Datum uitspraak: 16-08-2006
Nummer uitspraak: 103186
Type: Uitspraken Onderwijsgeschillen
Samenvatting 

Werknemer is conciërge en is berispt wegens het te laat terugkomen van vakantie zonder dit vooraf te hebben besproken of een de reden te hebben vermeld. Partijen verschillen van mening over het feit of de werkgever toestemming heeft verleend om later terug te keren van vakantie. Van te laat terugkeren van vakantie is sprake indien de werknemer op een later dan het door de werkgever vastgestelde tijdstip aan het einde van zijn vakantie is teruggekeerd (artikel 7:638 lid 2 BW). Of daarvan in de onderhavige situatie sprake is geweest , kan de Commissie niet vaststellen aangezien de verklaringen van de werknemer en de hoofdconciërge over de instemming van deze laatste met het veranderen van de einddatum volledig tegengesteld zijn. Wel staat vast dat beiden voorafgaand aan de vakantie over het verzoek om de einddatum te wijzigen hebben gesproken en dat een wijziging van de datum van de retourvlucht een reden voor dat verzoek was.
Aldus zijn de feiten die de werkgever aan de beslissing tot het opleggen van de berisping ten grondslag heeft gelegd, onvoldoende komen vast te staan. Bovendien is, anders dan in de voornemenbrief is vermeld, wel een latere terugkeer van vakantie besproken. De Commissie wil evenwel niet ongezegd laten dat de werknemer de toch al onder druk staande verhouding met de werkgever extra heeft belast door pas enkele uren voor het begin van de vakantie nog een verzoek tot wijziging in te dienen. Anderzijds heeft de werkgever onduidelijkheid laten bestaan over de bevoegdheden met betrekking tot het vaststellen van de vakanties en de procedure, volgens welke deze vaststelling tot stand komt. Het verdient aanbeveling daarover meer duidelijkheid te scheppen.
Beroep gegrond.