Sinds 1 augustus 2014 beslist het samenwerkingsverband voor passend onderwijs of een leerling toelaatbaar is tot het speciaal basisonderwijs (sbo) of tot het (voortgezet) speciaal onderwijs ((v)so). Het samenwerkingsverband geeft dan een toelaatbaarheidsverklaring (tlv) af.
Met ingang van 1 januari 2016 is ook een toelaatbaarheidsverklaring nodig voor de toelating tot het praktijkonderwijs (pro) en de toewijzing van leerwegondersteunend onderwijs (lwoo) in het vmbo.

In dit themadossier vindt u informatie over:

Toelaatbaarheidsverklaring tot het sbo en (v)so cluster 3 en 4

Het schoolbestuur van de school waar de leerling is aangemeld of ingeschreven vraagt bij het samenwerkingsverband de toelaatbaarheidsverklaring aan. Het samenwerkingsverband beslist of de leerling toelaatbaar is; het schoolbestuur van de sbo- of cluster 3- of 4-school beslist of de leerling wordt toegelaten. 

Het samenwerkingsverband is verplicht zich te laten adviseren door twee deskundigen. De eerste deskundige is een orthopedagoog of een psycholoog. De tweede deskundige is, afhankelijk van de ondersteuningsvraag van de leerling, een psycholoog, een pedagoog, een maatschappelijk werker, een arts of een kinderpsychiater.

Criteria tlv sbo en (v)so cluster 3 en 4
Het samenwerkingsverband bepaalt zelf de criteria en de procedure voor het afgeven van een toelaatbaarheidsverklaring. Ook bepaalt het samenwerkingsverband de duur van de tlv. De criteria en procedure worden vastgelegd in het ondersteuningsplan van het samenwerkingsverband. In het ondersteuningsplan staan ook de criteria voor het overplaatsen of terugplaatsen naar het regulier onderwijs van leerlingen voor wie de periode waarop de toelaatbaarheidsverklaring betrekking heeft, is verstreken.
Het ondersteuningsplan is meestal te vinden op de website van het samenwerkingsverband.

​Bezwaarprocedure
Tegen een besluit van een samenwerkingsverband over een toelaatbaarheidsverklaring kunnen betrokken ouders, maar ook het schoolbestuur, bezwaar indienen. Elk samenwerkingsverband is wettelijk verplicht voor deze bezwaarschriftprocedure een (bezwaar)adviescommissie te hebben. Die adviescommissie brengt een advies uit aan het samenwerkingsverband dat vervolgens een beslissing moet nemen op het bezwaar.

Landelijke Bezwaaradviescommissie Toelaatbaarheidsverklaring (LBT)
In plaats van zelf een adviescommissie op te richten, kan een samenwerkingsverband zich aansluiten bij de Landelijke Bezwaaradviescommissie Toelaatbaarheidsverklaring (LBT). Deze Commissie is op verzoek van een aantal samenwerkingsverbanden door Onderwijsgeschillen ingesteld. De Commissie bestaat uit voorzitters en leden die over specifieke kennis en deskundigheid beschikken die nodig is voor het beoordelen van de bezwaren. Inmiddels hebben 120 samenwerkingsverbanden zich aangesloten bij de LBT.

Uitspraken van de LBT
De Landelijke Bezwaaradviescommissie Toelaatbaarheidsverklaring toetst of het samenwerkingsverband de procedure en criteria voor het afgeven van een toelaatbaarheidsverklaring juist heeft toegepast.
De adviezen van de LBT worden geanonimiseerd gepubliceerd.

In de adviezen die tot nu toe zijn uitgebracht, zijn enkele richtlijnen te vinden:

  • Het schoolbestuur kan een toelaatbaarheidsverklaring aanvragen ook zonder dat de ouders het daarmee eens zijn (106645). 
  • Een toelaatbaarheidsverklaring moet deugdelijk gemotiveerd zijn als bekend is dat een ouder het niet eens is met de aanvraag van de toelaatbaarheidsverklaring (107279).
  • Het is niet noodzakelijk dat aan de toelaatbaarheidsverklaring een door de ouders goedgekeurd ontwikkelingsperspectief ten grondslag ligt (107168);
  • Als ouders bezwaar maken tegen de beslissing over een toelaatbaarheidsverklaring, is het samenwerkingsverband verplicht het bezwaar door te sturen naar de bezwaaradviescommissie (106953);
  • De ondersteuningsbehoefte van de leerling moet voldoende in beeld zijn gebracht (106953);
  • De deskundigenverklaringen die ten grondslag worden gelegd aan de toelaatbaarheidsverklaring moeten met het oog daarop zijn opgesteld (106806);
  • Een samenwerkingsverband heeft beleidsvrijheid voor het opnemen van de criteria in het ondersteuningsplan die gelden voor de beoordeling van een toelaatbaarheidsverklaring (107454);
  • Het is niet per se noodzakelijk concrete criteria voor toelating in het ondersteuningsplan op te nemen. Handelingsgericht arrangeren leidt tot individuele beoordeling. Wel moet duidelijk zijn langs welke lijnen de besluitvorming plaatsvindt (106806);
  • Het samenwerkingsverband moet zelf de beslissing over de toelaatbaarheid van de leerling nemen en kan deze beslissing niet delegeren (106806);
  • Mandatering van de bevoegdheid tot toekennen van een toelaatbaarheidsverklaring is niet toegestaan aan de deskundige die adviseert over diezelfde tlv-beslissing (107302);
  • Voor het indienen van een bezwaarschrift gericht tegen de toelaatbaarheidsverklaring die is toegekend aan een meerderjarige is een machtiging van die meerderjarige vereist (107455).

Naar boven

Lwoo en praktijkonderwijs

Sinds 1 januari 2016 zijn het praktijkonderwijs (pro) en leerwegondersteunend onderwijs (lwoo) onderdeel van het stelsel van passend onderwijs. De vo-samenwerkingsverbanden bepalen of een leerling toelaatbaar is tot het praktijkonderwijs of is aangewezen op leerwegondersteunend onderwijs.

Het bestuur van de vo-school of de school voor praktijkonderwijs dient de aanvraag in bij het vo-samenwerkingsverband. Bij de aanvraag voor lwoo voegt het bevoegd gezag na overleg met de ouders het onderwijskundig rapport. Bij de aanvraag voor een toelaatbaarheidsverklaring voor het praktijkonderwijs voegt het bevoegd gezag het onderwijskundig rapport, samen met de op schrift gestelde zienswijze van de ouders. Als de aangevraagde ondersteuning niet wordt toegekend, moet de vo-school op grond van de zorgplicht een passende plek voor de leerling vinden.
De verwijzing naar het lwoo of de toelaatbaarheidsverklaring voor het pro geldt voor de duur van de hele schoolloopbaan. Tenzij het samenwerkingsverband heeft gekozen voor 'opting out' en voor het lwoo een andere duur heeft vastgesteld (zie hieronder).

Criteria tlv lwoo en praktijkonderwijs
Er zijn landelijke criteria voor lwoo en pro. Deze worden jaarlijks vastgesteld. 
Een samenwerkingsverband kan wat betreft het lwoo wel kiezen voor ‘opting out’. Dit betekent dat het samenwerkingsverband de criteria, de procedure voor en de duur van de toewijzing van lwoo zelf kan vaststellen. Als gekozen wordt voor opting out moeten alle schoolbesturen binnen het samenwerkingsverband daar mee instemmen.

​Bezwaarprocedure
Ouders of de vo-school die het met het besluit over de toewijzing lwoo of de toelaatbaarheid tot het praktijkonderwijs niet eens zijn, kunnen daartegen een bezwaarschrift indienen. Het betreft dezelfde procedure als voor toelaatbaarheidsverklaringen voor het sbo en (v)so.

Naar boven

Cluster 1 en 2

De instellingen van cluster 1 en 2  maken geen deel uit van de samenwerkingsverbanden en kennen een eigen toelatingsprocedure. De zorgplicht geldt niet bij aanmelding bij een instelling van cluster 1 of 2.
De Commissie van onderzoek van de instelling beoordeelt of een leerling in aanmerking komt voor het onderwijs op een instelling van cluster 1 of 2. De Commissie van onderzoek kan ook bepalen dat een leerling in aanmerking komt voor begeleiding door de instelling als het kind is of wordt ingeschreven op een reguliere school. De Commissie bepaalt ook voor welke periode dit geldt en adviseert over de inhoud van de begeleiding.

Criteria toelaatbaarheid cluster 1 en 2
Er zijn geen wettelijk vastgestelde criteria voor de toelating tot cluster 1 of  2. De instellingen hebben wel afspraken gemaakt over de landelijk te hanteren criteria. Voor cluster 1 zijn deze criteria te vinden in de brochure van VIVIS Onderwijs, waarin de twee organisaties voor cluster 1, Bartiméus en Visio, samenwerken.
Voor cluster 2 zijn de criteria te vinden op de website van Siméa, waarin de besturen van de vier instellingen voor auditief en/of communicatief beperkte leerlingen samenwerken.

​Bezwaarprocedure
In de Wet op de expertisecentra (WEC) is de mogelijkheid om bezwaar te maken tegen een beslissing over de toelating tot een instelling voor cluster 1 of 2 of over ondersteuning op een reguliere school vanuit de cluster 1- of 2-instelling, niet expliciet geregeld.
Als een leerling niet wordt toegelaten tot een instelling voor cluster 1 of 2 kunnen ouders wel een geschil indienen bij de Geschillencommissie passend onderwijs (GPO).

Naar boven

Downloaden