De LKC en klachten van personeel in het onderwijs

Het overgrote deel van de klachten die de Landelijke Klachtencommissie Onderwijs (LKC) krijgt voorgelegd, is afkomstig van ouders en gaat over het handelen van leerkrachten, directeuren en andere functionarissen. Maar de wet noemt ook de werknemer (personeelslid) als mogelijke klager. In het reglement van de LKC is dat nog iets breder getrokken door iedereen die functioneel bij een school is betrokken als mogelijke klager te beschouwen. De school moet wel bij de LKC zijn aangesloten.
We zetten hier op een rijtje hoe de LKC met klachten van onderwijspersoneel omgaat.

De taak van de LKC en de kwaliteit van het onderwijs

Een door de LKC te behandelen klacht moet in principe betrekking hebben op kwaliteitsaspecten van het onderwijs. Dit is geregeld in de ‘Kwaliteitswet 1998’. De bijdrage die de LKC levert aan het verbeteren van de kwaliteit van het onderwijs is meestal indirect – gericht op het pedagogisch klimaat in de klas en op de school in brede zin.

Wanneer kan een werknemer niet bij de LKC terecht?

In een aantal gevallen neemt de LKC een klacht van een werknemer niet in behandeling. Hieronder een overzicht:

  • anders dan de Onderwijsinspectie spreekt de LKC zich niet inhoudelijk uit over de kwaliteit van het aangeboden lesprogramma;
  • uit de wetsgeschiedenis blijkt dat het klachtrecht niet als juridisch instrument wordt beschouwd. De LKC heeft daarom geen taak in het beslechten van conflicten over beslissingen met rechtsgevolg, zoals beslissingen met gevolgen voor de arbeidsrechtelijke positie van een werknemer (zie o.a. 104877, 105613, 107230);
  • de LKC behandelt ook geen klachten van leden van de personeelsgeleding van een medezeggenschapsraad (MR) over de wijze waarop de MR zijn taken vervult. De MR is een democratisch gekozen orgaan en een waardering van de verrichte werkzaamheden van de (leden van de) MR komt tot uiting in de uitslag van de volgende verkiezingen (106005);
  • de LKC heeft geen taak in de beoordeling van vorderingen van personeelsleden die gaan over geld en aansprakelijkheid (107142).

De LKC neemt dus niet alle klachten van personeelsleden in behandeling. De LKC beperkt zich in de praktijk tot klachten over de manier waarop men binnen een school met elkaar omgaat (bejegening).

Klachten over bejegening en rechtspositionele conflicten

De LKC behandelt dus klachten over bejegening, maar soms maakt een bejegeningsklacht deel uit van een rechtspositioneel conflict. In rechtspositionele conflicten heeft de LKC geen taak. Het is weinig zinvol om de bejegeningsaspecten uit zo’n geschil af te zonderen en apart onderdeel te maken van een klachtprocedure. Het zal de klagende partij per slot van rekening primair te doen zijn om datgene waar het geschil werkelijk om draait (schorsing, promotie, re-integratie e.d.).

Een klacht van een werknemer moet dus geheel of in voldoende mate los staan van een rechtspositioneel conflict. Soms is het onderscheid niet helemaal duidelijk. Wanneer gaat het sec over de rechtspositie van de werknemer en wanneer is er sprake van intimidatie en onheuse bejegening? In de beoordeling door de LKC slaat de weegschaal soms de ene en soms de andere kant op.

Enkele voorbeelden van door de LKC behandelde bejegeningsklachten:

  • in de pers uitlatingen doen over een zieke werknemer is niet zorgvuldig (105645);
  • fysiek aanraken van een werknemer is alleen gerechtvaardigd als de veiligheid in het geding is (105973);
  • onvoldoende fysieke afstand in acht nemen kan als seksueel intimiderend worden ervaren (104790/104791/104792);
  • een werkgever die een zieke werknemer dreigt met sancties, terwijl die werknemer nog niet is beoordeeld door de bedrijfsarts, oefent oneigenlijke druk uit (105827);
  • een goed werkgever voert met zijn werknemer het gesprek over ontstane verwijdering tussen de werknemer en zijn team (107014).

Klachten over interne klachtafhandeling

Soms krijgt de LKC klachten voorgelegd die gaan over de wijze waarop een klacht intern is afgehandeld. Dat kan gaan om een klacht die de werknemer zelf bij zijn werkgever heeft ingediend, maar ook om een klacht die bij de werkgever tegen de werknemer is ingediend. Deze klachten zijn in beginsel ontvankelijk.

Enkele voorbeelden:

  • vragen om schriftelijk verweer geeft voldoende invulling aan het beginsel van hoor en wederhoor (105009);
  • als er over een bepaalde werknemer klachten worden ingediend, moet de werkgever die werknemer daarover tijdig en concreet informeren (104322);
  • afwijken van de klachtenregeling, zoals het instellen van een ad hoc klachtencommissie, kan onder omstandigheden acceptabel zijn, maar de de LKC is geen hoger-beroepsinstantie (106222).

Klachten door ex-werknemers

Het LKC-reglement beschouwt een voormalig personeelslid niet als klager. Ex-werknemers hebben dus in beginsel geen toegang tot de LKC. In bijzondere gevallen kan op deze regel een uitzondering gemaakt worden. Er moet dan sprake zijn van bijzondere belangen die verband houden met de doelstellingen van het klachtrecht en de taak van de Commissie daarin, namelijk het bevorderen van de kwaliteit van het onderwijs.

Enkele voorbeelden:

  • bij een in hoofdzaak persoonlijke kwestie tussen twee voormalige collega’s is geen overstijgend belang aanwezig dat te maken heeft met de verbetering van de kwaliteit van het onderwijs (105690);
  • voor de beantwoording van de vraag of iemand als klager kan worden aangemerkt, is bepalend op welk tijdstip de klacht wordt ingediend en niet het tijdstip of de periode waarop de klacht betrekking heeft (105778);
  • de reglementaire verjaringstermijn van een jaar is onverkort van toepassing, met als gevolg dat iemand die langer dan een jaar uit dienst is, alleen al daarom niet meer bij de LKC terecht kan (106078);
  • het afgeven van referenties vloeit voort uit de voormalige arbeidsverhouding van de ex-werkneemster met de school. Daarmee is een klacht over het afgeven van onjuiste referenties van rechtspositionele aard en daarom neemt de LKC die niet in behandeling (107136).