvinden van de Commissie en partijen kan de behandeling van de klacht schriftelijk geschieden. In dat geval wordt de klager in de gelegenheid gesteld binnen een bepaalde termijn te repliceren waarna de verweerder in de gelegenheid wordt gesteld om binnen een bepaalde termijn te dupliceren.

Vaststelling plaats en tijdstip van de mondelinge behandeling

Artikel 20

De voorzitter van de Commissie bepaalt op zo kort mogelijke termijn de plaats waar en het tijdstip waarop de behandeling van de klacht ter zitting zal plaatsvinden. Aan partijen wordt daarvan tijdig kennis gegeven door een schriftelijke uitnodiging. Bij de uitnodiging wordt medegedeeld uit welke personen de Commissie die de klacht ter zitting zal behandelen, zal zijn samengesteld.

Wraking en verschoning

Artikel 21

  1. Voor de behandeling ter zitting dan wel ter zitting kan elk van de zittende leden van de Commissie door een of meer van de bij de klacht betrokken partijen worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden die het vormen van een onpartijdig oordeel door het desbetreffende lid zouden kunnen bemoeilijken. Ook kan op grond van zodanige feiten of omstandigheden een lid verzoeken zich te mogen verschonen.
  2. De andere zittende leden van de Commissie beslissen zo spoedig mogelijk of de wraking dan wel verschoning wordt toegestaan.
  3. Bij staking van de stemmen is het verzoek toegestaan.
  4. De beslissing op een verzoek om wraking is gemotiveerd en wordt zo spoedig mogelijk aan de verzoeker, de andere partijen en het commissielid wiens wraking was verzocht, medegedeeld. 
  5. Ingeval van misbruik kan de Commissie bepalen dat een volgend verzoek om wraking niet in behandeling wordt genomen. Hiervan wordt in de beslissing mededeling gedaan.
  6. De beslissing op een verzoek om verschoning is gemotiveerd en wordt zo spoedig mogelijk aan partijen en het commissielid dat om verschoning had verzocht, medegedeeld.

Behandeling ter zitting

Artikel 22

  1. De klacht wordt behoudens in het geval als bedoeld in artikel 18 en artikel 19 behandeld in een gesloten zitting van de Commissie, bestaande uit één voorzitter en twee leden.
  2. De voorzitter heeft de leiding van de zitting. Hij/zij geeft elk van de partijen de gelegenheid haar standpunt toe te lichten en sluit het onderzoek wanneer de Commissie van oordeel is dat het onderzoek is voltooid.
  3. Meerderjarige partijen worden in elkaars aanwezigheid gehoord tenzij zich het geval van art. 23 lid 4 voordoet.
    Ingeval een minderjarige partij is, worden partijen in beginsel buiten elkaars aanwezigheid gehoord.
  4. Klager en/of verweerder kunnen de voorzitter verzoeken om buiten elkaars aanwezigheid te worden gehoord.
    Een dergelijk verzoek dient schriftelijk en met redenen omkleed te worden ingediend. Na de ontvangst van het verzoek zendt de secretaris daarvan een afschrift aan de wederpartij.
    Indien de voorzitter van oordeel is dat er voldoende grond aanwezig is om partijen buiten elkaars aanwezigheid te horen, hoort de Commissie partijen buiten elkaars aanwezigheid. De secretaris of de Commissie brengt partijen er voor de zitting schriftelijk dan wel mondeling van op de hoogte dat zij buiten elkaars aanwezigheid zullen worden gehoord.
  5. Ingeval partijen buiten elkaars aanwezigheid zijn gehoord, ontvangt elk der partijen zo spoedig mogelijk na de vaststelling van het proces-verbaal van het horen van partijen, een afschrift daarvan en worden zij in de gelegenheid gesteld daarop binnen een bepaalde termijn schriftelijk te reageren. Na de ontvangst van de reacties, zendt de secretaris afschriften daarvan aan de wederpartij.
  6. Ingeval partijen buiten elkaars aanwezigheid zijn gehoord, wordt de behandeling ter zitting voortgezet op een tijdstip dat minstens 10 dagen na de verzending van de afschriften van het proces-verbaal van het horen van partijen, is gelegen.
    Indien partijen te kennen hebben gegeven geen prijs te stellen op voortzetting van de behandeling ter zitting en de Commissie van oordeel is dat het onderzoek volledig is geweest, wordt de behandeling niet voortgezet.
  7. Zodra het onderzoek (ter zitting) is gesloten, deelt de voorzitter mede wanneer advies zal worden gegeven.
  8. Indien voor de sluiting van het onderzoek ter zitting blijkt, dat het onderzoek niet volledig is geweest, kan de Commissie bepalen dat de behandeling ter zitting op een door de Commissie te bepalen tijdstip zal worden voortgezet. Daarbij kunnen aan partijen aanwijzingen worden gegeven met betrekking tot het bewijs.

Vertegenwoordiging ter zitting, getuigen, deskundigen

Artikel 23

  1. Een partij kan zich ter zitting door een gemachtigde doen vertegenwoordigen of zich door een raadsman/-vrouw doen bijstaan. Daarnaast kunnen klager en verweerder zich laten vergezellen door één hen vertrouwd persoon.
  2. De Commissie kan van een gemachtigde die geen advocaat is en de klager dan wel de verweerder ter zitting vertegenwoordigt, een schriftelijke machtiging verlangen.
  3. De Commissie kan personen als getuige of deskundige voor de zitting doen oproepen. Namen en woonplaatsen van de getuigen en deskundigen worden aan klager en verweerder medegedeeld.
  4. Een partij kan op eigen kosten getuigen en/of deskundigen ter zitting meebrengen, met dien verstande dat zij de namen en woonplaatsen van die personen uiterlijk drie werkdagen voor de zitting schriftelijk opgeeft aan de secretaris en aan de wederpartij.
    De Commissie kan afzien van het horen van door de klager of verweerder meegebrachte of opgeroepen getuigen en deskundigen indien zij van oordeel is dat het horen redelijkerwijze niet bijdraagt aan de beoordeling van de klacht.
  5. Getuigen en deskundigen worden door de voorzitter ondervraagd. Vragen kunnen ook worden gesteld door de andere leden van de Commissie en, met toestemming van de voorzitter, door diens tussenkomst, door de klager en de verweerder of hun gemachtigden. 
  6. Ingeval een minderjarige getuige wordt gehoord, kan de Commissie bepalen dat het horen buiten aanwezigheid van één of meer partijen plaatsvindt.
    Ingeval een getuige buiten aanwezigheid van partijen is gehoord, ontvangt elk der partijen zo spoedig mogelijk na de vaststelling van het proces-verbaal van het getuigenverhoor, een afschrift daarvan en worden zij in de gelegenheid gesteld daarop binnen een bepaalde termijn schriftelijk te reageren. Na de ontvangst van de reacties, zendt de secretaris afschriften daarvan aan de wederpartij.
  7. Ingeval een getuige buiten aanwezigheid van partijen is gehoord, wordt de behandeling ter zitting voortgezet op een tijdstip dat minstens 10 dagen na de verzending van de afschriften van het proces-verbaal van het getuigenverhoor, is gelegen.
    Indien partijen te kennen hebben gegeven geen prijs te stellen op voortzetting van de behandeling ter zitting en de Commissie van oordeel is dat het onderzoek volledig is geweest, wordt de behandeling niet voortgezet.

Tolken

Artikel 24

  1. Indien klager, verweerder, een getuige of een deskundige, de Nederlandse taal onvoldoende beheerst, kan deze zich op eigen kosten doen bijstaan door een tolk.
  2. De tolk is verplicht zijn/haar opdracht onpartijdig en naar beste weten te vervullen.

Heropening onderzoek

Artikel 25

Indien de Commissie van oordeel is dat het onderzoek niet volledig is geweest, kan zij het heropenen. De Commissie bepaalt daarbij op welke wijze het onderzoek wordt voortgezet. De secretaris doet zo spoedig mogelijk mededeling daarvan aan partijen.

Beraadslaging en advies

Artikel 26

  1. De Commissie beraadslaagt en beslist in besloten vergadering waarbij alle leden die deel uitmaken van de Commissie die de klacht behandelt, aanwezig zijn, bijgestaan door de secretaris. Zij grondt haar advies op het klaagschrift, de overgelegde stukken en het verhandelde tijdens het vooronderzoek en het onderzoek ter zitting. 
  2. De Commissie beslist met meerderheid van stemmen.

Advies

Artikel 27

  1. De Commissie brengt advies uit binnen zes weken na de sluiting van het onderzoek dan wel na afronding van de schriftelijke behandeling als bedoeld in art. 20 van dit reglement. Deze termijn kan door de voorzitter worden verlengd met ten hoogste vier weken.
  2. De adviezen van de Commissie zijn gedagtekend en houden in:
    a. de namen en woonplaatsen van de partijen en de namen van de gemachtigden,
    b. de gronden, waarop het advies berust,
    c. het advies met betrekking tot de ontvankelijkheid of niet-ontvankelijkheid en de gegrondheid of ongegrondheid van de klacht, 
    d. de eventuele aanbeveling,
    e. de namen van de leden van de Commissie die het advies hebben vastgesteld. 
  3. Het advies, door de voorzitter en de secretaris ondertekend, wordt toegezonden aan partijen en aan het bevoegd gezag van de desbetreffende school.

Intrekking van de klacht

Artikel 28

De klager kan bij schriftelijke, gedagtekende en ondertekende kennisgeving of mondeling ter zitting aan de Commissie mededelen dat de klacht wordt ingetrokken. Intrekking geschiedt echter bij voorkeur niet later dan twee weken voor de zittingsdag.

Kosten van de Commissie

Artikel 29

De kosten van de Commissie komen ten laste van de ISBO.

Termijnen en schoolvakanties

Artikel 30

Met uitzondering van de termijn, genoemd in art. 10 lid 5 van dit reglement, worden voor de berekening van de in dit reglement vermelde termijnen, de aan de desbetreffende school geldende schoolvakantiedagen niet meegerekend.

Nevenfuncties commissieleden

Artikel 31

Aan dit reglement wordt een lijst met nevenfuncties van commissieleden gevoegd, die op verzoek van partijen aan hen wordt toegezonden.

Wijziging van het reglement

Artikel 32

Dit reglement wordt niet gewijzigd dan nadat de Commissie over de voorgenomen wijziging is gehoord.

Inwerkingtreding

Artikel 33

Dit reglement is, de Commissie gehoord hebbende, vastgesteld door het bestuur van de ISBO en in werking getreden op 1 januari 2002.