Reglement sectorale ontslagcommissie hbo

Artikel 1 Definities

In dit reglement wordt verstaan onder:

  1. commissie: de van de werkgever onafhankelijke en onpartijdige commissie als bedoeld in artikel 7:671a lid 2 BW en artikel S-1 cao hbo;
  2. cao: de cao hbo;
  3. toestemming: toestemming om de arbeidsovereenkomst op te zeggen op grond van artikel 7:669 lid 3 sub a BW (bedrijfseconomisch ontslag);
  4. verzoek: een verzoek om toestemming als bedoeld in artikel 7:671a lid 2 BW;
  5. Ontslagregeling: de Regeling van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 23 april 2015 tot vaststelling van regels met betrekking tot ontslag en de transitievergoeding.
  6. ontslagcriteria: de ontslagcriteria zoals vastgesteld in het toepasselijke Sociaal Plan als bedoeld in artikel R-4 van de cao, en bij gebreke daarvan, de ontslagcriteria zoals vastgelegd in paragraaf 4 van de Ontslagregeling.

Artikel 2 Taak van de commissie

Partijen bij de cao hebben een commissie ingesteld die gedurende de periode zoals in de cao is bepaald, bevoegd is om in plaats van het UWV toestemming te geven aan de werkgever om de arbeidsovereenkomst op te zeggen op grond van artikel 7:669 lid 3 sub a BW.

Artikel 3 Samenstelling commissie

  1. De cao-partijen benoemen ten minste zes commissieleden. Deze worden benoemd tot uiterlijk het einde van de looptijd van de bepalingen omtrent de ontslagcommissie in de cao. De leden van de commissie worden als volgt benoemd: 
    a. twee of meer leden worden benoemd door de Vereniging Hogescholen; 
    b. twee of meer leden worden benoemd door de personeelsvakorganisaties die partij zijn bij de cao; 
    c. twee of meer leden, die als voorzitter respectievelijk plaatsvervangend voorzitter fungeren, worden benoemd door de cao-partijen gezamenlijk.
  2. De voorzitter en plaatsvervangend voorzitter(s) van de commissie zijn onafhankelijk van de werkgever en cao-partijen. Zij hebben een juridische opleiding afgerond aan een Nederlandse universiteit en hebben aantoonbare deskundigheid op het gebied van het arbeidsrecht in het algemeen en het ontslagrecht in het bijzonder.
  3. De commissie die een verzoek behandelt bestaat uit drie leden, waaronder de voorzitter of de plaatsvervangend voorzitter, een (plaatsvervangend) lid gekozen door de Vereniging Hogescholen, en een (plaatsvervangend) lid gekozen door de personeelsvakorganisaties.
  4. Ieder lid van de commissie dient onafhankelijk en zonder ruggespraak te functioneren. Het is commissieleden verboden als gemachtigde op te treden ten overstaan van de commissie of zich via procespartijen te mengen in een procedure waarin zij niet als commissielid optreden.

Artikel 4 Secretariaat

  1. Het secretariaat dat de commissie bijstaat, is ondergebracht bij Stichting Onderwijsgeschillen te Utrecht.
  2. De kosten van het secretariaat en de vacatievergoedingen van de commissieleden, worden gedragen door de werkgevers overeenkomstig een overeenkomst die daartoe door cao-partijen is gesloten met Stichting Onderwijsgeschillen.

Artikel 5 Geheimhouding

  1. Alle op de zaak betrekking hebbende stukken dienen ter vertrouwelijke kennisneming van de commissie. Anderen dan de werkgever, de werknemer en/of de gemachtigden en adviseurs mogen vanwege de commissie deze stukken niet inzien of hiervan afschriften of uittreksels maken.
  2. De leden van de commissie en de secretaris zullen al hetgeen zij in verband met een verzoek vernemen als vertrouwelijk beschouwen.
  3. Zodra de commissie uitspraak heeft gedaan, zenden de leden de in hun bezit zijnde stukken die op het verzoek betrekking hebben, aan het secretariaat, dat zorg draagt voor archivering van één volledig dossier en voor vernietiging van de overige stukken. Het gearchiveerde dossier wordt na vijf jaar vernietigd. 

Artikel 6 Wraking en verschoning

  1. Een lid van de commissie, waaronder ook wordt verstaan de voorzitter, kan door ieder der partijen worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de onpartijdigheid van het commissielid schade zou kunnen lijden. Ook kan op grond van zodanige feiten of omstandigheden een lid van de commissie zich verschonen.
  2. Het wrakingsverzoek wordt schriftelijk ingediend zodra de feiten of omstandigheden aan de verzoekende partij bekend zijn geworden. Ter zitting kan het verzoek ook mondeling geschieden.
  3. Een lid, wiens wraking is verzocht, kan in de wraking berusten.
  4. Ingeval van een verzoek tot wraking wordt de behandeling van de zaak door de commissie geschorst onder mededeling aan partijen dat het wrakingsverzoek zo spoedig mogelijk zal worden behandeld door de wrakingskamer van de Stichting Onderwijsgeschillen en dat het onderzoek van de commissie in de hoofdzaak zal worden voortgezet na en met inachtneming van de beslissing van de wrakingskamer.
  5. De wrakingskamer beslist zo spoedig mogelijk of het verzoek tot wraking wordt toegestaan.
  6. Op de behandeling van het wrakingsverzoek is het reglement van de wrakingskamer van toepassing.

Artikel 7 Indiening van het verzoek

  1. Het verzoek aan de commissie om toestemming tot opzegging van de arbeidsovereenkomst van een werknemer wordt gedaan door indiening van een verzoekschrift, inclusief eventuele bijlagen, bij het secretariaat van de commissie. De werkgever geeft daarbij tevens zijn verhinderdata voor de daaropvolgende tien weken op met het oog op een eventuele mondelinge behandeling van het verzoek.Het verzoekschrift bevat in elk geval de volgende gegevens:
    a. de naam en het adres van de werkgever; 
    b. de naam en de adresgegevens van de werknemer op wie het verzoek betrekking heeft; 
    c. de akte van benoeming van de werknemer en datum indiensttreding bij de werkgever; 
    d. de functie van de werknemer; 
    e. de locatie/bedrijfsvestiging waar de werknemer zijn/haar werkzaamheden verricht; 
    f. een omschrijving van de bedrijfseconomische reden voor het verzoek; 
    g. een onderbouwing van de bedrijfseconomische redenen van het verzoek; 
    h. de geldende ontslagcriteria; 
    i. indien aanwezig, het geldende Sociaal Plan dat als cao is aangemeld bij de Inspectie SZW; 
    j. indien aanwezig, de afvloeiingslijst; 
    k. een toelichting waarom de werknemer in aanmerking komt voor ontslag op grond van de toepasselijke regels; 
    l. is er wel/geen sprake van een opzegverbod als bedoeld in artikel 7:670 BW? Zo ja, welk opzegverbod? 
    m. Is er wel/geen sprake van een uitwisselbare functie? Zo ja, met welke functie(s)?
  2. De commissie bevestigt de werkgever zo spoedig mogelijk de ontvangst van het verzoek, waarbij tevens wordt meegedeeld welke commissieleden het verzoek zullen behandelen.
  3. Indien de verstrekte gegevens en bescheiden onvoldoende zijn voor de beoordeling van het verzoek, geeft de commissie de werkgever de gelegenheid het verzoek binnen veertien dagen aan te vullen. De commissie kan deze termijn verlengen indien bijzondere omstandigheden dit noodzakelijk maken.

Artikel 8 Verweer

  1. Na ontvangst van een volledig verzoek doet de commissie de werknemer hiervan mededeling, onder vermelding van de ontvangstdatum van het verzoek en met bijsluiting van een afschrift van alle door de werkgever ingediende stukken. Daarbij informeert de commissie de werknemer tevens welke commissieleden het verzoek zullen behandelen.
  2. De commissie stelt de werknemer in de gelegenheid om binnen veertien dagen na dagtekening van de mededeling schriftelijk verweer te voeren. In het verweerschrift vermeldt de werknemer zijn verhinderdata voor de daaropvolgende acht weken met het oog op een eventuele mondelinge behandeling van het verzoek.

Artikel 9 Behandeling door de commissie

  1. De commissie informeert partijen schriftelijk zo spoedig mogelijk na ontvangst van het verweer dan wel het verlopen van de verweertermijn over het verdere verloop van de procedure. De commissie kan partijen verzoeken binnen een door de commissie te bepalen termijn aanvullende gegevens of bescheiden te verstrekken of hen de gelegenheid geven schriftelijk op elkaars standpunten te reageren. De commissie kan, al dan niet in aanvulling hierop, ook een mondelinge behandeling van het verzoek gelasten.
  2. Een mondelinge behandeling vindt in ieder geval plaats indien beide partijen hierom verzoeken.
  3. De uitnodiging voor de mondelinge behandeling wordt ten minste acht dagen voor de zitting verstuurd, waarbij zoveel mogelijk rekening wordt gehouden met de door partijen opgegeven verhinderdata.
  4. De zitting is besloten. Partijen kunnen zich laten bijstaan door een gemachtigde
  5. Op verzoek van (een der) partijen kan de commissie getuigen en deskundigen op de zitting horen. Een dergelijk verzoek moet ten minste acht dagen voor de zitting worden gedaan onder gelijktijdige verzending hiervan aan de wederpartij. Indien deze zich tegen het verzoek wenst te verzetten, dient hij hierop per omgaande te reageren.
  6. Een partij die zonder gegronde reden aan de oproeping voor de zitting geen gevolg geeft, kan zich later niet beroepen op zijn afwezigheid om alsnog een mondelinge behandeling te kunnen geven. De commissie mag uit het niet verschijnen van een partij de conclusie trekken die zij geraden acht.
  7. De commissie kan bepalen dat na de zitting nog een schriftelijke ronde noodzakelijk is.
  8. De commissie kan besluiten om meerdere verzoeken van dezelfde werkgever, gericht op toestemming om verschillende arbeidsovereenkomsten op te mogen zeggen, gecombineerd te behandelen. Het oordeel van de commissie wordt in dat geval voor iedere werknemer afzonderlijk op schrift gesteld.

Artikel 10 Beslissing op het verzoek

  1. De commissie beslist uiterlijk drie werkweken na ontvangst van het verweerschrift dan wel uiterlijk drie werkweken na de zitting dan wel na de laatste uitwisseling van stukken over het verzoek. Indien bijzondere omstandigheden dit naar het oordeel van de commissie noodzakelijk maken, kan de commissie deze termijn verlengen. Partijen ontvangen daarvan bericht.
  2. De commissie betrekt in haar oordeel in ieder geval: 
    a. het gestelde in of krachtens artikel 6:671a BW; 
    b. de Ontslagregeling met uitzondering van paragraaf 4; 
    c. de gestelde ontslagcriteria van het Sociaal Plan of, bij het ontbreken daarvan, paragraaf 4 van de Ontslagregeling.
  3. De beslissing van de commissie kan inhouden: 
    a. een uitspraak dat de commissie onbevoegd is of dat de werkgever in het verzoek niet ontvankelijk is; 
    b. een uitspraak dat toestemming wordt gegeven aan de werkgever om de arbeidsovereenkomst van de werknemer op te zeggen; 
    c. een uitspraak dat de toestemming aan de werkgever wordt onthouden om de arbeidsovereenkomst van de werknemer op te zeggen.
  4. De beslissing bevat een motivering, waarin in elk geval wordt vastgelegd: 
    a. wat de relevante feiten zijn; 
    b. wat de kern van het verzoek is; 
    c. wat de kern van het verweer is; 
    d. of eventuele ontvankelijkheidsverweren slagen of falen; 
    e. wat de inhoudelijke beoordeling door de commissie is; 
    f. of sprake is van een opzegverbod of een andere omstandigheid die aan de verzochte toestemming in de weg staat; 
    g. welke beslissing is genomen.
  5. De beslissing, ondertekend door de voorzitter en de secretaris, wordt toegezonden aan partijen.
  6. Een door de commissie verleende toestemming voor opzegging is geldig gedurende vier weken na de dagtekening van de beslissing op het verzoek.

Artikel 11 Intrekking verzoek

De werkgever die een verzoek heeft ingediend kan dit verzoek schriftelijk, of ter zitting mondeling, intrekken. De commissie bevestigt deze intrekking schriftelijk aan partijen.

Artikel 12 Ontslagbescherming commissieleden

Commissieleden die een arbeidsovereenkomst hebben met een werkgever die gebonden is aan de cao, of een werknemersvereniging die partij is bij de cao hbo, of de Vereniging Hogescholen, genieten dezelfde ontslagbescherming als de werknemers die worden genoemd in artikel 7:670 lid 10 BW.

Artikel 13 Vrijwaring

Cao-partijen vrijwaren de commissieleden hoofdelijk alsmede het secretariaat van de commissie voor eventuele aanspraken en vorderingen van werkgevers, werknemers, en eventuele andere derden, voor zover de vordering voortvloeit uit de behandeling van een bij de commissie ingediend verzoek en geen sprake is van handelen of nalaten dat te wijten is aan opzet of grove schuld van een commissielid of een medewerker van het secretariaat.

Artikel 14 Bekendmaking

Het reglement en de geanonimiseerde uitspraken van de commissie worden gepubliceerd op de website van Stichting Onderwijsgeschillen: www.onderwijsgeschillen.nl.

Artikel 15 Slotbepaling

In gevallen waarin dit reglement niet voorziet beslist de voorzitter, nadat de overige leden van de commissie zijn gehoord.

 

Aldus vastgesteld door partijen bij de cao hbo, juli 2016 te Utrecht.