Het samenwerkingsverband passend onderwijs beslist of een leerling toelaatbaar is tot het speciaal basisonderwijs (sbo) of tot het (voortgezet) speciaal onderwijs ((v)so). Het samenwerkingsverband geeft dan een toelaatbaarheidsverklaring (tlv) af.
Er is ook een toelaatbaarheidsverklaring nodig voor de toelating tot het praktijkonderwijs (pro) en de toewijzing van leerwegondersteunend onderwijs (lwoo) in het vmbo.

Op deze themapagina vindt u informatie over:

Toelaatbaarheidsverklaring voor sbo en (v)so cluster 3 en 4

Het schoolbestuur van de school waar de leerling is aangemeld of ingeschreven vraagt bij het samenwerkingsverband de toelaatbaarheidsverklaring aan. Het samenwerkingsverband beslist of de leerling toelaatbaar is; het schoolbestuur van de sbo- of cluster 3- of 4-school beslist of de leerling wordt toegelaten. 

Het samenwerkingsverband is verplicht zich te laten adviseren door twee deskundigen. De deskundigen zijn een orthopedagoog of een psycholoog en afhankelijk van de leerling over wiens toelaatbaarheid wordt geadviseerd ten minste een tweede deskundige, te weten een kinder- of jeugdpsycholoog, een pedagoog, een kinderpsychiater, een maatschappelijk werker of een arts.

Criteria tlv sbo en (v)so cluster 3 en 4

Het samenwerkingsverband bepaalt zelf de criteria en de procedure voor het afgeven van een toelaatbaarheidsverklaring. Ook bepaalt het samenwerkingsverband de duur van de tlv. De criteria en procedure worden vastgelegd in het ondersteuningsplan van het samenwerkingsverband. In het ondersteuningsplan staan ook de criteria voor het overplaatsen of terugplaatsen naar het regulier onderwijs van leerlingen voor wie de periode waarop de toelaatbaarheidsverklaring betrekking heeft, is verstreken.
Het ondersteuningsplan is meestal te vinden op de website van het samenwerkingsverband.

​Bezwaarprocedure

Tegen een besluit van een samenwerkingsverband over een toelaatbaarheidsverklaring kunnen betrokken ouders, maar ook het schoolbestuur, bezwaar indienen. Elk samenwerkingsverband is wettelijk verplicht voor deze bezwaarschriftprocedure een (bezwaar)adviescommissie te hebben. Die adviescommissie brengt een advies uit aan het samenwerkingsverband dat vervolgens een beslissing moet nemen op het bezwaar.

Landelijke Bezwaaradviescommissie Toelaatbaarheidsverklaring (LBT)

In plaats van zelf een adviescommissie op te richten, kan een samenwerkingsverband zich aansluiten bij de Landelijke Bezwaaradviescommissie Toelaatbaarheidsverklaring (LBT). Deze Commissie is op verzoek van een aantal samenwerkingsverbanden door Onderwijsgeschillen ingesteld. De Commissie bestaat uit voorzitters en leden die over specifieke kennis en deskundigheid beschikken die nodig is voor het beoordelen van de bezwaren. Inmiddels hebben 139 samenwerkingsverbanden zich aangesloten bij de LBT.

Uitspraken van de LBT

De Landelijke Bezwaaradviescommissie Toelaatbaarheidsverklaring toetst of het samenwerkingsverband de procedure en criteria voor het afgeven van een toelaatbaarheidsverklaring juist heeft toegepast.
De adviezen van de LBT worden geanonimiseerd gepubliceerd.

In de adviezen die tot nu toe zijn uitgebracht, zijn enkele richtlijnen te vinden:

  • Een toelaatbaarheidsverklaring moet deugdelijk gemotiveerd zijn (108983109281108429, 108211), zeker als bekend is dat een ouder het niet eens is met de aanvraag van de toelaatbaarheidsverklaring (108936108503108653).
  • De belangrijkste overwegingen uit de deskundigenadviezen dienen onderdeel te zijn van de onderbouwing van het tlv-besluit (108653, 108605, 108494).
  • De ondersteuningsbehoefte van de leerling moet voldoende in beeld zijn gebracht (108465108936107490106953) en gebaseerd zijn op recent onderzoek (108742107489, 108213, 108078, 107676, 107489).
  • De deskundigenverklaringen die ten grondslag worden gelegd aan de toelaatbaarheidsverklaring moeten met het oog daarop zijn opgesteld (106806);
  • De deskundige die over de tlv advies uitbrengt aan het samenwerkingsverband, mag niet betrokken geweest zijn bij de aanvraag van de tlv (108184). De deskundige mag geen medewerker zijn van de school die de aanvraag doet (107517, 107442). Ook mag de deskundige niet betrokken zijn geweest bij de begeleiding van de leerling waarvoor de tlv wordt aangevraagd (108669108283).
    De deskundige mag wel in dienst zijn van het samenwerkingsverband (108110). Maar een deskundige moet op basis van eigen deskundigheid een zelfstandig en onpartijdig advies geven over de tlv-aanvraag (108465108742, 108494).
  • Een samenwerkingsverband heeft beleidsvrijheid voor het opnemen van de criteria in het ondersteuningsplan die gelden voor de beoordeling van een toelaatbaarheidsverklaring (107454); dit geldt ook voor de duur (looptijd) van een tlv. Als school en ouders beargumenteren waarom het vasthouden aan het beleid in een individueel geval onredelijk is, kan het samenwerkingsverband niet volstaan met alleen een verwijzing naar haar beleid, maar moet zij nader motiveren hoe zij tot haar besluit is gekomen (108854, 108827). Een samenwerkingsverband mag niet ongemotiveerd afwijken van haar eigen beleid (108955).
  • Het samenwerkingsverband moet bij de beoordeling van de hoogte van de bekostigingscategorie een pgb-budget buiten beschouwing laten (108387 en 108388).

Naar boven

Lwoo en praktijkonderwijs

Sinds 1 januari 2016 zijn het praktijkonderwijs (pro) en leerwegondersteunend onderwijs (lwoo) onderdeel van het stelsel van passend onderwijs. De vo-samenwerkingsverbanden bepalen of een leerling toelaatbaar is tot het praktijkonderwijs of is aangewezen op leerwegondersteunend onderwijs.

Het bestuur van de vo-school of de school voor praktijkonderwijs dient de aanvraag in bij het vo-samenwerkingsverband. Bij de aanvraag voor lwoo voegt het bevoegd gezag na overleg met de ouders het onderwijskundig rapport. Bij de aanvraag voor een toelaatbaarheidsverklaring voor het praktijkonderwijs voegt het bevoegd gezag het onderwijskundig rapport, samen met de op schrift gestelde zienswijze van de ouders. Als de aangevraagde ondersteuning niet wordt toegekend, moet de vo-school op grond van de zorgplicht een passende plek voor de leerling vinden.
De verwijzing naar het lwoo of de toelaatbaarheidsverklaring voor het pro geldt voor de duur van de hele schoolloopbaan. Tenzij het samenwerkingsverband heeft gekozen voor 'opting out' en voor het lwoo een andere duur heeft vastgesteld (zie hieronder).

Criteria tlv lwoo en praktijkonderwijs

Er zijn landelijke criteria voor lwoo en pro. Een samenwerkingsverband kan wat betreft het lwoo wel kiezen voor ‘opting out’. Dit betekent dat het samenwerkingsverband de criteria, de procedure voor en de duur van de toewijzing van lwoo zelf kan vaststellen. Als gekozen wordt voor opting out moeten alle schoolbesturen binnen het samenwerkingsverband daar mee instemmen.

​Bezwaarprocedure​

Ouders of de vo-school die het niet eens zijn met het besluit over de toewijzing lwoo of de toelaatbaarheid tot het praktijkonderwijs, kunnen daartegen een bezwaarschrift indienen. Het betreft dezelfde procedure als voor toelaatbaarheidsverklaringen voor het sbo en (v)so.

Naar boven

Cluster 1 en 2

De instellingen van cluster 1 en 2 maken geen deel uit van de samenwerkingsverbanden en kennen een eigen toelatingsprocedure. De zorgplicht geldt niet bij aanmelding bij een instelling van cluster 1 of 2.
De Commissie van onderzoek van de instelling beoordeelt of een leerling in aanmerking komt voor het onderwijs op een instelling van cluster 1 of 2. De Commissie van onderzoek kan ook bepalen dat een leerling in aanmerking komt voor begeleiding door de instelling als het kind is of wordt ingeschreven op een reguliere school. De Commissie bepaalt ook voor welke periode dit geldt en adviseert over de inhoud van de begeleiding.

Criteria toelaatbaarheid cluster 1 en 2

Er zijn geen wettelijk vastgestelde criteria voor de toelating tot cluster 1 of 2. De instellingen hebben wel afspraken gemaakt over de landelijk te hanteren criteria. Voor cluster 1 zijn deze criteria te vinden in de brochure van VIVIS Onderwijs, waarin de twee organisaties voor cluster 1, Bartiméus en Visio, samenwerken.
Voor cluster 2 is een Richtlijn toelaatbaarheid​ te vinden op de website van Siméa, waarin de besturen van de vier instellingen voor auditief en/of communicatief beperkte leerlingen samenwerken.

​Bezwaarprocedure

In de Wet op de expertisecentra (WEC) is de mogelijkheid om bezwaar te maken tegen een beslissing over de toelating tot een instelling voor cluster 1 of 2 of over ondersteuning op een reguliere school vanuit de cluster 1- of 2-instelling, niet expliciet geregeld.
Als een leerling niet wordt toegelaten tot een instelling voor cluster 1 of 2 kunnen ouders wel een geschil indienen bij de Geschillencommissie passend onderwijs (GPO).