Datum uitspraak: 10-02-2014
Nummer uitspraak: 105953
Type: Uitspraken Onderwijsgeschillen
Samenvatting 

Het beroep tegen de schorsing is niet binnen de geldende termijn ingesteld. Niet is gebleken van omstandigheden, op grond waarvan de overschrijding van de beroepstermijn verschoonbaar is. Aldus is het beroep tegen de schorsingsbeslissing niet-ontvankelijk. Het ontslag is primair gebaseerd op plichtsverzuim. Dit plichtsverzuim bestaat kortweg uit het handelen in strijd met de regels over het nakijken van examens en het aanleveren van cijfers. De werknemer heeft de door de werkgever in de opzeggingsbrief aangevoerde zaken in meerdere of mindere mate erkend. Aldus staan de feiten voldoende vast. Voorts is de handelwijze van de werknemer aan te merken als plichtsverzuim. Gelet op de omstandigheden van het geval is de disciplinaire maatregel van ontslag echter een te vergaande maatregel, mede gezien de zwaarwegende gevolgen die een dergelijk ontslag voor de werknemer heeft. Het ontslag is subsidiair gebaseerd op een gewichtige reden bestaande uit een vertrouwensbreuk. Uit hetgeen partijen hebben verklaard is gebleken dat van een vruchtbare samenwerking tussen partijen geen sprake meer kan zijn. Daarmee heeft de ontstane verstoring van de werkrelatie een zodanig onherstelbaar en blijvend karakter gekregen, dat van de werkgever in redelijkheid niet kan worden verlangd het dienstverband langer te laten voortduren. Aldus heeft de werkgever in redelijkheid op deze grond het dienstverband kunnen opzeggen. Beroep tegen schorsing niet-ontvankelijk, beroep tegen ontslag ongegrond.