In de reglementen van vrijwel alle Commissies wordt in het artikel over wraking verwezen naar dit Reglement van de wrakingskamer. Raadpleeg ook het reglement van de desbetreffende Commissie.

Artikel 1 Taak, samenstelling, secretariaat

  1. De wrakingskamer neemt een beslissing op alle wrakingsverzoeken met betrekking tot een of meer leden van de rechtsprekende en/of adviserende commissies die door Stichting Onderwijsgeschillen in stand worden gehouden en/of ondersteund. Onder leden van de commissies worden tevens de voorzitters van de commissies verstaan.
  2. De wrakingskamer bestaat uit de voorzitters van de in het voorgaande lid genoemde commissies, die een juridische opleiding hebben afgerond aan een Nederlandse universiteit, en die zijn opgenomen in het register van de wrakingskamer, dat als bijlage bij dit reglement is gevoegd.
  3. De kamer die een wrakingsverzoek behandelt, bestaat uit drie leden. Deze leden wijzen uit hun midden een voorzitter aan.
  4. De voorzitter van een commissie waarvan een of meerdere leden zijn gewraakt, neemt geen zitting in de kamer die het wrakingsverzoek behandelt.
  5. De wrakingskamer wordt bijgestaan door een secretaris. Indien het wrakingsverzoek is gedaan tijdens of na een zitting, treedt de zittingssecretaris niet tevens op als secretaris van de kamer die het wrakingsverzoek behandelt.

Artikel 2 Verzoek tot wraking

  1. Een verzoek tot wraking kan alleen betrekking hebben op een of meer leden van de commissie die belast zijn met de behandeling van een geschil waarin de indiener van het wrakingsverzoek partij is.
  2. Een wrakingsverzoek dient – behoudens het mondeling verzoek ter zitting - schriftelijk en voorzien van een motivering ten aanzien van elk van de gewraakte commissieleden te worden ingediend.
  3. Wanneer om wraking wordt verzocht tijdens een zitting, vraagt de behandelend voorzitter de indiener van het verzoek om opgave van de feiten en omstandigheden die aanleiding geven tot het wrakingsverzoek en de gronden voor de wraking. De zittingssecretaris maakt hiervan een verslag en doet de wrakingskamer dit verslag toekomen.
  4. De indiener van het wrakingsverzoek dient alle feiten en omstandigheden die hem tot zijn verzoek brengen, tegelijk voor te dragen. Nadien gedane aanvullingen worden niet bij de behandeling van het wrakingsverzoek betrokken.
  5. Een wrakingsverzoek kan worden ingediend in elke stand van het geding, mits vóór de einduitspraak. Het wrakingsverzoek dient te worden gedaan zo spoedig mogelijk ná het bekend worden van de wrakingsgrond.
  6. Ingeval van wraking wordt de behandeling van de zaak door de commissie geschorst onder mededeling aan partijen het wrakingsverzoek zo spoedig mogelijk zal worden behandeld door een wrakingskamer en dat het onderzoek van de commissie in de hoofdzaak zal worden voortgezet na en met inachtneming van de beslissing van de wrakingskamer.

Artikel 3 Behandeling van het verzoek

  1. Behoudens het geval waarin het betrokken commissielid reeds aan de overige behandelende commissieleden heeft meegedeeld dat hij/zij berust in de wraking, doet de wrakingssecretaris het betrokken commissielid een kopie van het wrakingsverzoek dan wel het verslag van de zittingssecretaris toekomen, met het verzoek om aan te geven of hij/zij al dan niet in de wraking berust.
  2. Indien het betrokken commissielid in de wraking berust, wordt het wrakingsverzoek als ingetrokken beschouwd.
  3. De berusting in de wraking wordt door de zittingssecretaris dan wel de wrakingssecretaris medegedeeld aan de indiener van het verzoek en de andere procespartijen in de hoofdzaak en de eventuele andere gewraakte commissieleden.
  4. Indien het betrokken commissielid niet in de wraking berust, stelt de wrakingskamer hem/haar in de gelegenheid zijn/haar zienswijze omtrent het wrakingsverzoek schriftelijk naar voren te brengen.
  5. De verzoeker wordt gehoord op het wrakingsverzoek, tenzij naar het oordeel van de wrakingskamer het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk of kennelijk ongegrond is. Het betrokken commissielid kan ter zitting verschijnen voor het geven van een toelichting.
  6. De wrakingskamer beslist op het wrakingsverzoek op grond van de door haar ontvangen stukken en het verhandelde ter zitting.
  7. De wrakingskamer beoordeelt het verzoek tot wraking mede aan de hand van hetgeen daarover in het reglement van de commissie, waarvan het gewraakte commissielid deel uitmaakt, is bepaald. Indien het wrakingsverzoek niet voldoet aan die reglementsbepalingen kan de wrakingskamer besluiten het verzoek niet-ontvankelijk te verklaren.
  8. De wrakingskamer beslist zo spoedig mogelijk en uiterlijk binnen twee weken na de indiening van het wrakingsverzoek, op het wrakingsverzoek. De beslissing is gemotiveerd en wordt schriftelijk meegedeeld aan de indiener van het verzoek, het/de gewraakte commissielid/-leden en de eventuele andere procespartijen in de hoofdzaak.

Artikel 4 Bijzondere gevallen

  1. Ingeval van misbruik van het wrakingsmiddel kan de wrakingskamer bepalen dat een volgend wrakingsverzoek van de indiener niet in behandeling behoeft te worden genomen.
  2. Behoudens nieuwe feiten of omstandigheden wordt een volgend verzoek tot wraking van hetzelfde commissielid door dezelfde partij in dezelfde hoofdzaak niet in behandeling genomen.
  3. In alle gevallen waarin dit reglement niet voorziet, beslist de voorzitter van de behandelende wrakingskamer hetgeen naar zijn/haar oordeel aangewezen is.
  4. Tegen een beslissing van de wrakingskamer staat geen hoger beroep open.
  5. De wrakingskamer kan bij het nemen van de beslissing tevens acht slaan op hetgeen de wet met betrekking tot de wrakingsprocedure in civiele, straf of bestuursrechtelijke procedures voorschrijft – de artikelen 36-41 Rv, 512-518 Sv en 8:15-8:20 Awb – en op de aanbevelingen wrakingsprotocol gerechtshoven en rechtbanken. De tekst van de aanbevelingen is aan dit reglement gehecht.

Aldus vastgesteld door de Stichting Onderwijsgeschillen op 30 oktober 2015, nadat de leden van de wrakingskamer zijn gehoord.

Downloaden

Reglement van de wrakingskamer

Leden wrakingskamer

prof. mr. I.P. Asscher-Vonk
mr. J.P.L.C. Dijkgraaf
mr. P.H.A. van Geel
mr. D. Ghidei
​mr. E.J.M. Hofhuis
​prof. mr. P.W.A. Huisman
mr. C.H. Kemp-Randewijk
mr. L.P.M. Klijn
mr. P.E.M. Messer
mr. H.C. Naves
mr. A.A.A.M. Schreuder
mr. L.C.J. Sprengers
mr. H.G. Warmelink
mr. R. van de Water
mr. L.M.G. de Weerd
mr. J.M. Willems
mr. D.J.B. de Wolff