Beroep tegen schorsing bij wijze van ordemaatregel en ontslag wegens plichtsverzuim; BVE
Samenvatting
De werkgever stelt dat de werknemer bij een voorval een leerling heeft geslagen. Omdat sprake is van eerdere incidenten besluit de werkgever over te gaan tot schorsing en ontslag. De werknemer ontkent op enig moment geweld tegen een leerling te hebben gebruikt. De werkgever is bij zijn besluitvorming afgegaan op schriftelijk afgelegde verklaringen van de werknemer zelf, drie medeleerlingen en een collega-docent. De verklaringen zijn niet geheel gelijkluidend en bieden geen eenduidige schets van hetgeen zich zou hebben voorgedaan.De Commissie is van oordeel dat, nu aan de gedraging van de werknemer de zwaarst denkbare disciplinaire maatregel van ontslag verbonden wordt, geen twijfel behoort te bestaan over de toedracht van het voorval. Nu dit wel het geval is, oordeelt de Commissie dat onvoldoende is aangetoond dat de werknemer de leerling heeft geslagen, zodat de aan de bestreden beslissingen ten grondslag gelegde feiten onvoldoende vaststaan. Derhalve kan niet worden geconcludeerd tot plichtsverzuim.
Beroep gegrond.
Trefwoorden
ontslag als disciplinaire maatregel, plichtsverzuim, schorsing werknemer als ordemaatregel
Organisatie
Zaakbehandeling
Contact
Inschrijven nieuwsbrief
Blijf op de hoogte van de laatste uitspraken en adviezen van de commissies van Onderwijsgeschillen
Trefwoorden
ontslag als disciplinaire maatregel, plichtsverzuim, schorsing werknemer als ordemaatregel